Preek zondag 27 oktober 2019

Gehoorzaamheid zonder vrijheid is slavernij

Over bidden. We lezen vooraf drie stukjes uit de bijbel:

  • 1 Thess. 5, 16-17: 16Verheugt u altijd, 17bidt zonder ophouden,
  • 6, 18 19a: 18in alle aanbidding en smeking te aller stond biddend in de kracht van de Geest, en daartoe nachtwaken houdend met alle volharding en smeking voor al de heiligen,- 19aook voor mij,
  • 1 Joh. 5, 13-15: 13Dit alles heb ik u geschreven opdat ge wéét dat ge eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God; 14en dit is de vrijheid van spreken die we hebben bij hem: dat, als we iets vragen naar zijn wil, hij naar ons hoort; 15en als we weten dat hij naar ons hoort, wat we ook vragen, weten we dat we de gevraagde zaken hébben die we van hem hebben gevraagd.

 

Deze toespraak gaat over bidden en pendelt een beetje tussen teleurstelling en volharding. Bidt zonder ophouden zegt het eerste gelezen stukje. Wees bezig met bidden. Ga ermee door. Laat het je passie wezen.

 

Realiseren wij ons voldoende dat we in oorlogsgebied wonen? Dat de samenleving van vandaag de dag afwijzend staat tegenover God, en meer dan dat: vijandig? Geloof is op z’n best iets voor achter de voordeur. Daarbuiten speelt normgeving die niet voortvloeit uit menselijke overtuiging maar uit een Goddelijk gebod geen enkele rol. Christenen – mensen die daarover anders denken dus – leven daarom in bezet gebied. Christene zijn te beschouwen als ambassadeurs van God op deze aarde. Christenen vertegenwoordigen een ander rijk. Het rijk waarvan Jezus koning werd toen hij stierf aan het kruis en opstond uit de dood. Christenen zijn ambassadeurs van het koninkrijk van de Eerstgeborene uit de dood!

 

Zo’n positie is per definitie niet makkelijk. Wie in de strijd verkeert zal zich met enige frequentie afvragen: zit ik goed? Wie daarover nooit twijfelt moet zich toch eens afvragen of zij/hij wel weet in welke positie zij/hij staat.

 

En wat doe je nou het beste als je in verwarring of in twijfel zit? Bidden! Gebruik maken van onze relatie met God. God luistert graag naar wat ons bezig houdt. Hij wil graag horen over wat ons blij en gelukkig maakt. Maar minstens zo graag luistert Hij naar onze moeilijkheden en zorgen, onze pijn, ons verdriet en onze boosheid.

Bidden is in de eerste plaats belangrijk voor onszelf. (God weet al lang hoe we in ons vel zitten. Al biddend ontdekken we dat dan van onszelf). Bidden is tweerichtingsverkeer: wij praten en God luistert, God praat en wij luisteren… God de Vader in de hemel luistert naar onze gebeden. God de Zoon is de middelaar tussen hemel en aarde en God de Heilige Geest woont in ons en is de ‘energiecentrale’ in ons die maakt dat Gods kracht zichtbaar wordt in ons doen en laten. Dat we onze rol – onze missie – als ambassadeurs van God goed kunnen vervullen.

 

In het Engels (bidden = PRAY) is er een aardig acroniem om de kern van bidden te pakken:

Passie/Praise: zetten we echt ons hart open? Laten we de Heilige Geest binnen? Matth. 6, 9;13b.

Repent: belijden we werkelijk onze zonden? Vergeven we de ander de zonden, zoals ons de onze vergeven zijn? Matth. 6,12.

Ask: hebben we de vrijmoedigheid om God alles te vragen? Zoals een jong kind dat doet bij z’n aardse vader? Echt alles? Matth. 6,11;13a.

Yes/Yield: Zeggen we ja-en-amen op Gods bemoeienis met ons? Matth. 6,10.

