Preek zondag 7 augustus 2011


0 false 21 18 pt 18 pt 0 0 false false false

De wet drong aan op straf, genade vroeg om vrijgeleide.

Je hoort wel eens zeggen dat voor een christen ‘de wet verbroken is.’ Niet een uitdrukking om meteen over te vallen wellicht, maar toch ook niet precies weergevend wat er in de bijbel van de wet gezegd wordt. We speuren een paar teksten in de bijbel na.

In Exodus 19 – vóór de tien geboden – zegt God aan Mozes wat Hij van hen verwacht (: 5): welnu,

als ge horende hóórt naar mijn stem en mijn verbond bewaakt, dan zult ge mij kostbaarder wezen

dan alle gemeenschappen; want van mij is heel de aarde. In een stekeblind optimisme antwoordt het volk (: 8): al wat de Ene heeft gesproken zullen we doen!

Dan geeft God hun zijn ‘tien geboden.’ Geboden waaraan Israel niet wist te voldoen. Om voor de voortdurende overtredingen genoegdoening te verschaffen waren constant offers nodig.

In het nieuwe testament komt (Hand. 15) de vraag aan de orde of ook christenen gehouden zijn om de wet te onderhouden. Petrus is heel eerlijk in zijn antwoord (:10): wat stelt ge dan nu God op de proef

door op de hals van de leerlingen een juk te leggen dat noch onze vaderen noch wij hebben kunnen torsen? Als wij in het verleden de wet niet konden houden, waarom zouden we dan dat als eis opleggen aan de christenen?

Maar wat was dan de functie van de wet? Romeinen 5: 20 zegt het zo: Toen de Wet erbij kwam

vermeerderden de overtredingen. Door de wet leer je de zonde kennen. De wet loste het probleem van de zonde niet op. Daarvoor was iets anders nodig. Er was Iemand nodig die werkelijk voldeed aan al de eisen van de wet van God. Iemand die waar maakte wat het volk Israel zo onnadenkend gezegd had: al wat de Ene heeft gesproken zullen we doen!

Die Iemand is Christus. In de Bergrede zegt Hij het als volgt (Matth. 5: 17): Meent niet dat ik ben gekomen om de Wet of de profeten los te laten; ik ben niet gekomen om los te laten maar om te vervullen. De wet is niet verbroken. De wet bleef geheel in tact. Maar de wet werd vervuld. Er kwam Iemand die aan al de eisen van de wet volkomen beantwoordde. Galaten 3: 13: Christus heeft ons vrijgekocht uit de vloek der Wet door voor ons een vloek te worden,- omdat geschreven staat: ‘vervloekt is al wie hangt aan een stuk hout’ (Deut. 21,23),- Jezus gehoorzaamde de wet absoluut, en verdiende zo de zegen. Hij kreeg de vloek die wij verdienden. De wet was zo belangrijk voor God, dat Zijn Zoon moest sterven.

Wij moeten over de wet niet lichtvaardig denken. De wet is geen onzin. De regels zijn geschreven ‘ons ten goede.’ Er liggen belangrijke lessen en leefregels in die ook nu nog van belang zijn. Maar één ding moeten we goed beseffen: in onze plaats heeft een Ander aan de eis van de wet voldaan. Dat konden we niet en hoeven we ook niet meer. We moeten ervoor oppassen dat we niet terugvallen op de gegeven regels omdat we denken dat we daarmee God aan onze kant kunnen krijgen. We kunnen nu eenmaal genade niet verdienen. Paulus wijst de christenen in Galaten in scherpe bewoordingen daarop(3: 24, 25): Zodat de Wet voor ons een opvoeder tot Christus is geweest, opdat wij uit geloof worden gerechtvaardigd. Maar nu het geloof gekomen is staan wij niet meer onder een opvoeder.

De wet was en is nodig en nuttig. Maar de behoudenis krijgen we er niet door. Die komt door het geloof in Christus Jezus. Durven wij te leven uit louter genade? Willen wij ten diepste wel dankjewel zeggen tegen God? Willen wij wel toegeven dat al onze goede werken niet bijdragen aan onze behoudenis? Snappen we dat we God tot niets kunnen verplichten met onze inspanningen? Beseffen we dat we ons geheel aan Hem kunnen overgeven? Dat we het zelf niet meer hoeven te doen? Dat Hij volkomen veilig is? Dat we niet meer uit angst voor de gevolgen geboden moeten houden? Maar dat onze angst eindigt, omdat we Zijn schoonheid zien?

Het heil des hemels werd ons deel / alleen door Gods genade./ Wij werkten en wij wonnen veel, / maar alle winst bleek schade. / ‘t Geloof ziet Jezus Christus aan: / wat Hij deed is genoeg gedaan / voor al wat leeft op aarde.

Lof Vader, Zoon en Heilge Geest, / Hem die voor alle tijden / ons heeft geroepen tot zijn feest, / die zeer ons zal verblijden. / Ja, ons verlangen wordt vervuld / en onze menslijkheid onthuld, / zij is in God voleindigd.

Hier trad Gods wijsheid tussenbeide, die allebei voldoening gaf