Preek zondag 28 oktober 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Wij vragen u wel … om weet te hebben van wie onder u zwoegen

 

 

De kerk – de christelijke gemeente – ontstond op de Pinksterdag nadat de Heer Jezus naar de hemel was gegaan. De christenen in Jeruzalem ontvingen de Heilige Geest. Iedereen die christen werd, werd gedoopt met die Heilige Geest.

 

Vorige week spraken we over de kerk: wie is het hoofd ervan en hoe zit het met de leiding ervan. We zagen dat Christus het hoofd van de wereldwijde kerk is, en daarmee ook het hoofd van elke locale gemeente. Als we dus nadenken over leiding en leiderschap in de plaatselijke kerk, moeten we altijd starten met de erkenning dat Christus het hoofd is.

 

We lazen vorige week over ‘oudsten’ in het Oude Testament. We ontdekten dat daar sprake is van mensen die leiding moeten geven aan het volk Israel.

 

Vandaag kijken we naar het Nieuwe Testament. Wat zegt dat over de leiding in de christelijke gemeente? Het is wel duidelijk dat de bijbel ook in het Nieuwe Testament herhaald spreekt over leiderschap.

 

De eerste keer dat in het Nieuwe Testament sprake is van oudsten is niet lang na de Pinksterdag. Er is een profeet – ene Agabus – die een zware hongersnood aankondigt (Handelingen 11: 27 – 30.) Ere wordt besloten de mensen die lijden onder die hongersnood te ondersteunen. Die ondersteuning wordt gestuurd aan ‘ de oudsten (: 30):’ ze zenden het naar de oudsten door de hand van Barnabas en Saulus. Het was kennelijk aan eenieder duidelijk wie die oudsten waren.

In Handelingen 14: 21 – 23 lezen we opnieuw over oudsten. Paulus en Barnabas gingen terug naar Lystra, waar ze en gemeente gesticht hadden. Het is een opmerkelijk stukje. In vers 19 worden Paulus en Barnabas gestenigd en voor dood achtergelaten. Je zou verwachten dat ze daarna wel uit de buurt bleven van die heethoofden. Maar niets is minder waar. Ze keren ze terug naar Lystra, Ikonium en Antiochië, om de zielen van de leerlingen te versterken en hen op te roepen te blijven in het geloof, en dat wij door vele verdrukkingen heen binnenkomen in het koninkrijk van God. In elke vergadering wijzen zij over hen oudsten aan,

We moeten wel constateren dat de aanstelling van oudsten van het grootste belang was! De gemeente gaat kennelijk pas goed functioneren als er oudsten zijn die leiding geven. Natuurlijk kan een gemeente aanbidden en avondmaal vieren ook als er geen oudsten zijn aangesteld. Maar kennelijk is er dan toch een bepaalde onvolkomenheid in zo een gemeente. Dat blijkt ook uit Titus 1: 5. Omwille daarvan heb ik je op Kreta achtergelaten: dat je in orde zult maken wat is blijven liggen, en per stad oudsten zult aanstellen zoals ik je heb opgedragen:

Een derde situatie waarin oudsten worden genoemd is een wel heel cruciale. Handelingen 15 gaat over de zogeheten ‘vergadering te Jeruzalem.’ De vraag die daar aan de orde was, was werkelijk van het allergrootste belang.

Wanneer hoor je bij de christelijke gemeente? Aan welke voorwaarden moet je voldoen? Er waren er die meenden dat ook gelovigen uit de heidenen moesten worden besneden. Dat je pas christen kon worden als je eerst jood geworden was. De apostelen en de oudsten verzamelen zich om dit woord onder ogen te zien. Bij werkelijk belangrijke zaken raadpleeg je kennelijk de oudsten. En ook hier moeten we constateren dat die als zodanig ook bekend waren.

Tot slot nog de geschiedenis waar Paulus op de terugweg is naar Jeruzalem (waar hij zal worden gearresteerd). Hij reist via Efeze en wil daar graag de oudsten ontmoeten. Hand. 20: 17: Maar vanuit Milete stuurt hij bericht naar Efeze en roept de oudsten van de vergadering bij zich. In de verzen 28 – 32 staat vervolgens een prachtige taakomschrijving van de oudsten. Ook hier kan de conclusie geen andere zijn dan dat de oudsten van Efeze bij naam bekend waren.

Maar hoe weten wij vandaag de dag nu wie de oudsten zijn? Daarover een volgende keer!

om hen allerovervloedigst in liefde hoog te achten vanwege hun werk.

1 Thess. 5: 12, 13