Preek zondag 4 december 2011


 

In samenzang zégenden zij Gód,

In de bijbel wordt veel gezongen. Bij de zeven grote feesten van Israel traden koren op. Salomo wordt genoemd als de schrijver van 1005 liederen, die overigens verder onbekend zijn. Bij de inwijding van de door Nehemia herbouwde tempel zongen twee koren in processiezang (Neh. 12: 31). En Josafat, in de problemen gekomen in de oorlog tegen Ammonieten en Moabieten, besluit een koor voor de strijders uit te laten lopen (2 Kron. 20: 20 – 23).

De bekendste liederen uit de bijbel zijn wel de psalmen. Geschreven voor Israel, zijn ze in afgeleide vorm ook van toepassing op ons. Een aantal keer klinkt daarin de oproep “Zingt voor de ENE een nieuw gezang.

 

Psalm 33: 3, 4: Zingt hem een záng nooit gezóngen!- op z’n schoonst moet ge spélen, dát het schált! Want rechtuit is het spréken van de Éne, al wat hij máakt getúigt van tróuw.

Heel de bijbel – 66 boeken in omvang – is het betrouwbare woord van God. We kunnen dat bestuderen, in onze huisgezinnen, op bijbelbesprekingen en op conferenties. We leven in een gelukkige tijd en op een gelukkige plaats op de wereld. We hebben alle vrijheid om Gods Woord te lezen en de waarheid ervan te belijden. Er zijn landen waar het enkele bezit van een bijbel vandaag de dag een gevaarlijk iets is. En God getuigt van trouw. Hij ging met Israel een verbond aan. Louter en alleen omdat Hij van hen hield. Trouw is wat d Wet aan een toekomstig echtpaar als opdracht voorhoudt. Trouw is het kenmerk van de relatie tussen God en zijn gemeente. En ‘God verlaat niet wat Zijn hand begon”: God houdt vast aan wat Hij eenmaal beloofd heeft.

 

Psalm 96: 1, 4; 5b: Zingt voor de ENE een níeuw gezáng, Want groot is de ENE en zéer te lóven, te vrezen is hij bóven álle góden…… de ÉNE is de máker ván de hémel.

Wij geloven dat alles wat er maar bestaat in het heelal door God is geschapen. Hij is de oorsprong van het zijnde. Met het blote ook kunnen we op een maanloze nacht en zonder kunstlicht in de omgeving wel 3000 sterren zien. Met hulpmiddelen worden dat er vele miljoenen. En al de sterren gaf God een naam. Als schepper van hemel en aarde mogen we Hem aanbidden en alle eer geven (psalm 19). Maar ook aanbidden we Hem als Vader. Zonder afstand tussen Hem en ons. In alle vertrouwelijkheid.

 

Psalm 98: 1: Zingt voor de ENE een nieuw gezang, want wonderen heeft híj gedáan;

Wie niet in wonderen gelooft is geen realist,’ zei ooit Israëls minister-president Golda Meïr. In het verleden deed God wonderen met en voor Zijn volk. En ook in de recente geschiedenis – zie de Jom Kippoer oorlog – gebeurden er ongelooflijke dingen. Israel is Gods volk; het zal tot in lengte van dagen blijven bestaan. God beschermt het.

In ons leven is het grootste wonder dat we kinderen van God zijn geworden. Dat God ons daarmee een eeuwig geluk heeft gegeven.

Psalm 144: 9, 3: God, een nieuw gezang zal ik zíngen voor ú, op de luit met tien snaren músicéren voor ú. ENE, wat is een mens dat gij hém wilt kénnen, een stervelingszóon dat gíj met hem rékent!

God ken tons bij naam. Heeft ons in zijn handpalmen gegraveerd. God is er altijd voor ons. Nooit laat Hij ons alleen.

Psalm 149: 1, 4: Alleluia, zingt voor de ENE een záng nooit gezóngen, zijn lof, ….. Want de ENE heeft in zijn geméente behágen,

Israel heft in zijn geschiedenis weinig nagelaten om Gods woede te wekken. En steeds weer betuigt God zijn onvoorwaardelijke liefde voor hen. Omdat Hij van hen houdt (Jer. 31: 3!). Sterker nog: Hij betuigt dat Hij vruegde vindt in Zijn volk. En daar staat ons verstand bij stil. Israel bakte er weinig van, en de christelijke gemeente evenmin. En toch staat er: de ENE heeft in zijn geméente behágen,

God ziet in ons een parel met een onschatbare waarde. Daarvoor had Hij werkelijk alles over. Daarvoor gaf Jezus zijn leven.

Hoe schamel is dan onze houding tegenover Hem. Bij zo een absolute liefde zonder voorwaarden staat ons verstand stil. Zoals bij de onbegrijpelijk liefde van de Vader voor zijn verloren zoon (Lucas 15). Ons past niet anders dan een onafgebroken dank U wel.

 

de Éne, Ísraëls Brón!

Psalm 68: 27 (Naardense Bijbel)