Preek zondag 4 november 2012


 

Maar hij zei zacht mijn naam en: ‘Heb mij lief -‘

 

In een kakofonie van religies de juiste toon ontdekken. In een religieuze supermarkt de juiste keuzes maken. Daarover schrijft Paulus in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de Kolossenzen (: 1 – 11). En vervolgens betuigt hij met groot enthousiasme dat het om Christus gaat en om Hem alleen. Hij is de kern van ons christelijk geloof. Alleen als we op Hem gericht zijn heeft ons leven zin. Hij is de oorsprong en het doel van de schepping ( : 12 – 23).

 

In hoofdstuk 1: 23 – 2: 3 stelt Paulus twee onderwerpen aan de orde: 1) Een geheim onthuld en 2) Strijd en lijden.

 

Een geheim wordt onthuld.

God laat Paulus iets onthullen wat nog niet eerder bekend gemaakt was. Omdat het nog niet begrepen kon worden. Want God wil bekend maken wat de glorieuze rijkdom is van dit geheimenis onder de heidenen. God zelf geeft Paulus de opdracht het geheim te onthullen.

De inhoud van het geheim.

Paulus schrijft juichend en bijna zingend als hij het geheim onthuld:Christus is in u! Hij is uw hoop op goddelijke luister! In Hem liggen alle schatten van wijsheid en kennis verborgen.’ Paulus heeft heel zijn bediening in dienst gesteld van die boodschap, die God hem zelf heeft toevertrouwd. Het is zo’n belangrijke en glorierijke boodschap, dat er geen letter van vergeten mag worden.

Het doel van de bekendmaking van het geheim.

Het doel gaat voor ons gevoel boven alles uit (1: 28): om iedere mens volmaakt te doen staan in Christus. Het geheim wordt onthuld om ons het einddoel, de goddelijke luister, te laten bereiken. En dat kan alleen door wat Christus heeft gedaan. Daarom staat Christus zo centraal in deze brief. We hebben niets of niemand anders nodig om het einddoel te bereiken. Geen geheime kennis van de gnostiek, geen Farizeïsche regeltjes en wetten, geen tussenpersonen als engelen, geen ascetische onthouding, geen door mensen opgelegde regels. En dan draait het om Christus alleen. Het geheim kon niet worden onthuld zolang Christus nog niet verzoening voor de zonde had aangebracht.

Het geheim moet worden verteld.

Paulus dringt erop aan om het geheim bekend te maken. Zowel aan Timoteüs (1 Tim. 4: 10) als aan Titus (Titus 2: 11 – 15) schrijft Paulus dat Gods genade openbaar geworden is tot redding van alle mensen. Titus moet zijn gezag gebruiken om dit bekend te maken. Hij moet aanmoedigen en terechtwijzen.

En wij? We steunen zendelingen met gebed en geld. We getuigen met onze daden en met onze levensstijl. Maar leggen we als daar gelegenheid toe is ook verantwoording af van de hoop die in ons is? Van het onthulde geheim? De kracht van Jezus’ opstanding is in ons werkzaam!

Strijd en lijden.

Het tweede hoofdthema van dit Bijbelgedeelte. Het evangelie komt op het terrein van de tegenstander van God. En die zorgt voor weerstand. Voor strijd en lijden.

Paulus schrijft in zijn brieven herhaaldelijk over zijn strijd (bijv. 2 Kor. 11: 23 – 28). Hij moet lijden omwille van de Naam van God (Hand. 9: 15 – 16).

Ook in dit gedeelte komt het lijden uitdrukkelijk aan de orde. Hij drukt zich wel heel sterk uit in 1: 24: Nu verheug ik mij over alle lijden terwille van u, en wat ontbreekt aan de verdrukkingen van de Christus vul ik in mijn vlees aan voor zijn lichaam, dat is de vergadering,

Natuurlijk bedoelt Paulus niet dat aan het lijden van Christus nog iets ontbreekt. Maar Paulus maakt zich zo werkelijk één met Christus, dat hij zijn eigen lijden ervaart als dat van Christus. Het offer voor de zonde is eens voor altijd geschied. Maar het lijden thans volgt uit de strijd om het onthulde geheim bekend te maken. Zoals de Heer zich vereenzelvigt met Zijn gemeente, vereenzelvigt Paulus zich met zijn Heer.

Ons lijden.

Waarom lijd ik zo weinig? Een paar mogelijkheden:

1. Wie niet over het onthulde geheim praat heeft weinig tegenspraak te vrezen!

2. We maken het ons gemakkelijk. Tellen onze zegeningen en gireren wat geld. Maar mag het ons ook wat van onszelf kosten?

3. We vervlakken het geheim tot een boodschap van liefde en respect. Tot – uiteindelijk – een Christendom zonder Christus. En DIE zet Paulus nou net centraal!

 

En ’t groot geheim had ik voorgoed begrepen.