Preek zondag 20 januari 2013


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Laat uw vriendelijkheid bekend worden aan alle mensen.

 

We hadden het er al eerder over. De tijden in Kolosse waren verwarrend. Paulus wordt niet moe de christenen in die stad op te roepen om de weg van Christus te volgen. Om je niet bezig te houden met regeltjes en religie die scheiding maken. Maar juist met Christus die verenigt en samen brengt.

In het stukje dat we vandaag lezen gaat Paulus verder met z’n uitleg: Kolosse 2: 16 – 3: 4.

 

Voor de Kolossenzen was de vraag heel actueel: hoe moet je als christen leven? Moet je de sabbat houden of juist niet? En hoe zit het met de engelen: moeten die vereerd worden? Paulus wijst op Christus elf. Hij is de bron van alle kennis en wijsheid (2:3); van hoop (1:5); van liefde (1:8,12). Christus is in alles de eerste en de laatste Wij hoeven door onze inspanningen niet Hem te zoeken: Hij zocht ons. We hoeven Hem slechts te volgen. Te aanvaarden wat God deed om bij ons te komen.

 

Schaduw en werkelijkheid (2: 16 – 19)

In Kolosse was er veel discussie over zaken als eten, drinken, engelenverering, feestdagen, vieren van de sabbat. Paulus grijpt terug op 2: 8: Kijkt uit dat er niet iemand zal zijn die u meesleept door zijn filosofie en hol bedrog overeenkomstig de overlevering van de mensen, Hoeveel zaken hebben wij al niet te vuur en te zwaard verdedigd op het christelijk erf. Over wat wel en niet mocht. Naar de bioscoop gaan. De frequentie van avondmaalsviering. Alcohol gebruiken. In de handen klappen bij het zingen. Muziekinstrumenten in de eredienst.

Als we het over zulke onderwerpen gaan hebben moet er een oranje zwaailicht gaan flikkeren. Gevaar van religie ligt op de loer! Verdeeldheid en scheuring dreigt. Het moet altijd om Christus gaan en die verdwijnt bij zulke discussies makkelijk uit beeld.

Opmerkelijk is dat Paulus niet de voorstanders of de tegenstanders van de sabbatviering gelijk geeft. Paulus zegt ook niet dat de Joodse wetten minderwaardig en achterhaald zijn (:17) dingen die een schaduw zijn van de dingen die komen; maar het lichaam is dat van de Christus. Een schaduw zijn die dingen: ze laten de schaduw van Christus zien. Maar we moeten nu niet doen alsof de schaduw belangrijker is dan de Persoon zelf. Als Christus zelf naast ons loopt, richten we ons dan op zijn schaduw? Op Hemzelf toch zeker! Dat is het punt: wees niet langer tevreden met de schaduw!

Maar al die geschilpunten dan? Doen die er niet toe? In Romeinen 14 schrijft Paulus daar heel uitvoerig over. Rom. 14: 1: Aanvaardt wie zwak is in het geloof, zonder persoonlijke meningen

te veroordelen. Als een christen de sabbat viert met het oog op Christus moet ik haar of hem alle ruimte daarvoor bieden. Niet veroordelen, dat is de norm. Steeds als we de ander willen overtuigen van zijn ongelijk zetten we onszelf op de eerste plaats. En op die plaats hoort Christus (:19). In zaken die niet over de hoofdzaak van het geloof gaan moeten we de ander vrijlaten. Anders ontwrichten we het lichaam van Christus.

Dood met Christus (2: 20 – 23): hoe het niet moet

Als we ons beroepen op regels en gebruiken is dat omdat we willen laten zien wat voor een voortreffelijke christenen we wel zijn, zegt Paulus. Van die houding laat hij in vers 19 geen spaan heel: het heeft wel een roep van wijsheid met zijn eigenwillige godsdienst en nederigheid en lichaamskastijding, maar is van geen enkele waarde; het is tot bevrediging van het vlees. Laat je niet terugfluiten in je vrijheid door mensen die je zo bepalingen willen opleggen. Als de Hoofdscheidsrechter ons niet terugfluit, moeten we dat ook elkaar niet doen. Niemand staat buitenspel. Of wordt het veld uitgestuurd. Het gaat niet om spelregels en afspraken. Het gaat om Christus.

 

Levend met Christus (3: 1 – 4): hoe het wel moet

We zijn niet alleen met Christus gestorven (2:20), maar ook met Hem opgewekt (3:1). Wij leven niet meer in het donker van de schaduw (Jes. 29: 13: met hun lippen ze mij hebben geëerd …………..,- en hun ontzag voor mij is geworden een aangeleerd gebod van mannen) maar in het licht van Christus.

We moeten ons richten op wat boven is. Op Christus. We moeten ons vooral niet richten op onszelf, op ons gelijk.

Moeten we ons dan terugtrekken in ons isolement, de aarde verwerpen en ons daarvan afsluiten?

Ik meen van niet. We moeten hier op aarde niet de rol spelen van scheidsrechters met rode kaarten op het christelijk erf. We moeten vriendelijke ambassadeurs zijn van Christus. In de christelijke gemeente leven we vanuit de wetten van het koninkrijk en behartigen we de belangen van Christus als Zijn gezanten op aarde. We gehoorzamen aardse wetten voor zover niet strijdig met Gods wetten. En op nieuw zet Paulus zo Christus centraal. Voor ons, ambassadeurs van de Hoogste Koning.

De Heer is nabij.