Preek zondag 16 februari 2020

Het leven is… geen vrede alhier, geen wapenstilstand vragen:

Onze spreker is ambassadeur van de Stichting De Ondergrondse Kerk (SDOK). Dominee Richard Wurmbrand zette zich jarenlang in om aandacht te vragen voor de vervolging van christenen in communistische landen; later werden de activiteiten uitgebreid naar vervolgde christenen in de hele wereld en dan met name in de islamitische landen. De geboden steun vanuit Nederland heeft een jaarbudget van zo’n twee miljoen Euro; de overheadkosten belopen niet meer dan twee procent daarvan.

De vraag is: wat kunnen wij in Nederland leren van de christenen die wereldwijd worden vervolgd. We lezen 

Romeinen 12, 9 – 15: 

9 De liefde zij ongeveinsd. Verafschuwt het boze, weest gehecht aan het goede; 10 in de broeder-en-zusterlijke liefde jegens elkaar hartelijk liefhebbend, in eerbetoon elkaar voorgaand, 11 in ijver niet verflauwend, in geestkracht vurig, aan de Heer dienstbaar, 12 in de hoop vol vreugde, in de verdrukking geduldig, in het gebed volhardend, 13 in de behoeften van de heiligen delend, de liefde voor vreemdelingen najagend. 14 Zegent wie u vervolgen, zegent, en vervloekt niet. 15 Verheugt u met verheugden, weent met wenenden.

En 1 Petrus 5, 8 – 11:   

Weest nuchter, blijft wakker; uw tegenpartij de uiteenwerper gaat rond als een brullende leeuw, zoekend wie hij kan verslinden; 9              weerstaat hem, vast in het geloof, en weet dat hetzelfde van al dit lijden aan uw broeders-en-zusters in (de) wereld wordt voltrokken. 10 Maar de God van alle genade, die u geroepen heeft tot zijn eeuwige heerlijkheid in Christus, zal u na een korte tijd van lijden zelf toerusten, bevestigen, sterken, grondvesten; 11 hem zij de kracht tot in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Romeinen gaat ervan uit dat Christus zeggenschap heeft in het leven van de christen. Vandaag de dag zetten we daar wel eens vraagtekens bij. Hoe absoluut is dat eigenlijk bedoeld? In de wereld om ons heen geldt volgens Kinneging[1] ‘Het mateloze egocentrisme en egoïsme ……. is ook nog eens verheven tot het hoogste morele gebod: ik moet bovenal mezelf zijn.’ En dit egocentrisme komt ook de christelijke gemeente binnen. We ontsnappen ook als christenen beslist niet aan de invloed van het ‘ik-tijdperk’ waarin we al meerdere decennia leven.

Petrus spoort ons aan om overeind te blijven. Hij gebruikt het beeld van een brullende leeuw. Een leeuw heeft niet heel veel kans om z’n prooi te bespringen en te doden als de kudde compact bijeenblijft. Maar als er zieke dieren achterblijven, of jonge beesten vrijelijk rond gaan zwerven weet de leeuw ze te pakken te nemen. Als christelijke gemeente moeten we daarom heel sterk een gemeenschap zijn. Moeten we elkaar vasthouden. 

De duivel is briljant in het wiggen drijven tussen gelovigen. We moeten altijd een open oog hebben voor de strijd met de duivel die er altijd is.

Richard Wurmbrand: Omdat communistische atheïsten geen plaats voor Jezus in hun harten toestonden, besloot ik dat ik niet de kleinste plaats voor satan in de mijne zou toelaten.

Die strijd is onontkoombaar en gaat altijd door. Tot het moment dat ‘geloof overgaat in aanschouwen,’ het moment waarop je daadwerkelijk krijgt waarin je geloofde of waarop je hoopte. 

Wij christenen van vandaag in Nederland lopen het gevaar dat we de veiligheid van de onzichtbaarheid zoeken. Dat we een schutkleur aannemen. We houden dan op een ‘lichtend licht’ of een ‘zoutend zout’ te zijn. En dat gevaar neemt hand-over-hand toe. 

We hebben vast allemaal nog wel het gruwelijke beeld op ons netvlies van 21 koptische christenen die in 2015 door IS op het strand van Libië werden afgeslacht. 

De koptische kerk riep niet om wraak, maar bad om genade en om vergeving. Een christen die samen met een IS terrorist in de gevangenis zat vertelde over Jezus. De IS strijder raakte door liefde overweldigd en werd christen. Een zoutend zout deed z’n werk. 

We bekijken een film over Habiba. Bedreigd met een pistool weigerde hij zijn christelijk geloof te verloochenen en werd neergeschoten. De ziekenhuizen die hem behandelden wisten weinig met de kwatsuren aan te vangen. Wonder boven wonder herstelde hij. 

