Preek zondag 19 januari 2020

Dit alles heb ik tot u uitgesproken opdat mijn vreugde in u zal zijn…

Wij hebben in onze bijbel vier evangeliën. De eerste drie zijn geschreven als biografie van Christus. Ze beschrijven zijn geboorte, zijn optreden en zin. Sterven en opstanding. In het evangelie van Johannes speelt de biografie een veel kleinere rol. Johannes plonst in zijn onderwerp zonder in- of aanleiding te vermelden. En dat doet dezelfde Johannes ook in zijn eerst brief, met woorden die zo goed als identiek zijn aan die van zijn evangelie.  Een paar opmerkingen daaromtrent:

  • Het is de apostel Johannes – de discipel die Jezus liefhad – die evangelie zowel als brief schrijft. Het evangelie wordt wel als het oudste (= laatst geschreven) boek van het Nieuwe Testament gezien. 
  • Johannes schreef wellicht vanuit Efeze, aan christenen in Klein Azië. En over hun hoofden heen ook aan ons.
  • In de brief waarschuwt Johannes sterker dan in zijn evangelie tegen dwaalleer. Zijn doel is om ketterij die de christelijke leer ondermijnt aan de kaak te stellen.
  • Johannes vertelt vanuit zijn persoonlijke geschiedenis. Hij vertelt wat hij zelf gezien, gehoord, ervaren, gevoeld en meegemaakt heeft.
  • Johannes wil onderstrepen wat de inhoud van het ware evangelie is.

Kennelijk is het, als de christelijke gemeenten een stuk of wat tientallen jaren bestaan, nodig om de grondslag nog eens volstrekt helder en kernachtig op te schrijven. 

In de tijd van Johannes deed de stroming van de gnostiek opgeld. De stroming was van voor Christus had ook in de eerste en tweede eeuw na Christus nog veel invloed. Gnostici geloven dat de mens leeft in onwetendheid (en niet in zonde), en dat de mens moet ontwaken en zich bewust moet worden van de staat waarin hij verkeert. Daarin ligt dan de mogelijkheid om verlost te worden, gebaseerd op inzicht en vervolgens op eigen inspanning. Christus was voor gnostici een goed en verlicht persoon, maar niet noodzakelijk een historisch mens. Christus werd gezien als een geestelijke katalysator die de eigen directe en individuele ervaring van mensen stimuleerde en zo de mens op een weg naar bevrijding en liefde bracht.

Johannes schrijft daarom zonder enige inleiding (1 Joh. 1:1, 3a): “Wat is geweest van het begin af, wat wij hebben gehoord, wat wij met onze ogen hebben gezien, wat wij hebben aanschouwd en onze handen hebben betast van het woord dat leven is,- …………….wat wij hebben gezien en gehoord kondigen wij ook u aan,

Jezus is een historische figuur, volkomen menselijk en volkomen goddelijk, die op aarde heeft geleefd, heeft geleden en is gestorven. Het gaat om Jezus, geboren tijdens Augustus Caesar, terechtgesteld onder Pontius Pilatus en drie dagen later opgestaan uit de dood. Deze Jezus, Gods eigen zoon, kwam op aarde om verlossing te brengen. Zijn komst was door heel het Oude testament aangekondigd. En het Nieuwe Testament getuigt ervan dat deze Jezus God zelf was. Met 1 Joh. 1, 2): “ja, het leven zelf is verschenen, 

en wij hebben gezien en betuigen en verkondigen u het eeuwige leven dat bij de Vader was en aan ons is verschenen;

Redding en eeuwig leven komt van en met Christus. Het christendom is de godsdienst van de openbaring, en niet van de (menselijke) ervaring. Het gaat om Jezus Christus, en die gekruisigd.

Die ’t Kruis niet draagt
en is ’t Kruise nie’ weerd,
noch Christen en is
zijn naam![1]

Johannes schrijft zijn eerste brief omdat hij zielsveel van zijn lezers houdt. Hij slaat ze niet met verwijten om de oren en maar hij schrijft hen(1 Joh. 1, 3b): opdat ook gij gemeenschap hebt met ons; onze gemeenschap is met de Vader en met zijn zoon Jezus Christus; Die gemeenschap is gebaseerd op de enige en volmaakte openbaring van God in en door Jezus Christus. En Johannes moet het uitjubelen: op het moment dat ik dit schrijf ben ik blijer dan ik ooit ben geweest! “en dat wij dit nu schrijven maakt onze vreugde volkomen!

…en uw vreugde haar volheid bereikt.

Joh. 15, 11  


[1] Guido Gezelle, 18 mei, 1859