Preek zondag 24 februari 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

om zelf haar in heerlijkheid naast zich te plaatsen:

 

 

Bedrijfskleding

Stel je voor: een kassamedewerkster van Aldi neemt ontslag om te gaan werken bij de Albert Heijn. Op de eerste werkdag verschijnt ze daar in haar ‘ouwe trouwe’ Aldischort en gaat vrolijk aan de slag. Pikt ‘s lands grootste grootgrutter dat? Vast niet.
Bedrijfskleding dient namelijk een belangrijk doel, zowel intern als extern: het straalt eenheid uit, je hoort bij het bedrijf samen met de anderen die dezelfde kleding dragen, het maakt je representatief voor het bedrijf. Het oude en vlekkerige Aldischort zal dus plaats moeten maken voor een fris nieuw AH-exemplaar!

En wie bij Koning Jezus in dienst komt, zal ook nieuwe bedrijfskleding moeten dragen.

Heb je net Kolossenzen 3 de verzen 1 t/m 4 gelezen. En je loopt met je hoofd in de wolken. En dan lees je (:5): Doodt dan uw aardsgezinde kanten: Met twee benen sta je weer op de grond. Je ‘richten op wat boven is’ heeft kennelijk niet te maken met naar de hemel staren en in geloof afwachten. Het gaat er kennelijk om hoe we vandaag de dag ons hier op aarde moeten gedragen als ambassadeurs van God. We moeten aan de slag in onze nieuwe baan als christen. En daar hoort nieuwe bedrijfskleding bij. Bedrijfskleding die de eenheid bevordert en die duidelijk past bij onze hemelse Werkgever.

Uit die oude, vieze kleren! (Kol. 3: 5 – 11)

Onze oude kleren horen bij onze vorige baas. Paulus gebruikt wel sterke woorden: maak dood (:5), leg af (:8) en trek uit (:9). Die vorige baas is niemand minder dan de duivel. En hem volgen is afgoderij; die zie je in ontucht, onreinheid, hartstocht, kwade begeerte, en de hebzucht. In al die zaken is een mens gericht op z’n eigen genot en plezier. Al die zaken zijn gericht op ‘ikke, ikke, ikke!’ Maar een christen is gericht op Christus. Een christen is niet begerig en hebberig, een christen is gevend en dienend. Dat is Christus zelf namelijk ook. En wij zijn zijn ambassadeurs!

De oude kleren moeten uit. Moeten worden afgelegd. Een schoon shirt over een met olie besmeurd hemd werkt niet. De olie komt er na korte tijd weer doorheen. En bovendien ben je bang dat de ander zal zien wat eronder zit: je gaat je nogal verkrampt gedragen. Vers 8 rept van toorn, drift, kwaadaardigheid, laster en vuilpraat. Zaken die de zelfbeheersing in de weg staan. Zaken die de eenheid verstoren, tot ruzie leiden en wantrouwen opwekken. Zaken die horen bij de Bedrieger en de Leugenaar. Wij zijn kinderen van het Licht, van d Liefde, de Waarheid, de Eenheid.

Dus uit met die oude kleren. En kom niet aan met de smoes dat ‘je het niet helpen kunt’. Dat ‘je nu eenmaal zo bent.’ Wij zijn bedoeld voor hemelse luister (:4!). Dus moet alles uit. Want eerst als we in ons nakie staan kan God ons opnieuw aankleden. Met kleren die de eenheid benadrukken, en niet de verschillen. Het gaat er niet om wie we maatschappelijk zijn. Jood of Griek. Bankdirecteur of koffiejuffrouw. Psalmenzangers of Opwekkingsliedklappers. We moeten niet kijken naar de achtergrond of status van de ander. We moeten kijken naar wat we van Christus zien in de ander.

De bedrijfskleding van Christus (Kol. 3: 12 – 15)

De kerk is het lichaam van Christus op aarde. En daarvan zijn wij de ambassadeurs. Durven we dat echt te geloven? Het lijkt wel alsof Paulus ons een hart onder de riem wil steken, als hij ons in vers 12 heilige (vgl. Luk. 9: 35) en geliefde (vgl. Luk. 1: 35) uitverkorenen (vgl. Markus 1: 11) van God noemt. Want zo noemt God zijn Zoon ook (zie de teksten tussen haakjes hiervoor!). Daarbij hoort een barmhartig innerlijk, goedertierenheid, nederigheid, zachtmoedigheid en geduld. Dat maakt dat we elkaar kunnen vergeven en verdragen. Wat? Alles maar bedekken met de mantel der liefde? Zonde onder het vloerkleed vegen? De doofpot herinstalleren? Is dat christelijk? Dat is het beslist niet. Zonde is en blijft zonde. En moet worden beoordeeld als zonde. Zie vers 6! Wie alles door de vingers ziet – een soort quasichristelijkheid – brengt eerder scheuring dan eenheid in de gemeente.

Onze liefde, vergevensgezindheid en verdraagzaamheid is gericht op wie de bedrijfskleding van Christus willen dragen. En als riem voor onze bedrijfskleding – om de boel bijeen te houden hebben we de liefde, die de band van de volmaaktheid is. Wie zelf vrede met God heeft, zoekt vrede met de ander: Ef. 2: 17, 18. En die vrede moet in uw harten heersen. Geen plichtmatige lippendienst. Overgave aan de liefde is het gebod. De norm om elkaar te vergeven is dus de vrede van Christus.

Het schoonmaakmiddel (Kol. 3: 16, 17)

Zo, de nieuwe kleding zit heerlijk. Maar owee, een vlek! Hoe lang houden we de kleding schoon? Welk wasmiddel helpt ons? Het wasmiddel dat we nodig hebben komt van binnen Laat het woord van de Christus rijkelijk in u wonen, omdat ook het vuil van binnenuit komt (Markus 7: 20 – 23). En het kan nooit teveel zijn! We moeten elkaar vermanen (= op de juiste weg houden) en dat niet door te bepreken en toepasselijke (??) bijbelteksten op verwijtende of beschuldigende toon voor te lezen! Nee, we vermanen elkaar zingend met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen in de genade in uw harten zingend voor God. Zingen in onderlinge harmonie. Zingen, vol van de Heilige Geest. Zingen als reiniging en bescherming. Geloven wordt: samen loven. En al wat ge doen zult in woord of in werk, laat alles zijn in de naam van de Heer Jezus en dankt God de Vader door hem.

de vergadering zonder vlek of rimpel