Habiba getuigt ervan dat hij houdt van zijn aanvaller. De boodschap van jezus aan alle mensen in ‘Ik houd van je.’ En dus houd ook ik van alle mensen zegt Habiba. Omdat God mij alles heeft vergeven, vergeef ik de man die de aanslag op me pleegde. 

Richard Wurmbrand: God zal ons niet beoordelen op basis van hoeveel we hebben doorstaan, maar hoeveel we kunnen liefhebben.

De opdracht uit Romeinen 12 om te zegenen wie je vervolgen maakte Habiba waar. Het is best ingewikkeld om vandaag de dag christen te zijn. En het is best begrijpelijk dat we ons comfort en onze veiligheid zoeken. Maar zal de Zoon des Mensen, als Hij komt, wel het geloof op aarde vinden (Luk. 18, 8)? Als het christelijk geloof zichtbaar wordt, dan wordt dat geloof zichtbaar in zijn handelen. 

De vraag aan ons christenen is of we nog onze eigen inzichten kritisch durven te bevragen? Of zoeken we eerder naar bevestiging van onze opvattingen? 

Ervaren we de situatie waarin we ruzie en verwijdering zien tussen broeders en zusters met dezelfde christelijke belijdenis nog als gruwelijk confronterend?

Zijn we in deze wereld vreemdelingen? Anders dan anderen? Ambassadeurs die Christus zichtbaar maken? We zijn immers een nieuwe schepping, en niet een opgelapt exemplaar van de oude mens?

Mag het christen zijn ons wat kosten? Genade is voor ons wel gratis, maar genade kostte Christus het leven. Willen wij alles op een christelijk koopje? Omdat het om onszelf en om ons comfort gaat, en niet (langer in de eerste plaats) om Christus zelf? 

Wat is voor ons belangrijker: het gelijk in de interne theologische discussies of de manier waarop we ons gedragen en handelen tegenover de mensen om ons heen? Richten we ns op de dingen die boven zijn?

Ons denken moet niet worden gevormd door de idee ‘wat zullen de anderen er wel van denken,’ maar door Christus. Geldt voor ons nog het uitgangspunt (1 Kor. 2, 18): Wij echter hebben het denken van Christus.

Onze samenleving vandaag de dag draait compleet om het individu. Vanaf de lagere school krijgen we dat ingeprent. Wij hebben het nogal tamelijk grondig afgeleerd om bescheiden en dienstbaar te zijn. De mens is mateloos zelfzuchtig geworden. Het verhaal over de zondeval van Adam en Eva gaan over ons. Over de mens die zich niet naar God wil richten, maar die alles zelf wil bepalen. Vroeger werd de beknotting van die menselijke opstandigheid als iets positiefs gezien. Maar onder invloed van de filosofie van de Verlichting is in dat verhaal de klad gekomen: de zelfbepaling van de mens wordt vanaf toen gezien als iets goeds. Ja, zelfs als het hoogste goed.

De Bijbel houdt ons een compleet ander beeld voor ogen. 

Davids verlangen en gebed was (Psalm 139, 23, 24): 23 Doorgrond mij, God, en ken mijn hart, toets mij en ken mijn gedachten!  24Wil zien of ik op een weg van smart ben, en leid mij op een weg naar de eeuwigheid! 

Paulus zegt het in Fil. 2, 3 zo: in niets twistzucht volgend of ijdele eer, maar in de nederigheid onder elkaar anderen beschouwend als uzelf overtreffend,

En Romeinen 12, 14: Zegent wie u vervolgen, zegent, en vervloekt niet.

Wat kunnen we leren van vervolgde christenen? Van Habibi bijvoorbeeld?

  • Heb elkaar lief met werkelijke en oprechte liefde
  • Bidt voor degenen die je niet mag
  • Stel je elke dag open voor vernieuwing in je denken.

Een wijze Joodse bijbelgeleerde op hoge leeftijd zei het als volgt. Als je denkt dat je alles weet, dan stel je geen vragen meer. En als je jezelf geen vragen meer stelt, staat je ontwikkeling stil. 

Richard Wurmbrand: Er was eens een violist die zo prachtig speelde dat iedereen danste. Een dove man die de muziek niet kon horen, meende dat ze allemaal gek geworden waren. Degenen die net als Jezus lijden, horen muziek waarvoor andere mensen doof zijn. Ze dansen en geven er niet om dat ze als krankzinnig worden beschouwd. 

het leven is de Kruisbanier tot in Gods handen dragen!

Guido Gezelle, 1892


[1] De mateloze mens verkeert in een morele crisis’ De Volkskrant, 16-02-2020