Preek zondag 23 februari 2020

Jezus leert ons samen zijn in harmonie

 

Wandelen in de natuur wordt tegenwoordig behoorlijk gepromoot. In onze gejaagde maatschappij, in de rusteloze wereld, zoeken we naar verademing en ontspanning. En dan blijkt twee uurtjes wandelen in alle opzichten heilzaam te zijn. Lichamelijk vaar je er wel bij, en twee uur niks aan je hoofd dan wat wind is geestelijk ook heel rustgevend. Een hele waslijst van positieve effecten leert ons dat een paar uur in de natuur wonderen werkt. Als we tenminste onze smartphone thuis laten……. 

Wandelend in de natuur kun je ook prachtig bespiegelend nadenken over God. Bijna ongemerkt met Hem bezig zijn. In de natuur, die door hem geschapen is. Waarin Zijn ordening zichtbaar wordt, in een eindeloze variëteit. God maakt Zichzelf kenbaar in de natuur zegt Rom. 1, 20: vanaf de schepping der wereld wordt al wat onzichtbaar is van hem aan zijn daden opgemerkt en gezien: én zijn altijddurende kracht én zijn goddelijkheid,

Achter de schepping zit de Schepper. En Gods eindeloze wijsheid weerspiegelt zich in de samenhang die in heel de schepping wordt waargenomen. Elk onderdeel is daar nodig. Als wij mensen de balans verstoren krijgen we dat op ons brood. Gods scheppingsorde kunnen we maar beter respecteren.

En dat geldt ook voor de ordening die God graag ziet in Zijn gemeente. In het stukje dat we lezen (Ef. 3, 14 – 21) staat het woord ‘samen’ centraal. Christen ben je niet individueel op je eentje. Christenen vormen een broeder-en-zusterschap; Jezus leert ons samenleven als gezin. 

Een leeuw heeft niet heel veel kans om z’n prooi te bespringen en te doden als de kudde compact bijeenblijft. Maar als er zieke dieren achterblijven, of jonge beesten vrijelijk rond gaan zwerven weet de leeuw ze te pakken te nemen. Als christelijke gemeente moeten we daarom heel sterk een gemeenschap zijn. Moeten we elkaar vasthouden.

De brief aan Efeze heeft het over de christelijke gemeente als het ware lichaam van Christus. De eerste hoofdstukken beschrijven Gods glorie. Ongeacht hun herkomst zijn alle christenen – joden en heidenen – in de christelijke gemeenschap één. En als Paulus ergens de nadruk op legt is dat wel op het voorkómen van verdeeldheid en scheuring:

Vers 15: God is vader van elke gemeenschap in de hemel en op aarde

Vers 16: Gods geest versterkt ons innerlijk met kracht

Vers 17: Gods Gezalfde zal zijn huis vinden in onze harten, geworteld als we zijn in de liefde

Vers 18, 19

opdat ge sterk genoeg zult zijn
om samen met alle heiligen te bevattan
war de breedte, lengte, hoogte en diepte is,
en om
de alle kennis overtreffende liefde
van de gezalfde
te kennen,
opdat ge vervuld moogt worden
tot aan heen de volheid van God.

Vers 20: God, die bij machte is meer dan overvloedig te doen boven alles wat wij bidden of denken,

Vers 21: Aan God komt alle eer toe in de kerk en in Christus Jezus, tot in alle geslachten van de eeuwigheid der eeuwen. 

Als wij christenen staande willen blijven in deze tijd van individualisme hebben we de christelijke gemeenschap meer dan ooit nodig. Want alleen zullen we nooit kunnen bevatten hoe groot God is. God geeft zijn openbaring aan heel de kerk. En dan is ook heel die kerk, met al zijn kerkgenootschappen, nodig om iets te snappen de grootheid en alomvattendheid van Gods openbaring, die ons vermogen tot begrijpen overigens te boven gaat. 

Laten we dat Goddelijk perspectief ons maar weer eens voor ogen stellen. Het is heilzaam voor ons christen zijn. Zoals een goede wandeling in de natuur heilzaam is voor ons lichaam. 

Zoveel mensen, zoveel harten, Hij maakt ons één