Preek zondag 15 mei 2011


 

Het laatste wat er van een Hollander bekeerd wordt is zijn portemonnee

J. Ph. Fijnvandraat

Wat gebeurt er als wij het Evangelie heel ons leven laten bepalen? Ons privéleven, maar ook ons publieke leven? Een van de gevolgen zal zijn dat we ons radicaal inzetten voor rechtvaardigheid. In Deuteronomium 4: 8 en 15: 1- 11 lezen wij daarover:

God zegt: Welk groot volk is er met inzettingen en rechtsregels zo rechtvaardig als het geheel van deze Wet.

En dan één van die regels:

Na verloop van zeven jaren zul je een kwijtschelding houden. En dit is de afspraak voor de kwijtschelding: kwijtschelden zal elke schuldheer de lening van zijn hand waarmee hij leende aan zijn naaste;

De roeping tot rechtvaardigheid

Iedereen die in de tijd waarin Deuteronomium speelt om een lening vroeg, was per definitie arm. Iedereen was boer. Een boer had alleen een lening nodig als zijn oogst zo slecht was dat hij geen geld had om zaad te kopen voor het volgende seizoen.
De oogst kon mislukken door slecht weer, militaire conflicten, ziekte of dood van sleutelfiguren in de familie. Bij het mislukken van de oogst werd een hele familie in armoede gestort. Als je geen geld had om zaad te kopen voor het volgende jaar, kon je je land verliezen en omkomen van de honger. Daarom vroegen mensen om een lening.
God heeft het hier dus specifiek over mensen die in armoede zijn gevallen en een lening nodig hebben om te overleven.

Opnieuw beginnen

Eerst zegt God dat wanneer iemand in armoede dreigt te vervallen, wij hem alles moeten lenen wat hij nodig heeft. Vervolgens zegt Hij dat deze schulden om de zes jaar moeten worden kwijtgescholden. Maar wat nu als een schuld in het vierde jaar wordt aangegaan en er dus maar twee jaar zijn om het af te lossen? Dan nog stelt God dat wij die lening moeten geven. En niet zomaar, maar ‘ruimhartig’ (15:10). Dit is een gulheid die zijn weerga niet kent. Om de zes jaar kon iedereen opnieuw beginnen. Armoede was niet iets definitiefs. Maar er is meer. In vers 8 staat dat wij de ander zo veel moeten lenen als hij nodig heeft. Er is verschil tussen anderen helpen met het broodnodige en hen helpen zich verder te ontwikkelen. Lees de verzen 13 en 14 eens:

En wanneer je je slaaf als vrij man van je heenzendt, zend hem dan niet ledig heen! Omhang hem de hals, met een deel van je wolvee, van je dorsvloer en van je wijnpers; waarmee de Ene, je God, je heeft gezegend, dát zul je hem geven.

Stel je voor: iemand komt zo diep in de schulden dat hij je slaaf moet worden om je te kunnen afbetalen. Na zes jaar moet je niet alleen zijn schuld kwijtschelden, maar hem ook geven wat hij nodig heeft om weer op eigen benen te kunnen staan.

Waar zie je vandaag de dag dat schulden na zes jaar worden kwijtgescholden? Natuurlijk kunnen we niet zeggen dat wat gold in een theocratie uit de Oudheid, ook moet gelden in een moderne democratie. Wel kunnen wij stellen dat wat gold voor Gods volk in het Oude Testament, geldt voor zijn volk uit het Nieuwe Testament. Dit zijn woorden van God aan mensen die zeggen Hem te willen volgen. Lees bijvoorbeeld Handelingen 4:34 Want er is geen enkele behoeftige onder hen geweest, Dit is een direct citaat uit Deuteronomium 15:4: Overigens zal er geen arme bij jou wezen, Lucas laat zien dat de woorden uit het Oude Testament nog steeds gelden. Oftewel: de houding van Gods volk uit het Oude Testament moet de houding zijn van christenen in onze tijd. Dit is onze roeping.

Hoe rechtvaardigheid werkt

God had het beloofde land aan zijn volk gegeven. Zij hadden het niet door eigen werken verdiend. Omdat God hun het land had gegeven toen zij nog arm waren, moesten zij aan diegenen geven die nu arm waren.

Gedenken zul je dat je dienstknecht bent geweest in het land van Egypte en dat de Ene, je God, je heeft losgekocht; dáárom gebied ik je heden dit woord.

Zij waren arm. Zij moesten anderen behandelen zoals God hen behandeld had. Het Nieuwe Testament gaat zelfs nog verder dan het Oude Testament. Paulus zegt in 2 Korintiërs 8: 9 dat wij moeten geven om de armen: Want ge kent het genadewerk van onze Heer Jezus Christus, dat hij om u arm is geworden terwijl hij rijk was, opdat gij door zijn armoede rijk zoudt worden.

In het Nieuwe Testament zegt God dat zijn genade iets gekost heeft en daarom moet onze gift een offer zijn. Jezus Christus stierf aan het kruis om ons te bevrijden. Wij waren geestelijk arm en werden door Hem bevrijd.

Rechtvaardigheid als getuigenis

Het laatste punt is dat rechtvaardigheid een getuigenis is van de grootheid van God. Dit zien we terug in het eerste deel van vers 4. Door Gods geboden te volgen, zullen anderen versteld staan van God. Waarom moeten we rechtvaardig zijn? Omdat het een getuigenis is van Gods grootheid aan anderen. Wij noemden Handelingen 4 net al. In vers 33 staat dat de apostelen de opstanding van Jezus Christus verkondigden. Mensen kwamen tot geloof omdat zij én de woorden van het Evangelie hoorden én de uitwerking ervan zagen. Als de wereld niet ziet dat onze woorden over vrijgevigheid worden gevolgd door daden, zullen zij onze woorden niet geloven.

De armen zijn bereid te ontvangen………

Chassidische vertellingen