Preek zondag 18 maart 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

 

Hoger als mijn oogen dragen,

wijder als de winden jagen,

dieper als de diepe zee,

over al heerscht God alleen:

Voelt u zich wel eens in de steek gelaten? Door personen waarvan u houdt? Of zelfs door God? Dat je het gevoel hebt dat God wel heel erg ver weg is? De geschiedenis van Jezus die over het water loopt gaat daarover. We lezen ‘m in Mattheüs 14: 22 – 33.

Jezus werd door veel mensen gevolgd. Hij genas de zieken onder hen. Tegen de avond vonden zijn leerlingen dat hij de mensen moest wegsturen: er was immers geen eten voor hen. Maar Jezus geeft vijfduizend mannen (zonder de vrouwen en kinderen te tellen) te eten. De mensen zijn dusdanig onder de indruk dat ze hem met geweld wilden meenemen om hem koning te maken. Jezus stuurt zijn discipelen vooruit naar de overkant van het meer. En hij ontloopt de menigte door in afzondering een berg te beklimmen om daar te bidden.

Ondertussen waren de twaalf discipelen op het water en het ging daar niet goed! Hoge golven en flinke tegenwind… ze waren in grote moeilijkheden gekomen. Zo iets hadden ze al eens eerder meegemaakt, maar toen was Jezus bij hen aan boord. (Mat.8:23-27) Nu is de situatie toch anders, ze staan er nu alleen voor… Jezus was op de berg om te bidden, het was donker en het stormde, maar tóch: Hij zag zijn vrienden in moeilijkheden. Dwars door de storm heen, zíét Hij ze en komt Hij naar ze toe.

Soms lijkt het bij ons ook alsof Jezus er niet is. Hij is dan voor ons gevoel zó ver weg, alsof Hij op een hoge berg zit en met zijn gedachten niet op de aarde is. Dan kun je je net zo voelen als de discipelen, bang voor de nacht, het donker en de zware storm. Je zwoegt als het ware om vooruit te komen, maar je schiet geen meter op. En waar is Jezus dan!?

Uit dit verhaal kun je leren, dat Jezus ons altijd ziet. Ook nu is de Heer eigenlijk afwezig: Hij is voor de ogen van zijn discipelen naar de hemel gegaan. En op aarde lijkt het wel of alles tegen zit; het stormt en gaat tekeer. Maar weet je wat Jezus daar in de hemel doet? Hij bidt voor zijn discipelen. Hij “zit aan de rechterhand van God, waar Hij onze belangen behartigt.” (Rom.8:34, Hebr.7:25) Hij wéét wat we nodig hebben – wat onze belangen zijn, want Hij kent ons en ziet ons.

Jezus loopt over het water naar zijn leerlingen. Die herkennen ‘m niet raken in paniek: een spook! Hoe vaak overkomt het ons dat we Jezus niet herkennen? Zoals ooit de Emmaüsgangers. Terwijl Jezus dan helemaal niet geërgerd reageert. Ook hier niet: Hij zegt houdt moed, ik ben het, vreest niet! In die kalmerende woorden hoorde Petrus Gods Naam. God, die zich bekend maakte als IK BEN (Ex 3: 14). Als de God van hemel en aarde kon Hij op water lopen. En Petrus doet wat een discipel moet doen: hij vertrouwt Jezus volkomen. Als Jezus hem dan ook roept om uit het schip te stappen en naar hem toe te komen doet Petrus dat. Hij loopt op het water. Weg uit de relatieve veiligheid van de boot.

Maar het gaat mis als Petrus zich realiseert dat het nog steeds heel hard waait. Zijn vertrouwen gaat onderuit. En hij begint te zinken. Hoe vaak voelen wij de grond onder ons wegzakken? ‘Jezus, hoe kan dit! Waar bent U, God! Waarom gebeurt dit?’

En weg zonk ons vertrouwen in Jezus, Gods Zoon, de Almachtige… We keken naar de golven en raakten er van onder de indruk. Soms zelfs zo, dat we vergeten wie Hij is – dat we vergeten, dát Hij er is; in de hemel, om onze belangen te behartigen. Om Gods plannen met deze wereld verder uit te voeren. Plannen die wij niet altijd begrijpen – soms zelfs gewoon stóm vinden, net zoals de discipelen het niet snapten dat Jezus geen Koning wilde worden in Jeruzalem. Het kan zelfs zover gaan, dat je helemaal geen plan van God meer ziet, maar dat je alleen maar doodsbang wordt van al het natuur- en oorlogsgeweld op aarde. Dan grijpt het je aan, zoals bij Petrus, en je zinkt erin weg.

Jezus pakt de hand van Petrus. Samen stappen ze aan boord. En ogenblikkelijk is alles rustig. En de discipelen die de ongelofelijke gebeurtenissen zien belijden: u bent werkelijk een zoon van God! Maar dat hadden ze een paar uur eerder – bij de wonderlijke spijziging – toch ook al gezien? Waren ze dat vergeten? Kennelijk moeten ook wij deze waarheid steeds weer opnieuw te binnen gebracht krijgen. En moeten ook wij steeds weer onder de indruk komen van wie Jezus is. Dat hij ons denken ver te boven gaat. Moeten ook wij steeds opnieuw leren hem te vertrouwen.

een, drie-een, zelfstandig Wezen,

nu, toekomstig en voordezen

is God, was God altijd, en

eeuwig zal Hij zeggen: Ik Ben.