Preek zondag 15 juli 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

ik bid u, mijn Heer: zend toch wie uw hand zal zenden!

 

Als je er zelf voor kunt kiezen is het heerlijk om niks te doen. Lekker de boel de boel laten. Maar als je de opdracht krijgt om zes weken niks te doen – bijvoorbeeld na een operatie – wordt dat anders: die tijd kan je wel eens heel zwaar vallen. Hoe kom je aan het eind van die weken?

 

Dan kan het zijn dat je plotseling rust en tijd vindt om na te denken. Dat je je gedachten richt op één onderwerp. Bijvoorbeeld op Gideon. Een opmerkelijke persoon uit een opmerkelijk Bijbelboek.

 

Het boek Richteren is eigenlijk een droevig boek. Het staat bol van ellende en onrecht. Van oorlogen en strijd. Je vraagt je soms af wat God daarmee nou wil. Het is goed te bedenken dat Gods gedachten hoger – en beter – zijn dan de onze. En ook dat het God nooit uit de hand loopt. Laten we eens kijken naar het roepingsvisioen van Gideon (Rechters 6: 11 – 16):

 

Dan komt een engel van de Ene en zet zich onder de eik bij Ofra,die van Joasj de Aviëzriet. Zijn zoon Gideon is bezig tarwe te dorsen in de perskuip,om die te onttrekken aan de verschijning van Midjan. Dan laat de engel van de Ene zich aan hem zien; hij zegt tot hem:de Ene zij met je, held vol kracht! Gideon zegt tot hem: ach mijn heer, als de Ene met ons is,waarom treft ons dan dit alles?- en waar zijn al de wonderen waarover onze vaderen ons hebben verteld en zeiden: heeft de Ene ons niet doen opklimmen uit Egypte?- nú heeft de Ene ons verworpenen gegeven in de handpalm van Midjan! De Ene wendt zich tot hemen zegt: ga heen in deze kracht van jou, bevrijden zul jij Israël uit de handpalm van Midjan; heb ik je niet gezonden?! Hij zegt tot hem: ach mijn heer,waarmee zal ik Israël bevrijden?-zie, mijn duizendtal is het armste in Manasse en ik ben de geringste in het huis van mijn vader! Hij zegt tot hem: omdat ik met je zal zijn zul jij Midjan verslaan als was het één man!

Toen de Israelieten in het beloofde land kwamen kregen ze de opdracht om het land zelf te veroveren. In rechters 1 lezen we dat minstens acht van de twaalf stammen dat niet deden. Ze lieten de oorspronkelijke volken min of meer ongemoeid, tegen het gebod in. De gevolgen waren groot. De Joodse eredienst raakte vermengd met heidense invloeden. Over en weer werden huwelijken gesloten. God werd compleet vergeten. Totdat er een vreemd volk binnenviel en alles ging overheersen. Dan riepen de Israëlieten tot God om hulp. En God stelde dan een rechter aan die bevrijding bracht. Waarna de geschiedenis weer van voor af aan begon.

 

Ten tijde van Gideon werd Israel onder de voet gelopen door de Midianieten. Ze stalen al het voedsel dat ze mee konden nemen en vernietigden de rest. En op het hoogtepunt van die misère verschijnt God zelf (De Engel des Heren = Jezus) en neemt heel individueel met Gideon contact op. “Held vol kracht” noemt God hem. Maar dat hoort Gideon kennelijk niet. Hij begint een klaagzang af te steken over de ellendige toestand van Israel. En wie heeft die toestand laten ontstaan volgens Gideon? Juist, God zelf. Want “nú heeft de Ene ons verworpenen gegeven in de handpalm van Midjan!

Herkennen we dat wel een beetje? Dat God ook ons wel eens individueel aanspreekt? En dat wij net als Gideon dan een verhaal hebben dat erop neerkomt dat God aan het verkeerde adres is?

God gaat op Gideons opmerking niet in. Is er kennelijk ook niet boos over. Maar God herhaalt wel zijn opdracht. En dat in een land waar geen eten was en ook geen wapens. Begin er maar eens aan. Maar God onderstreept zijn opdracht met de woorden “omdat ik met je zal zijn zul jij Midjan verslaan als was het één man!

Dan buigt Gideon een beetje bij. Helemaal overtuigd is hij trouwens niet. Hij vraagt een zekerstelling dat God is wie Hij beweert te zijn. Gideon wil bewijs, wil een teken. Gideon gaat naar huis, slacht een bokje en zet het vlees met de matses en de saus op aanwijzen van God op een rots. En in een flits wordt het offer verteerd. Het altaar is een beeld van afhankelijkheid en van aanbidding. Kennen wij dat ook? Hebben wij een plaats om te aanbidden? Om God te vertellen hoe blij we met Hem zijn? Om onze afhankelijkheid van Hem te ervaren?

De relatie tussen God en Gideon wordt sterker en vertrouwder met elk volgend gesprek. Gideon kreeg op zijn verzoek drie tekens; het vierde bood God ‘m aan. Hoe staat het met mijn en uw relatie met God: wordt die ook sterker?

Ik zal zijn met je mond en je leren wat je zult verwoorden!