Preek 8-11-2009


Beloftes aan de overwinnaar!

Openbaring 2: 12 – 17

 

In Klein-Azië (nu Turkije) waren en veel christelijke gemeenten.Zeven daarvan werden specifiek aan Johannes toegeschreven. Hij stichtte ze wellicht, bezocht ze, droeg zorg voor ze.

En dan plotseling wordt Johannes verbannen naar Patmos. Daar kan hij niks doen voor zijn gemeenten, geïsoleerd als hij er was. En hij maakt zich zorgen over hen.

Maar dan krijgt Johannes een visioen op Patmos (Op.1). In stralende pracht – met een gezicht dat feller straat dan de zon – loopt de Heer zelf tussen zeven standaards door. En zegt ‘de zeven standaards die ik je laat zien zijn jouw zeven gemeenten.’ Maak jij je maar geen zorgen, Johannes. Ik zal voor de zeven gemeenten zorgen. Zoals ik tussen de standaards doorloop.

De derde brief was die aan Pergamum. Nu een ruïne in Klein-Azië, naast Bergama. Toen een rijke en machtige stad, gelegen in een land dat als Romeinse provincie zelf recht mocht spreken en de doodstraf zelf kon opleggen en uitvoeren.

In dat licht is de aanhef hij die het tweesnijdende scherpe zwaard heeft’ veelzeggend: mijn macht gaat elke wereldlijke macht ver te boven, zegt de Heer!

En hij weet precies hoe de situatie van de christenen in Pergamum is: ik ken de plaats waar je woont: daar waar de troon van de satan is’ Die plek is dus levensgevaarlijk voor christenen! Maar de oplossing is niet: weg daar! De Heer laat zijn volgelingen er blijvend wonen. In de wereld, maar niet van de wereld. Net als vandaag de dag. We weten dat de wereld een slechte en gevaarlijke plaats is. Dat we de grens in acht te nemen hebben. Maar we hebben er wel onze plaats.

Wat was die troon van satan? Er zijn wel drie mogelijkheden geopperd:

· Het levensgrote altaar voor Zeus, op een hoge heuvel gelegen en thans te zien in een Berlijns museum;

· Een geneeskrachtige bron, waarbij zich een heiligdom van Aesculapius bevond. De medische faculteit stond in hoog aanzien (met bij de ingang een bord ‘toegang is verboden voor de dood’), maar het was tevens een centrum van prostitutie;

· Tempel van Trajanus, waar elke inwoner eenmaal ’s jaars verplicht was te offeren, onder de belijdenis van ‘de keizer is heer.’ Voor christenen een onmogelijke opdracht. Al sloten sommigen het compromis om met de mond de tekst hardop uit te spreken, maar in hun hart Jezus te belijden. Een onmogelijk compromis.
Antipas wilde dat compromis kennelijk niet: hij nam de consequentie van zijn geloof en weigerde de keizer te erkennen als heer. Hij werd ter dood gebracht!

Twee dingen heeft de Heer tegen de gelovigen uit Pergamum:

· Dat sommigen de leer van Bileam volgen (zie Num. 22 – 24). Al de pogingen van koning Balak om Israël vervloekt te krijgen door de profeet Bileam liepen spaak door Gods ingrijpen. Maar tot slot wist Bileam kennelijk toch een sluwe raad te slijten: ga als Moab feestvieren met de Israëlieten en laat je meisjes vrijen met de Israëlitische jongens. De straf van God kostte 24.000 Israëlieten het leven.

· Leer van de Nikolaïten. Het instellen van een aparte ‘laag’ in de christenheid waarmee er een principiële scheiding kwam tussen de gelovigen en hun leiders.

Wie overwint……Deze woorden leiden tot een blik in de hemel.

· Daar is het verborgen manna. Daar zijn kenmerken en heerlijkheden van onze Heer, die we in onze aardse tijd nimmer zagen. Daar is ons kennen volkomen, nu ten dele.

· Daar ontvangen we een witte steen. In de rechtspraak een teken van onschuld. We zullen ook gekleed zijn in wit linnen. Allemaal gelijk aan elkaar, en volmaakt voor God.

· Daar krijgen we een nieuwe naam. Daar zal God ons laten zien wie we ten diepste voor hem zijn. Daar bereiken we onze uiteindelijke bestemming.

Hoe geweldig is het dat God aan het eind van de brief aan Pergamum ons een blik in onze volmaakte toekomst geeft. Geeft dat werkelijk richting aan ons bestaan op aarde? Aan onze dagelijkse keuzes?