Preek zondag 3 november 2019

Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,-

 

Paulus schrijft aan Filemon een heel persoonlijk briefje. We lezen het integraal. Het gaar over een gevoelige kwestie.

 

Onesimus, een slaaf van de rijke Filemon, had de benen genomen en was zijn baas ontvlucht. Om te kunnen overleven stal hij ook nog geld.

Onesimus vlucht naar Rome, waar Paulus in de gevangenis zit. Onesimus komt met Paulus in aanraking, en wordt christen.

 

Nu moet er een probleem worden opgelost. Een probleem tussen een baas (Filemon) die christen is en een slaaf (Onesimus) die inmiddels eveneens christen is.

 

Wie stal moest natuurlijk het gestolene terugbetalen. In het Oude Testament wordt beschreven dat die terugbetaling gepaard ging met een boete van 20% (Numeri 5,5). Maar dat geld heeft Onesimus niet.

 

En dan schrijft Paulus zijn brief. Hij noemt zichzelf – opmerkelijk toch wel – in de aanhef geen apostel. Hij noemt zich ‘gevangene omwille van Christus Jezus.’ En Paulus schrijft allereerst over de liefde tot de Here Jezus, zoals Filemon die heeft. Paulus noemt hem ‘broeder.’ Als je gelooft in Jezus dan leidt dat als vanzelf tot liefde voor de andere mensen die in Jezus geloven. Het gaat dan om verbondenheid, gemeenschap, liefde, vriendschap, om samen onderweg zijn. Het komt er op neer dat als de een pijn heeft allen pijn hebben. Dat, als de een blij is, de anderen daar ook blij mee zijn. Het gaat erom dat je dan ‘de ander uitnemender acht dan jezelf.’Ons geloof in Jezus brengt ons bij elkaar.

 

Vanwege die verbondenheid-in-liefde tussen christenen richt Paulus een verzoek aan Filemon. Paulus stuurt erop aan dat Filemon Onesimus gaat zien als een medebroeder in Christus (Fil.16).

 

Het zou natuurlijk kunnen dat Filemon hierdoor nog niet helemaal overtuigd raakt. Hij is bestolen, per slot van rekening. Dat snapt Paulus ook wel. Paulus voegt nog iets toe aan zijn brief en zijn pleidooi. Paulus maakt er zich – letterlijk – niet goedkoop van af. Hij schrijf zo ongeveer ‘Ik weet dat Onesimus van jou gestolen heeft. Ze dat maar op mijn rekening. Ik ben nu zo diep verbonden met Onesimus dat zijn schuld ook mijn schuld is. En ik zal je terugbetalen.’ En dan past Paulus nog een retorisch trucje toe, als hij vervolgt met ‘Ik vertel je er maar niet bij dat jij mij nog veel meer schuldig bent omdat je door mij Jezus hebt leren kennen.’ Waarmee Paulus dus vertelt wat hij zegt eigenlijk niet te willen vertellen. Maar het is ook meer dat een retorisch trucje. Paulus laat door zijn daden zien wat Christus voor ons heeft gedaan. Jezus betaalde voor ons alle schuld van de zonde. Een schuld van ons aan God.

 

De brief aan Filemon gaat ten diepste over verzoening. Als wij verbonden zijn met Jezus, zijn we verbonden met alle anderen die ook in Jezus geloven. We zijn broers en zussen van elkaar. Soldaten in hetzelfde leger. Medewerkers met eenzelfde doel.

 

Laten we ons realiseren dat Jezus onze schuld volkomen betaalde. En daarenboven nog twintig procent extra afdroeg ten onzen bate:

  • Hij zorgt voor alle kinderen, zonder uitzondering (Matth. 18,10-11)
  • Wij hebben alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten, in Christus (Ef.1,3)
  • Wij zijn kinderen van God (Joh. 1,12) en mede-erfgenamen van Christus (Rom. 8,17)
  • Wij zullen veranderd worden zoals Christus verheerlijkt is (Fil. 3,21) en als kinderen van God zullen we Hem gelijk zijn (1 Joh. 3,2).

 

Christus heeft uit volmaakte liefde ons alle overtredingen kwijtgescholden. Vergeleken met onze schuld aan God stellen onze onderlinge schulden niks voor. Dus als een van je christen broers of zussen je iets schuldig is, vergeef hem/haar dan, zoals God ook jou vergeven heeft.

 

Bij conflicten moeten we dus niet de hakken in het zand zetten. Maar de ander tegemoet treden zoals Christus ons is tegemoet getreden. En zoals Paulus Filemon uitdaagt te doen.

 

hij heeft zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden tot in de dood,
de dood aan een kruis.

Fil. 2,5;8