Preek zondag 12 februari 2012


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

Hierin bestaat de liefde: niet dat wij God hebben liefgehad,

 

Wie is God? Hebt u Hem wel eens gezien? Nee? Hoe weet u dan dat Hij bestaat? Is het niet veel simpeler om er maar niet op te speculeren en de stelling “wat je niet ziet, dat bestaat ook niet” aan te hangen?

Dat niemand ooit God gezien heeft staat trouwens in de bijbel. Joh. 1: 18: God: niemand heeft hem ooit gezien; En voor wie buiten elke context wil citeren is daarmee de kous af. Je kunt van God dus niks weten lijkt die frase te zeggen. Maar niks is minder waar, want de eniggeboren Zoon, die de Vader het naast aan het hart is, hij legt hem aan ons uit! God heeft een zoon! Die zoon kwam vanuit de hemel naar de aarde. Hij werd mens. En die zoon vertelt ons alles over zijn Vader. Dat is de Heer Jezus. Die op aarde goed deed. Die genas. Die zonden vergaf. Die de dood stierf die wij mensen hadden verdiend.

Johannes zegt: wil je God zien? Kijk dan naar Jezus! Vanuit de meest intieme relatie – die tussen de vader en de zoon die de vader het naast aan het hart ligt – laat Jezus ons God zien.

In de geschiedenis van de twee verloren zonen zien we ook Gods beeld opdoemen. Aan beide zoons biedt de Vader alles aan. Maar slechts één pakt het aanbod ook. De ander, vol wrok, blijft buiten staan; hij weigert binnen te komen. Maar bij de Vader is van wrok geen sprake. Hij is Liefde in eigen persoon. Hij staat met zijn armen open ons op te wachten. Hij heeft eindeloze liefde voor zijn kinderen. En hoeveel te meer zal God ook ons dan niet liefhebben?! God is vooral en vooreerst onze Vader. Hij houdt van ons met een absolute liefde. Dat heeft Zijn zoon ons verteld. En vervolgens heeft die zoon de consequentie daarvan – de dood aan een kruis – gedragen. Als zoenoffer.

Een jongen met zijn zusje logeerde bij opa en oma op de boerderij. Opa had de jongen een katapult gegeven waarmee hij op een stapel hout mocht schieten. Hij wist de stapel met hout niet raken. Balend liep hij terug naar de boerderij toen oma riep voor het eten.

In een opwelling schoot hij een laatste steentje naar de lievelingseend van zijn oma. Raak! Het beestje was opslag dood. De jongen schrok zich rot. In paniek smeet hij de eend achter de stapel hout. Zijn zusje had het allemaal zien gebeurden.

Na de lunch vroeg oma: “Silvia, wil jij de borden afwassen?”

“Nou, Coen zei net dat hij dat hij u wil helpen vandaag”, zei ze en ze keek haar broer aan met een blik die zei: “denk-aan-de-eend”. Coen waste de borden af.

“Wie gaat er mee vissen?” vroeg opa even later. Oma zei: “ Het spijt me, maar ik heb Silvia nodig om te helpen met het eten koken.” “Oh, dat is niet erg hoor” zei Silvia, “Coen wil dat vast wel doen.” Met weer die “denk-aan-de-eend” blik. En dus ging Silvia mee vissen.

Zo ging het een paar dagen door. Tot Coen het beu was en alles opbiechtte. Oma gaf hem een grote knuffel. “Ach ventje, weet je, ik zag het allemaal gebeuren. Ik heb het je vergeven, omdat ik van je houd. Maar ik was wel benieuwd hoe lang Silvia jou als slaaf kon gebruiken.”

Hebt u ook zonde(s) die de vijand u onder de neus wrijft? Wat het ook is: Jezus stond achter het raam en Hij zag het allemaal gebeuren. Hij vergeeft het omdat Hij van u houdt. Misschien was Hij ook benieuwd hoe lang u de vijand de kans gaf om u als slaaf te gebruiken. Vertel Hem uw zonde. Hij vergeeft. En bevrijdt.

En vergeet!

In zijn eerste brief (1 Joh. 4: 7 – 16) drukt Johannes elk idee dat er tussen God en ons een soort ruilrelatie bestaat (waarbij wij in ons doen en denken Hem toch een beetje zouden verplichten tot coulance) krachtig de kop in. Alle liefde komt van God. Hij ìs Liefde in Persoon. Wij zijn louter ontvangers. God is liefde; wie blijft in de liefde, blijft in God en God blijft in hem. Gods liefde is onomkeerbaar. Mochten wij veranderen, Hij nooit. Want zichzelf verloochenen (zijn liefde terzijde stellen) kán hij niet. Goddelijke liefde is liefde die niet verandert, ook niet als zij verandering ontmoet.

maar dat hij óns heeft liefgehad

en zijn Zoon gezonden heeft als zoenoffer voor onze zonden.