Preek zondag 26 januari 2020

Een geringe doet hij opstaan uit het stof, een arme verheft hij uit het slijk;

Het Bijbelverhaal van Mefiboseth (2 Sam. 9, 1 – 13) geniet een behoorlijke bekendheid. Het is ook een opmerkelijk verhaal. Vijf jaar oud was Mefiboseth toen zijn grootvader Saul en zijn vader Jonathan op één dag sneuvelden in de oorlog tegen de Filistijnen. Zijn verzorgster vluchtte meteen met hem. Zijn leven als potentiele troonsopvolger was in gevaar. In der haast struikelde ze. Mefiboseth brak zijn benen en bleef zijn leven lang kreupel. 

Gehandicapten werden in die tijd weggestopt. Waren nutteloos. En bovendien had Mefiboseth niemand die het voor hem op zou kunnen nemen. Kleinzoon van de roemloos aan zijn einde gekomen waanzinnige dictator-met-achtervolgingswaanzin Saul, vader Jonathan dood, en ook nog eens zwaar gehandicapt. 

De kans op succes in het leven voor Mefiboseth was nihil. Hij sleet zijn leven in een nietszeggend dorpje (Lo-Devar = “niets”). En Mefiboseth betekent “hij die schande verspreidt.” 

David, koning van Israël na Saul, behaalt intussen overwinning na overwinning. Op de Filistijnen. Op de Edomieten. God gaf David de overwinning, overal waar hij heen ging (2 Sam. 8, 6b). 

Als werkelijk alles voor de wind gaat zegt David (2 Sam. 9, 1): wie is er nog die is overgebleven van het huis van Saul?- ik wil hem vriendschap bewijzen, omwille van Jehonatan! 

De vraag lijkt uit het niets te komen. Maar dat is toch niet zo. David had ooit een verbond gesloten met Jonatan, de vader van Mefiboseth. Voor het aangezicht van God sprak David de gelofte uit dat hij nooit zijn barmhartigheid zou onttrekken aan Jonatan en diens nakomelingen. 

Dan hoort David dat er nog een knecht is die voor Saul werkte. Tsiva heet die knecht. En via Tsiva verneemt David van het bestaan van Mefiboseth.  David laat Mefiboseth bij zich komen.  

Mefiboseth moet wel doodsbang geweest zijn. Als een van de weinige overblijvers van het oude koningsgeslacht had hij de dood te wachten. Maar het eerste wat David zegt tegen de bange zoon van Jonatan is: vrees niet! Wees niet bang. Want ik ga je trouw bewijzen vanwege je vader Jonatan. David behandelde Mefiboseth alsof hij Jonatan zelf was. Hij zag in deze gehandicapte jongeman de vriend waar hij zielsveel van gehouden had. David had natuurlijk ook de minimale verplichtingen van het verbond met Jonatan kunnen nakomen door Mefiboseth ’s leven te sparen. Maar de stap die David maakt gaat veel verder. Zijn liefde voor Jonatan ging zo ver dat nu zijn gehandicapte zoon kind aan huis bij hem mocht zijn.

Mefiboseth wist niet wat hem overkwam. Hij zegt (2 Sam. 9, 8): wat is je dienaar wel,- dat je je hebt gewend tot de dode hond die ik ben? 

Mefiboseth was doodsbang bij David gekomen. Hij had geen idee wat hem te wachten stond. De meer dan vriendelijke manier waarop David hem tegemoet trad overviel hem compleet.  Zoiets had hij helemaal niet verwacht, en hij wist er zich eerst ook geen raad mee. Het zal hem enige tijd gekost hebben om te wennen aan zijn totaal nieuwe situatie. In de tijd zal hij ervan overtuigd geraakt zijn dat zijn redding volledig gebaseerd was op de liefde van David voor Jonatan, Davids vriend en Mefiboseth ‘s vader.

Mefiboseth krijgt de landerijen van zijn vader terug. Met personeel om de bezittingen te beheren en de landerijen te bewerken. En Mefiboseth mocht deelnemen aan de banketten en diners van David, samen met de zonen van David zelf. 

Is dat niet net zo ongelooflijk als dat wat ons is overkomen? God bewees ons genade. Het oordeel dat wij over onszelf afriepen droeg hij. Hij kocht ons vrij. Betaalde de prijs. Droeg de straf. Stierf de dood aan een kruis en verwierf zo ons het leven. 

Elke keer als wij aan zijn tafel eten herinneren we ons dat. Het avondmaal geeft ons dezelfde emotie als Mefiboseth. God behandelt ons alsof wij Jezus zijn. Zijn geliefde zoon. Wij eten aan de tafel van de Heer die Koning is. Geadopteerd in Gods gezin. Als kind van de Koning. Met een zekere erfenis. 

doet hem zetelen met edelen, met de edelsten van zijn gemeenschap 

Psalm 113, 7, 8