Preek zondag 12 januari 2020

Herr Jesu Christ, erhöre mich, erhöre mich,

Als Mozes (Ex. 33, 18 – 23) tot God uitroept ‘laat mij toch uw glorie zien!’ dan is dat op een voor mij compleet onverwacht moment. Mozes had geweldig intensief contact met God. Als God overweegt het volk Israël aan de kant te schuiven (Ex. 32, 14) om vervolgens Mozes tot stamvader van een nieuw volk te maken, dan is het Mozes die – menselijkerwijs gesproken – God wijst op de inconsequentie daarvan. En God, die zijn eeuwige raadsbesluiten nooit aanpast, kiest dan een andere weg! Mozes stond nooit dichter bij God. En als Mozes – op Gods opdracht met het volk weer verder te trekken – God heel indringend vraagt om dan wel mee te willen gaan, stemt God toe. Wat blijft er dan nog te wensen over voor Mozes, denk ik dan.

En op dat moment vraagt Mozes met zoveel woorden ‘God, wie bent u eigenlijkU bent eindeloos groot, maar begrijpen doe ik u niet. Mag ik iets zien van uw eindeloze grootheid?’ En God heeft voor Mozes een plekje op de rots. 

Het lijkt er wel op dat hoe dichter Mozes bij God is, hoe minder hij van God begrijpt. Dat hoe meer we van God zien, hoe minder Hij voor ons vast te pakken is. Hoe onbegrijpelijker Hij wordt. Dat alleen zijn eindeloze en onpakbare heerlijkheid nog overblijft. 

Een groepje solfègeleerlingen moest één van Bachs grote orgelfuga’s bestuderen. De resultaten werden in de volgende les gezamenlijk besproken. De docent vulde de pogingen van de studenten aan en iets van de genialiteit van de grote meester kwam over de groep. “Maar Jaap,” zei een studente, “als jij dat nou speelt op het orgel van de Grote Kerk in Breda, hoor jij dan ook die analyse?”  

“Welnee jongens,” reageerde de docent, “deze muziek komt rechtstreeks van de Heilige Geest.”

In het Johannesevangelie verwijst het woord ‘verheerlijken’, ‘verheerlijkt worden’ steeds naar het grote mysterie van Jezus’ kruisdood en verrijzenis. Joh. 1, 14: Het spreken is vlees-en-bloed geworden en heeft bij ons zijn tent opgeslagen; wij hebben zijn glorie aanschouwd, een glorie van een eniggeborene van bij een Vader,- vol van genade en waarheid.

Bij de bruiloft in Kana, waar water wordt veranderd in wijn, lezen we (Joh. 2, 11): Dit is het begin dat Jezus maakt met de tekenen, te Kana in Galilea; zo openbaart hij zijn glorie en gaan zijn leerlingen in hem geloven. 

Verder in hetzelfde Johannesevangelie wordt dit ‘verheerlijken’ verbonden met het gebod aan de gelovigen om elkaar lief te hebben en zo te delen in de liefde van God (Joh. 13, 31-35). 

Wij hebben zijn glorie aanschouwd zegt Johannes, terugkijkend op zijn jaren met Jezus.  

De tijd is gekomen om definitief in te zien dat we in de gemeente –- als de geloofsgemeenschap rondom het kind dat koning is – elkaar moeten helpen bij dit ene alles overtreffende, grootse en kostbare is: het zien van Jezus. Want in Hem verschijnt Gods heerlijkheid. De volheid van God woont in Hem!

De tijd is gekomen om ons te realiseren dat we in het stralende licht van Christus’ glorie gaan staan zodat we die glorie kunnen weerspiegelen en ook anderen tot zegen kunnen zijn omdat we doorstroomd worden met zijn vrede, zijn barmhartigheid, zijn genade, zijn trouw, zijn kracht, zijn liefde, zijn dienstbaarheid, zijn echtheid en zijn ontferming. 

In de christelijke leer laten vele wetenschappers hun licht schijnen over ethische, dogmatische, liturgische, missiologische, homiletische en kerkhistorische onderwerpen. En dat is heel goed. Maar uiteindelijk “komt het rechtstreeks van de Heilige Geest.” Wij hebben zijn glorie aanschouwd. 

Met het openingskoor van Bachs Johannes Passion:

Herr, unser Herrscher, dessen Ruhm           Heer, onze heerser, wiens roem

in allen Landen herrlich ist!                                 in alle landen heerlijk is!

Zeig uns durch deine Passion,                            Toon ons door uw lijden

daß du, der wahre Gottessohn,                          dat u, de ware Zoon van God,

zu aller Zeit,                                                        altijd,

auch in der größten Niedrigkeit,                zelfs in de grootste vernedering,

verherrlicht worden bist!                                      verheerlijkt bent!

ich will dich preisen ewiglich.

Johann Sebastian Bach, Johannes-Passion (BWV 245), slot-koraal https://youtu.be/wSOTYg86AVs