Preek zondag 24 december 2011


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false /* Style Definitions */ table.MsoNormalTable {mso-style-name:Standaardtabel; mso-tstyle-rowband-size:0; mso-tstyle-colband-size:0; mso-style-noshow:yes; mso-style-parent:””; mso-padding-alt:0cm 5.4pt 0cm 5.4pt; mso-para-margin:0cm; mso-para-margin-bottom:.0001pt; mso-pagination:widow-orphan; font-size:12.0pt; font-family:”Times New Roman”; mso-ascii-font-family:Cambria; mso-ascii-theme-font:minor-latin; mso-fareast-font-family:”Times New Roman”; mso-fareast-theme-font:minor-fareast; mso-hansi-font-family:Cambria; mso-hansi-theme-font:minor-latin;}

In een kakofonie van religies

 

Algemeen

De brief aan de Kolossenzen werd door Paulus geschreven gedurende zijn eerste gevangenschap te Rome (Handelingen 28:16-30), waarschijnlijk in het voorjaar van 57.

Evenals sommige andere brieven, bijvoorbeeld die aan Korinthe, werd deze brief geschreven naar aanleiding van informatie die hem bereikt had over de situatie in de gemeente daar (1:4-8). Het doel van zijn brief is het corrigeren van ideeën van een aantal gemeenteleden, die leringen uit de oosterse mystiek en het ascetisme met het christendom wilden combineren.

Hoofdstuk 1: 1 – 11

Paulus introduceert zichzelf met gezag: hij is niet zo maar iemand die een brief schrijft, maar hij is door God zelf uitgekozen en aangesteld als apostel, dat betekent ‘gezondene’. Hij schrijft dus uiteindelijk met Goddelijk gezag. 
Paulus is nooit in de gemeente van Kolosse geweest en daarom heeft de gemeente er recht op te weten vanuit welke bevoegdheid Paulus hen aanschrijft. Ze kenden in Kolosse waarschijnlijk Timoteüs wel. Timoteüs onderschrijft dus wat Paulus in de brief zegt. Hij noemt hem ook niet voor niets ‘onze broeder’: Timoteüs is hun gezamenlijke broeder en daarom heeft de gemeente van Kolosse ook een band met Paulus. Zo introduceert Paulus zichzelf: hij is door God uitgezonden en wordt ondersteund door een bekende en betrouwbare broeder.

Paulus schrijft aan de Kolossenzen. De plaats bestaat nu niet meer. Toen was het een belangrijke handelsstad met veel verschillende nationaliteiten binnen de muren. En al die nationaliteiten hadden zo hun eigen goden en godinnen. Het leek er wel een religieuze supermarkt. Net als vandaag de dag, waar Allah, Brahman, Boedda, Jezus en New Age ook over elkaar struikelen zowat. En vandaag worden al die stromingen gezien als uitingen van hetzelfde. Als wegen die allemaal naar God leiden.

Paulus stelt zich daartegen teweer. Als je het christelijk geloof laat samensmelten met andere religies verliest Christus zijn unieke en centrale plaats. Christus verwordt dan tot een inspirerende persoon. Maar hij verliest zijn positie als Gods Zoon.

Christelijke gemeente zijn was toen en is vandaag best lastig. Je bent wel in maar niet van de wereld (Joh. 17: 9 – 16). Paulus spreekt zijn lezers aan met heilige en gelovige broeders-en-zusters in Christus. Niet als een algemeen mengelmoesje, maar als mensen die apart gezet zijn door en voor Christus. En Paulus’ bedoeling is het om de eenheid in en met Christus te behouden.

 

Paulus groet dan de lezers. Hij wenst hen genade zowel als vrede. Charis en Shalom. Grieks zowel als Joods. Paulus sluit aan bij woorden en begrippen die in Kolosse bekend waren en dagelijks gebezigd werden. Net zoals hij dat deed in zijn beroemde rede op de Areopagus (Hand. 17: 23). Paulus past taal- en woordgebruik aan aan zijn toehoorders. Met als boodschap dat Christus alles is wat ze nodig hebbe (Zie Kol. 2: 2 – 3). Als we ons geloof vermengen net buitenchristelijke zaken moeten we worden gewaarschuwd. Want dan lopen we gevaar de kern ervan – Christus – te verliezen.

 

Paulus begint zijn waarschuwing niet met een verwijtende of bestraffende boetepreek. Maar met een dankgebed (vers 3 – 8). Hij spreekt God aan, en vertelt hoe blij hij is met het geloof in Christus, met de liefde voor alle heiligen (:4) en met de hoop op de toekomst (:5) die de christenen in Kolosse laten zien.

Paulus rept hier niet over het begrip kennis. Met kennis kun je makkelijk opscheppen. Kennis maakt nogal eens opgeblazen. Kennis werkt vaak juist niet samenbindend.

 

En vanuit de band die Paulus heeft met de christenen in Kolosse doet hij voorbede voor hen (: 9 – 11). En noemt dan wel de kennis. Maar noemt dat specifiek de kennis van God. Paulus’ gebed heeft een voelbare emotie. Hij wil het geluk van de christenen in Kolosse. Mensen van wie hij houdt. Mensen die hij dient in liefde, het tegendeel van het hooghartig de plaats wijzen. Paulus wil dat ze het goed hebben en dat ze het goed houden.

Paulus staat naast de mensen in Kolosse. Niet boven hen. Want ook Paulus hoort – net als zijn lezers – tot de heilige en gelovige broeders-en-zusters in Christus.

 

de juiste toon