Preek zondag 28 augustus 2011


 

Nog kent geen mens het wat en hoe, gij moogt vertrouwend lopen:

 

Vindt u het gek om te horen dat we in een verwarrende tijd leven? Er lijkt wel steeds meer onrust in onze maatschappij te komen. En onvrede. En geweld. En dan ook nog het christendom. Ook dat holt achteruit. In het westen is er nog maar weinig van over. En wat meer is: op alle terreinen lijkt het verval wel van binnenuit te komen. Niet de vijand van buiten zorgt voor de neergang. Het is eerder de rot van binnenuit.

 

En hoe staan wij daarin? Als christenen? Houden wij – persoonlijk en gemeenschappelijk – die ontwikkelingen buiten de deur? Of is het zo dat ook wij er ons deel van meekrijgen.

 

We kijken naar Israel ten tijde van Gideon. Maar eerst een stukje geschiedenis. Israel kwam als sterk volk uit Egypte, waar Farao hen moest laten gaan. Via een lange omzwerving kwamen ze veertig jaar later aan in Palestina. Daar moesten ze de lokale volkeren bevechten En die volkeren wisten ongetwijfeld dat het machtige Egypte het niet had weten te bolwerken tegen de Israëlieten. Dus zonnen ze op andere mogelijkheden dan een rechtstreekse oorlog. Zo was er Balak, koning van Moab, die de hulp inriep van de profeet Bileam. Balak vroeg Bileam om een vloek uit te spreken over het volk Israel. Maar God dwong Bileam om het volk – geheel tegen Bileams wil in! – te zegenen.

De sluwe Bileam echter geeft een geniepig advies aan de boze Balak. Voordat Bileam vertrekt zegt hij tegen Balak dat de enige manier om het volk Israël te straffen is om hen te verleiden tot zondigen. Want alleen dan straft God zijn volk. De koningen van Moab en Midian volgen het advies van Bileam op en zij organiseren een groot feest ter ere van hun afgoden en nodigen de Israëlieten uit. Veel Joden doen mee. Zo wordt de afgodendienst geïmporteerd in Israel. Israel raakte vervuild door de afgodische buitenwereld. Met Baäl als oppergod en Astarte als godin van de vruchtbaarheid werden de mannen van Israel verleid tot deelname aan tempelprostitutie.

 

Goed, Gideon dus. In Richteren zes begint zijn geschiedenis. De afgodendienst was alom ingeburgerd in Israel. Om die reden nam God afstand van zijn volk. En zonder zijn bescherming kwamen ze in de macht van de Midianieten. Dat was een woestijnvolk, dat een keer per jaar als een zwerm bijen Israel binnenviel en alles roofde wat los en vast zat. Ze sloegen alles stuk en plukten het land volkomen kaal. (Richt. 6:4b, 5, 6):

ze laten in Israël geen leeftocht over,- schaap, os of ezel. Want zij en hun kudden klimmen met hun tenten op, als sprinkhanen zoveel, zij en hun kamelen ontelbaar; ze komen in het land om het te verwoesten. Israël verarmt zeer door de verschijning van Midian; de kinderen Israëls schreeuwen het uit tot de Ene.

De Israëlieten kunnen alleen nog in schuilhoeken en spelonken zich een beetje handhaven. En in hun ellende – eigen schuld trouwens – roepen ze tot God.

Dan stuurt God een profeet. En die vat samen wat er aan de hand is (Richt. 6: 7 – 10): ze hebben God die hen uit Egypte leidde de rug toegekeerd. toen heb ik tot u gezegd: ik ben de Ene, uw God; vreest niet de goden van de Amoriet, in wiens land ge nu zetelt!- maar ge hebt niet gehoord naar mijn stem!

En dan komt God zelf. Hij zoekt Gideon op (Richt. 6: 11 e.v.). Gideon vraagt God naar het waarom van al de ellende. Gideon zegt tot hem: ach mijn heer, als de Ene met ons is, waarom treft ons dan dit alles?- God schrikt niet van die vraag. En gaat er nauwelijks op in. Heel simpel eigenlijk zet hij Gideon aan tot handelend optreden! De Ene wendt zich tot hem en zegt: ga heen in deze kracht van jou, bevrijden zul jij Israël uit de handpalm van Midian; heb ik je niet gezonden?!

Gideon staat verbluft! ‘Dat gaat me niet lukken natuurlijk,’ werpt hij tegen. Daar zie ik absoluut geen kans toe. Mijn familie stelt niks voor, mijn stam stelt niks voor. Kansloze opdracht.

God besteedt aan die tegenwerping geen enkele aandacht. Hij doet er nog een schepje bovenop juist: Hij zegt tot hem: omdat ik met je zal zijn zul jij Midian verslaan als was het één man! God zet Gideon zonder mankeren aan het werk.

Uit deze geschiedenis kunnen we een paar lessen leren:

· Laten we alert zijn op het verwoestende bederf dat van binnenuit komt, ook in het christendom. Dat is veel gevaarlijker dan welke aanval van buitenaf ook.

· Laten we naar God luisteren. En als eens Gideon, misschien met onze eerste aarzelingen, in zijn kracht gaan staan.

· Laten we ons lange termijn uitzicht niet uit het oog verliezen. God houdt onze toekomst rotsvast in zijn hand.

 

God doet de toekomst open.

Gezang 367 LvdK