Preek zondag 23 september 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

En wij allen, ….., worden ….. van gedaante veranderd,

Je verstand staat er bij stil. Wij zijn ‘van vóór de grondlegging van de wereld’ uitverkoren door God. Wat bestond er vóór de grondlegging van de wereld? God. Hij die eeuwig kan zeggen: Ik Ben. En verder niks. Geen heelal. Geen engelen. Niets en niemand. En toen al koos God mensen uit. Toen had God een plan. Toen al wilde God zijn liefde openlijk tonen.

Toen wij mensen onze eigen glazen ingooiden was dat voor God geen reden om van zijn uitverkiezing af te zien. Een aantal keren begon God opnieuw: met Noach, met Abraham. En tenslotte zond Hij zijn zoon naar de aarde. Om de uitverkiezing waar te maken moest God in eigen Persoon ingrijpen.

In Johannes 12 heeft Jezus het daarover met een paar Grieken die naar Jeruzalem waren gekomen om te aanbidden ter gelegenheid van het paasfeest. Ze nemen contact op met Filippus: heer, wat wij willen is: Jezus zien! Het lijkt wel of Jezus in zijn antwoord volstrekt niet daarop ingaat, maar niets is minder waar! Want om de mensen weer bij God te brengen – waartoe we uitverkoren zijn immers! – moest de graankorrel in de aarde vallen en sterven. De weg tot God moest worden vrijgemaakt. God gaf en bevestigde zijn liefde aan zijn vijanden. De Heer Jezus gaf zijn leven zonder enige voorwaarde vooraf.

God had eerder al een offer gebracht om Adam en Eva – na hun overtreding – te bekleden met mantels van huid. Maar dat offer was onvoldoende om hen beiden in het paradijs te laten wonen. Ze moesten die plaats van gemeenschap met God verlaten.

Daarna offert Abel een lammetje. Offert Abraham zijn zoon Isaäk. Offert het volk Israel ‘een lam voor een huis.’

En dan offert Jezus zichzelf. Als het lam waarin ‘de Ene zal voorzien’. Zoals Romeinen 3: 25 het verwoordt: Hem heeft God tevoren aangewezen als middel van verzoening door geloof, in zijn bloed,

tot betoning van zijn rechtvaardiging door de vergeving van de zonden die tevoren zijn geschied.

Het komt voor dat vandaag de dag kinderen aan drank en drugs raken en grote schulden aangaan. Schulden die ze zelf niet kunnen betalen. En er zijn vaders die zo een schuld dan betalen. Omdat ze van hun kind houden. Onvoorwaardelijk. Ondanks anderen die zeggen ‘ je bent wel gek dat je dat doet!’ Het is als bij de verloren zoon. Al zijn schulden worden hem kwijtgescholden. Tegen nul inbreng van zijn kant. Genade is gratis voor de ontvanger ervan. Genade kost heel veel voor de verlener ervan. Het kostte Jezus het leven. Want er moet wel betaald worden! God kan de eis die de Wet stelt niet veronachtzamen. Maar Hij kan aan die eis wel zelf voldoen.

God verzamelt als het ware alle zonden. Van Abraham. Van Isaäk. Van Jacob. Van David. En van talloze anderen. Haalt de zonden op. En dan wordt alles afgerekend in de rechtszaal van Golgotha. Gods rechtvaardigheid jegens ons mensen en onze rechtvaardiging wordt op het kruis een feit. Met Rom. 3: 26: …………..voor de betoning van zijn rechtvaardiging in het tijdsgewricht van nu, zodat hij rechtvaardig blijft ook als hij rechtvaardigt wie leeft uit het geloof van Jezus.

Wanneer wij zo gerechtvaardigd zijn is de weg naar God open. Is onze uitverkiezing van ‘vóór de grondlegging van de wereld’ een realiteit geworden. Komt de Heilige Geest in ons om ons van binnen schoon te maken voor God. Gaat Hij aan het werk om ons dagelijks te vernieuwen.

Want wij zijn huisgenoten van God. We zijn in Zijn huis niet (langer) te gast. Nee, we wonen er.

want door hem hebben wij ….. in één geest toegang tot de Vader. Dus zijt ge dan geen

‘vreemdelingen en bijwoners’ meer, nee, ge zijt medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God (Ef. 2: 19).

Soms denken we wel eens dat we bij God op bezoek mogen, dat we gasten van Hem zijn. Maar we hoeven niet op bezoek te gaan bij Hem, want we mogen bij Hem wonen! We kunnen altijd bij Hem binnenlopen!

‘Doe alsof je thuis bent’ zegt God. Ik heb je uitverkoren.

van heerlijkheid tot heerlijkheid,……