Preek zondag 20 november 2011


 

Geen liefde komt Gods liefde nader

Vandaag in de publiciteit lijkt er weinig ouderwetser en meer achterhaald te zijn dan het huwelijk. Voor wie de klassieke vorm – de echtverbintenis tussen man en vrouw – in ere houdt bestaat niet veel waardering, om het voorzichtig te zeggen. Wie verdedigt het huwelijk noch?

Wij christenen houden het huwelijk voor een instelling van God voor alle mensen. Niet iets specifieks voor het volk Israel in het oude testament, of voor christenen in het nieuwe testament. Het huwelijk bestaat dan ook al van lang voor het begin van onze jaartelling. En het bestaat in alle culturen. God legde het in de harten van mensen.

Wat is het huwelijk, in christelijke zin?

a) Het huwelijk is een openbare gebeurtenis.2 Korinthe 6:14, 15 zegt het zo:
In Nederland wordt een huwelijk afgekondigd op het aanplakbord van de gemeente. Iedereen kan het lezen en er bezwaar tegen indienen als zij of hij dat wil. Stiekem trouwen (in Las Vegas of zo) is niet dat wat de Nederlandse Wet voorstaat.

b) Het huwelijk is ingesteld door God. Genesis 2: 23: Dan zegt hij, de roodbloedige mens: zij is het nu!- been uit mijn gebeente en vlees uit mijn vlees!- tot haar worde geroepen ‘isja’,- vrouw, want uit een iesj,- man is zij genomen! Mozes schrijft dat. Een man moet zich hechten aan zijn vrouw. Deze passage uit Genesis wordt door Jezus – Gods Zoon – geciteerd in Mattheus 19: 4 – 5. Krachtiger bevestiging van de tekst uit Genesis is niet voorstelbaar.

c) Het huwelijk is een levenslange vaste verbintenis. Romeinen 7 :2: Want de vrouw onder gezag van een man is bij wet gebonden aan de man zolang hij leeft; maar als de man sterft wordt zij van de wet ontslagen inzake de man.

d) Het huwelijk is een afspiegeling van de relatie tussen Christus en Zijn gemeente. Efeze 5:31 – 32: ‘Daarom zal een mens vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en zij zullen zijn, die twee, tot één vlees.’ (Gen. 2,24) Dit geheimenis is groot, maar ik zeg dit met het oog op Christus en de vergadering. En daaraan refereert ook Openbaring 21: 6 – 7: halleluja!, omdat de Heer onze God, de albeheerser, zijn koningschap is begonnen!-  laten wij ons verheugen en juichen en hem de glorie geven, omdat de bruiloft van het lam is gekomen, en zijn vrouw heeft zich toebereid!-

e) Het huwelijk is een relatie tussen man en vrouw. Dat vandaag de dag de overheid het huwelijk ook openstelt voor man-man en vrouw-vrouw relaties doet daaraan niks af. De bijbel leert anders.

Waarom zou je trouwen?

a) Toen een blije man – zijn auto blinkend poetsend omdat z’n dochter de volgende ging trouwen – dat vol trots aan de vragend kijkende buurman vertelde zei die “trouwen? waarom gaan ze niet gewoon samenwonen?

b) Trouwen spreekt letterlijk van trouw. Trouwen en trouw sluit seksuele vrijheid-blijheid uit. Man en vrouw sluiten een wederzijds exclusieve verbintenis: hij gaat alleen met haar naar bed en zij alleen met hem. Ze zijn elkaar trouw. Hebreeën 13 :4: Het huwelijk blijve in ere bij allen en het bed onbevlekt; En in 1 Korinthe 7 :9 schrijft Paulus voor degenen die niet de gave van onthouding hebben: maar als zij zich niet kunnen beheersen moeten zij trouwen; want het is beter om te trouwen dan te branden.

Met wie kan een christen trouwen?

a) Allereerst geldt dat je daarover met God moet overleggen. 1 Korinthe 7:39b: …………is zij vrij om te trouwen met wie ze wil, mits in de Heer.

b) Een christen dient een christen te trouwen. 2 Korinthe 6:14-15 zegt het zo: Wandelt niet onder andermans juk, met ongelovigen; want wat hebben gerechtigheid en wetteloosheid samen, of wat voor gemeenschap is er voor licht met duisternis?- wat is de overeenstemming van Christus met Beliar, of wat is het deel voor een gelovige met een ongelovige samen?-

c) Toch schrijft de bijbel in één geval over scheiding in 1 Korinthe 7:15, waar het gaat om een bestaand huwelijk waarin één van de partners christen wordt: Maar als de ongelovige partij wil scheiden, laat hij scheiden; de broeder of de zuster is niet tot dienstbaarheid verplicht in zulke zaken.

Noch is zo groot.

Joost van den Vondel, Gijsbrecht van Amstel : Rei van Burgzaten