Preek zondag 30 oktober 2011


 

Dit is het hart van de kerk:

 

We lezen – zeker in vergaderingskringen – de tekst uit Matth. 18 : 20 graag: Want waar twee of drie samengebracht zijn in mijn naam, daar ben ik in hun midden!

Prachtige tekst, daar niet van. Maar ook nog wel eens een beetje ‘claimerig’ gehanteerd. Als ‘stand-alone’ tekst gelezen, zou je makkelijk de conclusie kunnen trekken dat Gods aanwezigheid ‘bij ons’ derhalve gegarandeerd is. Maar is dat de werkelijke uitleg van de tekst? We kunnen Gods nabijheid immers elk moment van ons leven ervaren, of we nou alleen zijn of in gezelschap van anderen.

 

De onderhavige tekst is onderdeel – misschien wel middelpunt – van een hele perikoop. Die begint in vers tien en loopt door tot en met het einde van het hoofdstuk in vers 35. En dat gedeelte kent weer drie onderverdelingen.

Matth. 18: 10 – 14 (vgl ook Lukas 14: 1 – 7).

Dit gedeelte gaat over een schaap dat verdwenen is en dreigt verloren te gaan. Vermist wordt. Als de discipelen ruziën om de vraag wie in het koninkrijk der hemelen de belangrijkste is roept Jezus een kind bij zich en stelt dat kind tot voorbeeld ( 4): Hij dus die gewoon gering durft te zijn -zoals dit kind- die is de grootste in het koninkrijk der hemelen!

God wil niet dat één zo’n kind verloren gaat. En dan volgt het verhaal van het verloren schaap. Dat illustreert de inspanning van de herder om het schaap te redden. Waarschijnlijk was er met dat schaap wat mis. Een schaap is een kuddedier en zal van nature bij de groep blijven. Misschien is het ziek of geweldig geschrokken.

De herder zoekt het schaap in een bergachtig land. En neemt het op z’n schouders. Makkelijk is dat niet: een schaap is behoorlijk zwaar. Deze actie kost veel inspanning en wellicht opoffering en tranen. Maar er is geen haar op het hoofd van de herder dat er ook maar over peinst de actie niet uit te voeren.

Matth. 18: 15 – 20.

Hier gaat het om een pijnlijke situatie. Iemand doet je pijn, kwetst je. En dan ben jij verantwoordelijk om dat weer op te lossen staat hier. Jij moet de eerste stap zetten en die ander aanspreken. Onder vier ogen. Het is belangrijk de ander de kans te bieden om tot inkeer te komen zonder haar of hem tevoren al vast te nagelen en daarmee een terugkeer al zo ongeveer onmogelijk te maken. Men prijst zijn vrienden in het openbaar, maar berispt ze onder vier ogen’ zeggen we, en terecht.

Maar simpel is dat niet. We kunnen werkelijk bezeerd zijn. Of heel kwaad. En toch moeten wij de eerste stap zetten. Gods koninkrijk kent een verheven grondwet. Je mag alleen anderen – en dan eerst ook nog slechts een enkeling – erbij betrekken als je er met je opponent echt niet uit komt.

Vers achttien is heel ernstig: als jij er met je zuster of broeder niet uitkomt en die persoon dus niet vergeeft, bindt je haar of hem aan de zonde. En dat werkt door tot in de hemel.

En vers negentien is niet bedoeld als een buitenkansje om een mooi wensenlijstje in te dienen en verzilverd te krijgen. Het gaat om hulp in een werkelijk penibele geestelijke situatie. Gods hulp is dan onmisbaar om tot helderheid en een oplossing te komen.


Matth. 18: 21 – 35.

 

In dit derde stukje gaat het om vergeven. Als je met een medezuster of -broeder overhoop ligt, waar is dan voor jou als beledigde partij de grens als het gaat om vergeven. Welnu zegt Jezus, die grens is er niet! Er komt nooit een moment waarop jij kunt zeggen ‘nu kun je me wat, het is over en uit tussen ons’. Want – en we weten dat heel goed – ons is alles vergeven. Een bedrag dat binnen een mensenleven nooit kon worden terugbetaald – tienduizend talenten – is kwijtgescholden (: 23 – 27). Wij kunnen dan niet een daarbij vergeleken miniem bedrag blijven opeisen (: 28 – 33). Want de norm – de grondwet van het Koninkrijk – is dat (:35b) van harte een ieder aan zijn broeder vergeving schenkt!

Twee of drie samengebracht in mijn naam? Dat heeft alles te maken met het opzoeken van wat verloren dreigt te gaan. Met het werkelijk oplossen van onderlinge problemen. En met werkelijk vergeven.

We mochten wel wat bescheidener zijn.

een liefdevolle gemeenschap met Christus in het midden.