Preek zondag 29 april 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin; mso-fareast-language:EN-US;}

Door Uw gevangenschap, zoon van God,
is voor ons de vrijheid gekomen;

Uw kerker is de genadetroon,
de vrijplaats voor alle vromen;

 

Er wordt wel gezegd dat wij ‘in Christus zijn.’ Die zegswijze komt – in variaties – vele malen voor in het oeuvre van Paulus. Paulus stelt het voor als een totaal nieuwe werkelijkheid voor de gelovige christen. Wat moeten wij daaronder verstaan? Wat betekent dat voor ons als gelovige mensen? In Galaten 3: 23 – 4: 7 legt Paulus uit wat hij daaronder verstaat.

 

Eerst spreekt hij – zelf een Jood! – Joodse lezers aan. Voordat het geloof kwam werden wij onder een Wet gevangen gehouden totdat het toekomstige geloof zou worden geopenbaard.

Kijk, zegt Paulus, wij Joden hadden een Wet voorgeschreven gekregen. Die Wet had zeggenschap over alle aspecten van heel het leven. Eten, kleding, onderlinge relaties, alles viel onder een voorschrift. Paulus noemt de Wet een opvoeder, een soort nanny dus. De situatie die hij schetst is die van gevangenschap. De Wet leert je dat je fouten hebt en dat je te kort schiet.

Maar toen kwam Christus. Hij vervulde de Wet. Hield alle geboden. Voldeed aan al Gods eisen. Hij was de Rechtvaardige. Als zondeloze onderging Hij aan het kruis de straf die ons wachtte. Zodat de Wet voor ons een opvoeder tot Christus is geweest, opdat wij uit geloof worden gerechtvaardigd. Maar nu het geloof gekomen is staan wij niet meer onder een opvoeder. Allen immers zijt ge zonen-en-dochters van God door het geloof in Christus Jezus.

En daar laat Paulus zijn Joodse lezers de verandering van hun positie, van hun status zien. Ze waren gevangenen van de Wet en zijn kinderen van God geworden. Omdat ze geloofden in Christus en in Zijn plaatsvervangend lijden. De heilige Geest doopt ons tot leden van Christus’ lichaam. En in die positie staan we in relatie met God de vader en met elkaar. De Joden hadden dus niet een relatie met God op grond van hun lijfelijke afstamming van Abraham. De relatie met God was gebaseerd op hun geloof in Christus Jezus.

‘Heel mooi’ zouden we kunnen zeggen. Prachtig voor de Joden. Maar wij, niet-Joden dan? In hoofdstuk 4 van Galaten houdt Paulus een analoog betoog, maar nu gericht aan niet-Joden. Wij waren toen we onmondig waren geknecht onder de elementen van de wereld. We zaten weliswaar niet gevangen onder de joodse Wet, maar wel in de cultuur en de tradities waarin we geboren waren. En ook daar geldt een nieuwe positie voor hen die in Christus geloven.

Paulus vergelijkt dat met een adoptie.

In de tijd dat deze geschiedenis is opgeschreven gold bij een adoptie dat dat betrekking had op een volwassen persoon. Als een Romeins burger zo op iemand gesteld raakte dat hij die persoon wilde adopteren, kreeg die persoon zonder uitzondering alle rechten alsof hij een lijfelijke zoon was. En deze adoptie was onomkeerbaar. We lezen dat bijvoorbeeld in het boek ‘Ben-Hur, a Tale of the Christ’ van Lewis Wallace en zien at in de gelijknamige film. Na drie jaar gevangenschap als galeislaaf trekt Ben-Hur de aandacht van de consul Quintus Arrius, die de vader van Ben-Hur nog gekend heeft. Tijdens een zeeslag slaagt hij erin het leven van Arrius te redden. Arrius adopteert hem daarna als zijn zoon. Heel de erfenis van Arrius is voor Ben-Hur.

Als het gaat om de zegswijze dat wij ‘in Christus zijn’ kunnen we drie conclusies trekken:

 

1. Het gaat om onze verlossing. We zijn verlost van de vloek van de Wet, omdat Christus die vloek droeg, een vloek werd. Wij zijn absoluut vrij.

2. Onze positie is gepromoveerd van gevangene in een kerker tot kind van God in de vrijheid. En die positie is er voor eeuwig. God ging een onverbrekelijk contract aan.

3. En die positie houdt een nauwe, warme relatie met God in. We mogen hem vertrouwelijk met ‘Abba, Vader’ aanspreken. Met God en met onze medechristenen kunnen we een nauwe, warme relatie hebben. In Christus hebben we vrede, veiligheid en zekerheid. En we zijn lid van Zijn huisgezin.

 

 

Want als Gij de knechtschap niet was aangegaan,

had onze knechtschap eeuwig bestaan.

J.S. Bach, Johannes Passion, koraal 22 (vertaald)