Preek zondag 18 september 2011


….voor wie ik niet waardig ben om zelfs maar de riem van zijn schoeisel los te maken!

Het is traditie dat bij een huwelijksaanzoek een man op de knieën gaat voor zijn vriendin. Hij knielt neer voor zijn geliefde, biedt haar de prachtigste ring aan en vraagt: ‘Wil je met mij trouwen?’

In dat knielen toont de man zich nederig ten opzichte van de aanbedene. Hij vraagt en moet vervolgens afwachten hoe het besluit zal uitvallen.

Hoe treffend is het dan dat Jezus op de knieën gaat voor zijn discipelen. Dat God die op aarde is niet vanuit een machtspositie met zijn leerlingen omgaat, maar vanuit een dienende houding. We lezen Johannes 13 : 1 – 12a.

Vandaag de dag is godsdienst niet erg populair. De kerk is verbannen naar de rand van de samenleving. En vervolgens heeft de overtuiging postgevat dat alle godsdiensten in de kern gelijk zijn.

Als we Johannes 13 lezen zien we een compleet ander beeld. Jezus zegt (Joh. 12: 45): wie mij aanschouwt aanschouwt hem die mij gestuurd heft. Als je mij ziet, kijk je naar God.

En die God gaat een hoofdstuk verder op de knieën voor zijn volgelingen.

Bij de Paasmaaltijd was er kennelijk niemand aanwezig om de voetwassing te verzorgen. Je ziet de discipelen naar elkaar kijken. Doe jij het? Omdat het geer eervol klusje is – eerder een vies karweitje – neemt niemand initiatief.

Vandaag de dag gaan leiders niet zo makkelijk op de knieën. Macht moet je afdwingen. En uitoefenen. Laten merken dat je de baas bent. Dienen is dan juist het tegenovergestelde.

Machiavelli – die de kant van de macht koos – zegt het als volgt:

“Goed aangewende wreedheden zijn daden die ineens, uit noodzakelijkheid om de heerschappij te vestigen, worden verricht. Alle wreedheden moeten ineens geschieden opdat zij als totaal minder krenken. Dan kan de vorst de mensen geruststellen en door weldaden voor zich winnen. De weldaden moeten echter mondjesmaat worden uitgedeeld. Een vorst moet zowel bemind als gevreesd worden, maar indien men tussen beide moet kiezen, is het beter gevreesd dan bemind te worden. Al wint de vorst de liefde van het volk niet, hij moet erop bedacht zijn zich zodanig te doen vrezen dat hij toch niet door hen gehaat wordt. Want gevreesd en niet gehaat worden is zeer wel met elkaar te verenigen.”

En dan begint Jezus de voeten van de discipelen te wassen. Petrus schaamt zich dood en snapt er niks van. God die zonden afwast. God die zijn grootheid toon in vernedering en niet in macht. Dit is voor hem onacceptabel. Petrus zegt tot hem: u zult mij tot in de eeuwigheid

de voeten niet wassen!

Jezus antwoordt hem: als ik je niet mag schoonwassen kun je mijn deelgenoot niet zijn!

Na dat antwoord draait Petrus om als een blad aan de boom: heer, niet alleen mijn voeten

maar ook de handen en het hoofd! Jezus legt het hem – en ons – uit. Als je in Mij gelooft ben je rein. Alleen de voeten moeten gereinigd worden. Daarmee geeft Jezus aan, dat een gelovige voor God rein is. Maar de weg die de gelovige bewandelt is niet altijd rein. God rekent hem die fouten echter niet toe, Hij wast deze weg.

Een opmerkelijke geschiedenis. Die laat zien dat het christendom een volstrekt unieke godsdienst is. Omdat Christus een volstrekt unieke Persoon is. God die slavendienst doet.

En wat kiezen wij? Kiezen we als Petrus en willen we ons ook dienend opstellen? Vers 14: als ik dan ú de voeten was, uw heer en meester, zijt gij u ook verschuldigd elkaar de voeten te wassen;

Of gaan we de weg van Judas, die van Jezus een geheel andere opstelling verwachtte. Aanvaarden we de waarheid van het christendom en laten we ons leiden door de heer Jezus? Of reageren we als Judas: ‘Als dat het christelijk geloven is, geef dan mijn portie maar aan fikkie.

De kernvraag voor ons is dan: willen we werkelijk dienen? Of stiekem toch de baas spelen?

 

als ge deze dingen weet, zalig zijt ge als ge ze ook doet!-