Preek zondag 30 september 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-fareast-language:EN-US;}

De ware kerk des Heren,
in Hem alleen gegrond,

 

In christelijke gemeenten – wereldwijd – staat het onderwerp ‘leiderschap’ hoog op de agenda. Binnen gemeentes leidt dat soms tot spanningen. Op onze laatste gemeentevergadering spraken we af aan het onderwerp ‘leiderschap in de christelijke gemeente’ aandacht te gaan geven.

 

Maar dan moeten we eerst de vraag beantwoorden ‘wat is de christelijke gemeente?’ In Handelingen 2 begint de gemeente, op de pinksterdag. Drie kenmerken vallen daar op:

· De gemeente is ’het lichaam van Christus’

· De gemeente is kostbaar voor Christus

· De gemeente is de samenbinding van alle christenen.

 

In Mattheüs 16: 13 – 18 staat een bijzondere geschiedenis. Nadat Jezus aan zijn leerlingen heeft gevraagd ‘wie zeggen de mensen dat ik ben’, stelt hij hen de persoonlijke vraag: ‘en wie ben ik volgens jullie?’ Het is Petrus die Gods openbaring verwoordt (: 16): u bent de Christus de zoon van de levende God! Jezus had simpelweg kunnen bevestigen dat Petrus het bij ‘t goede eind had. Maar Jezus’ antwoord is heel wat meen bijzonder: en ik op mijn beurt zeg jou dat jij een Petrus,- rotsman, bent: op deze petra,- rots, zal ik mijn vergadering bouwen. De Heer kwam om zondaars te redden. Maar het doel was niet louter en alleen de individuele relatie met God tot stand te brengen, maar daarenboven het samenvoegen van al die individuele gelovigen tot de kerk, de gemeente.

Daaraan aansluitend kondigt Jezus (: 21) zijn lijden en sterven aan. Maar daarmee eindigt de gemeente niet! Ook niet met het overlijden van de apostelen. De gemeente groeit en blijft groeien op de oproep van Jezus (Mattheüs 28: 19, 20a): maakt alle volkeren tot leerlingen, hen dopend in de naam van de Vader en van de Zoon en van de heilige Geest, hen onderrichtend in het bewaren van al wat ik u heb geboden;

De Heer hield en houdt zielsveel van zijn gemeente. Alles had hij voor de gemeente over en alles gaf hij op voor die gemeente: met Filippenzen 2: hij heeft zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden tot in de dood, de dood aan een kruis. Dat kruis is de bron van alle leven. En Jezus wil die gemeente tot het mooiste maken wat maar mogelijk is (Ef. 5: 26, 27): opdat hij haar zou heiligen; hij heeft haar ook gereinigd in het waterbad, door zijn woord, om zelf haar in heerlijkheid naast zich te plaatsen: de vergadering zonder vlek of rimpel of wat dan ook van zulke dingen;

 

Dat lijkt een beetje op ‘eigenbelang van God:’ Hij maakt een cadeautje voor zichzelf. Het beeld moet echter begrepen worden in het licht van de Joodse traditie.

Voor het huwelijk werd een Joodse bruid toevertrouwd aan de meest intieme vriend van de bruidegom. Op de huwelijksdag stelde deze vriend de bruid dan voor aan de bruidegom. In de Heer Jezus komen deze twee ‘rollen’ samen: hij is zowel de bruidegom als ‘de vriend van de bruidegom.’ Het doel van Jezus’ kruisdood was dus het voorstellen van de gemeente aan zichzelf.

En tevens is hij het middelpunt van de gemeente: de gemeente is in alles volkomen betrokken op Jezus. Het sterkst ervaren we dat bij de viering van het avondmaal.

Wat is nu de kerk, de gemeente? 1 Korintiërs 12: 12, 13, 27: Zoals immers het lichaam één is en vele leden heft maar de leden van het lichaam, hoewel ze met vele zijn, één lichaam vormen, zo ook de Christus; want ook door één Geest zijn wij allen gedoopt tot één lichaam, ………Welnu, samen zijt ge: lichaam van Christus, en ieder ten dele: leden daarvan.

Bij de bekering wordt je deel van het lichaam van Christus. Dan wordt je ‘gedoopt met de Heilige Geest.’ Sommigen huldigen de visie dat die ‘doop met de Heilige Geest’ eerst later plaats vindt, na de bekering zelf. Maar daar wordt het begrip ‘vervulling’ met de Heilige Geest’ verward met de ‘doop met de Heilige Geest.’ De ‘vervulling met de Heilige Geest’ stelt ons in staat Christus te dienen en hem te belijden. De ‘doop met de Heilige Geest’ is een stempel dat ons vanaf het moment van onze bekering tot lid van de gemeente van Christus maakt.

Jezus Christus is het hoofd van de wereldwijde kerk, die alle wedergeborenen van welke kerk of denominatie dan ook omvat. Hij is daarmee ook het hoofd van elke lokale ‘vestiging’ van die wereldwijde gemeente. En over het leiderschap in die plaatselijke ‘vestigingen’ gaat het een volgende keer.

geschapen Hem ter ere,
de bruid van zijn verbond,