Preek zondag 24 november 2019

Verheugt u in de Heer, altijd;

In de bijbel staan heel veel teksten die onderstrepen dat er voor de gelovige bij God altijd vrede en heel veel blijdschap te vinden is; psalm 16, 8 –11 is heel bekend in dat opzicht:

Ik houd mijzelf de Ene voor, voortdurend, want met hem aan mijn rechterhand wankel ik niet. 

Daarom is mijn hart verheugd en juicht mijn lever, ja, mijn vlees kan veilig wonen. 

10 Want gij laat mijn ziel niet over aan de hel, geeft geen verderf te zien aan uw vriend! 

11 Ge maakt mij bekend het pad des levens, verzadiging met vreugden bij uw aanschijn, lieflijkheden in uw rechterhand altijd!

Bij God is ‘verzadiging met vreugden’ zegt David. Meer blijdschap dan een mens zich kan voorstellen. In zijn boek ‘Verlangen naar God’ betoogt John Piper dat er helemaal geen noodzaak is om te kiezen tussen plicht en blijdschap in het christelijke leven. Elke volgeling van Jezus heeft juist de plicht om te genieten, omdat Christus het beste wordt grootgemaakt door zijn mensen wanneer zij het meeste genoegen scheppen in hem. Verlangen naar God stelt een radicale verandering van het christelijke leven voor, tot eer van God en tot de diepste vreugde van zijn volk.

Verlangen naar God, van binnenuit, daar draait het om in het christelijk leven, zegt Piper. Het leven van de heiliging is een leven in dankbaarheid. De auteur houdt ons de vraag voor hoe de oproep uit Fil. 4,4 in ons functioneert: Verheugt u in de Heer, altijd; nog eens zal ik zeggen: verheugt u!

Toch ervaren we in ons alledaags leven ups en downs. Elke wedergeboren christen kent verzoekingen. Elke christen moet zijn kruis op zich nemen en Jezus volgen. Het christelijk geloof speelt zich niet af in een soort christelijk luilekkerland. De vraag is hoe we met de problemen die komen omgaan. Want ‘Acht het een en al verheuging, broeders-en-zusters van mij, wanneer ge in velerlei verzoekingen valt, in het besef dat de beproeving van uw geloof volharding bewerkt’ schrijft Jakobus.

De brief van Paulus aan de Colossenzen steekt ons ook een hart onder de riem. Paulus legt aan het eind van hoofdstuk een uit dat Christus gestorven is voor Joden en heidenen gelijkelijk. Met die boodschap schudt hij de Colossenzen wakker en steekt hij hen een hart onder de riem. 

In hoofdstuk 2, 6 – 8 onderlijnt Paulus dat door zijn precieze, zorgvuldige woordkeus.

  • Vers 6 spreekt over wandelen in eenheid met hem. Zoals jezus al Gods geboden bewaarde en uitvoerde toen hij op aarde was, zo moeten ook wij dat bewust en actief doen.
  • Vers 7 gebruikt de woorden geworteld en opgebouwd. Dat spreekt van een geweldige soliditeit. Van vaste grond onder de voeten. Maar ook is daar de notie van ‘werk-in-uitvoering’. Van een voortdurende opbouwende activiteit. Van een opnieuw opbouwen als er scheuren en mankementen in het bouwwerk zijn ontstaan. De fundering – en dat is Christus – is gelegd en kan niet wankelen. Maar als het op dat fundament  opgetrokken gebouw schade mocht oplopen geeft Jezus herstel, zo vaak en zo veel als nodig is! 

De profeet Habakuk heeft als geen ander de blijdschap van de gelovige verwoord: 

Al zal de vijgenboom niet bloeien

en komt aan de wijnstokken geen gewas,

is wat de olijf ervan maakt mislukt

en heeft het veld niets te eten gemaakt,-

is het wolvee afgesneden van de kooi

en staat er geen rund meer in de stallen,

toch zal ik juichen om de Ene,-

jubelen om de God die mij redt!

nog eens zal ik zeggen: verheugt u!

Fil. 4,4