Preek zondag 14 augustus 2011


 

Vol verwachting zal ik uitzien….

 

Gods Woord staat vol met profetieën. Heel wat zijn er vervuld. Denk bijvoorbeeld aan de profetieën die Daniël aan Nebukadnezar bekend maakte over de wereldrijken die zouden komen. De hele serie rijken is in de geschiedenis aan te wijzen. De drie eerste rijken: het Babylonische, het Medisch Perzische- en het Grieks-Macedonische, zijn voorbijgegaan. Het laatste, het Romeinse rijk, tijdens welks bestaan de Heer Jezus geboren is, heeft zijn verleden en toekomst. Als wereldmacht is het Romeinse rijk dus (tijdelijk) ten onder gegaan. Het Romeinse rijk “was er, is er nu niet als wereldmacht, maar zal er in de toekomst weer zijn”, want de dodelijke wonde zal genezen en “die op de aarde wonen zullen zich verwonderen als zij het beest zien, dat het was, en niet is en zijn zal” (Openb. 17 : 8). Dit rijk wordt in “Daniël” voorgesteld door het vierde dier, met de volgende kenmerken: “vreselijk, schrikwekkend en geweldig sterk: het had grote ijzeren tanden: het at en vermaalde, en wat overbleef, vertrad het met zijn poten” (Dan. 7 : 7).

Toentertijd heersten de Romeinen over heel de bekende aarde. De Heer Jezus werd door de Romein Pilatus veroordeeld, want Palestina behoorde tot het Romeinse grondgebied. Al de kustlanden van de Middellandse Zee behoorden de Romeinen toe, plus vrijwel geheel het huidige West-Europa.

Zou het hersteld Romeinse rijk daar weer op gaan lijken? De ontwikkelingen lijken beslist die kant op te gaan. De Franse president Sarkozy heeft in 2008 immers de Mediterrane Unie uitgeroepen. Een Unie die “de verbinding zal zijn tussen Europa en Afrika.”

En de ontwikkelingen sindsdien gaan snel. In heel de Arabische wereld is er grote onrust. De klassieke machthebbers zijn weg of wankelen op hun positie. Wellicht moeten zij eerst verdwijnen, alvorens de verdere eenheid met de Arabische volken gestalte kan krijgen.

Het Romeinse rijk zal niet eerder onder de macht van het beest hersteld worden, dan nadat de Heer Jezus is gekomen om al de zijnen tot Zich te nemen. Hij zal hen bewaren voor de “ure der verzoeking die over het gehele aardrijk komen zal.” Daarmee wordt bedoeld de tijd van de grote verdrukking, die er zijn zal tijdens de regering van de antichrist. Maar het is heel goed mogelijk, zelfs waarschijnlijk, dat vóór de opname van de gemeente de gebeurtenissen in de wereld zich zo toespitsen, dat de contouren van dit rijk zich reeds duidelijk aftekenen. En dat zien we vandaag de dag.

Is dit nu een blije ontwikkeling? Dat hangt er van af vanuit welke positie je deze gang van de geschiedenis bekijkt.

Wij christenen mogen elke dag uitzien naar de komst van onze Heer. Hij zal ons halen om ons te beschermen tegen de gruwelijke verdrukking die er daarna zal komen. En zien we daar ook naar uit? Of is “de wederkomst van Christus” voor ons een oude waarheid die geen dagelijkse realiteit meer heeft? Zien we werkelijk nog vol verwachting uit?

Voor de niet christenen in de wereld is de komst van Christus een gruwelijk perspectief. Wij moeten hen overtuigen van deze onontkoombare ontwikkelingen. Het “laat u met God verzoenen” moet onze boodschap zijn.

En dan nog een ding. Christus kan elk moment terugkomen. Als het teken gegeven wordt. Of, met de woorden van 1 Thess. 4 : 16: omdat de Heer zelf op een bevel, bij de stem van een aartsengel en een bazuin van God, zal neerdalen van de hemel;

De christenen die te Thessalonika woonden waren radicaal bekeerd van de afgoden tot de levende God. Bij hen leefde een vurige verwachting van de wederkomst van Jezus Christus uit de hemelen. Is dat bij ons ook nog zo?

 

Ja, Ik kom spoedig!