 

 

Hoeveel ruimte geven christenen wij aan elkaar. En specifieker: hoeveel ruimte geven wij aan onze opgroeiende tieners? Hebben we iets met de gedachte dat het christendom – of de Vergadering – niet ons winkeltje is? Als we bidden, en dan beginnen met God te prijzen, is het dan niet zo dat we onze aandacht bij God hebben en niet bij onze alledaagse problemen, zorgen en verlangens? Gaan we dan de wereld en al onze problemen niet in een ander perspectief zien? Krijgen we dan niet echte ruimte, omdat we plots beseffen dat ons leven als christenen – en als Vergadering –  niet van onszelf (en van onze controledrang) afhangt maar louter van Gods liefde en genade?

 

Geestelijk volwassen worden in 2019 gaat niet als we de tradities van 1880 blijven bepleiten. Durven we onze twijfels voor God uit te storten? Durven we ons één te maken met God in ons gebed? Zoals de Heer Jezus zich (Joh. 17) compleet één maakte met God?

Vertrouwen op God begint wel met geloven, maar vertrouwen is meer en gaat verder. Je leert eerst geloven in God. Daarna ga je Hem vertrouwen. En tot slot worden we één met God. Dan worden Zijn overwegingen en gedachten de onze. Dat is wat God wil. Willen wij dat ook? Of is dat griezelig? Dan hebben we zelf niks meer te zeggen, toch?

 

Maarten Luther: je kunt geen christen zijn zonder te bidden, zoals je ook niet kunt leven zonder adem te halen.

 

Wat is hier in Alkmaar jullie drive? Waar gaan jullie voor? Onze jongeren groeien op in een compleet andere wereld dat de wereld waarin wij ouderen verkeerden toen we jong waren. Een wereld waarin God wordt weg verklaard als ‘overbodige hypothese.’ Waarin als wetenschap wordt verkondigd dat ‘leven’ en ‘God’ niks met elkaar te maken hebben.

 

Weten wij ouders en opa’s en oma’s nog wat onze (klein-)kinderen denken en vinden? Hoe betrekken we de tieners bij onze diensten? Hebben ze daar überhaupt een rol? De keus is aan ons. Kabbelen we voort en glijden we langzaam maar zeker weg? Worden we christenen die hun christelijke plicht doen. Zodat we gewend raken aan wat we doen en na een tijdje nauwelijks nog in de gaten hebben dat het een sleur geworden is. En dat die  – voor ons prettige en vertrouwde – sleur niet langer iets is wat onze kinderen en kleinkinderen nog aanspreekt?

 

Of moeten we de geschiedenis ernstig nemen omdat we anders ‘een weg inslaan naar eigen inzicht?’ Moeten we onze principes als ‘Het Oude Getrouw’ koesteren?

Jezus is toch de Eeuwige Zoon van God? En Gods Heilige Geest is toch in ons? Dan moeten we onze jongeren de echtheid daarvan toch ook laten zien? En dan moet die echtheid toch ook leiden tot een perspectief voor jongeren in de geloofsgemeenschap? Hoe kunnen we gezamenlijk bezig zijn met God? Hoe kunnen we onze jongeren helpen te zien dat ze eindeloos veel meer zijn dan een ‘economisch individu dat nut moet hebben?’ Wij mensen zeggen vandaag de dag dat we ‘vrij willen zijn.’ Maar we sluiten ons steeds meer af voor elkaar en voor God. En vrijheid ervaren we nauwelijks nog.

 

Als we echtheid willen laten zien aan onze jongeren, moeten we ons niet als christenen presenteren, maar moeten we het zijn. Het idee dat wij er al zijn, en dus klaar zijn, moeten we loslaten. “Ik jaag er naar’ schrijft Paulus (Fil. 3,13-14): 13Broeders-en-zusters, ik denk van mijzelf niet dat ik die gegrepen heb, maar één ding wel: vergetend wat achter mij ligt en mij uitstrekkend naar wat vóór mij ligt, 14jaag ik naar het doel voor de prijs van de roeping van boven, van God in Christus Jezus.

 

Laten we onze jongeren (en onszelf?) voorhouden dat Christus ons vrijheid brengt. Dat er vrijheid is waar de Geest van de Heer is. Dat angst is overwonnen. Dat we allen eindeloos beminde kinderen van God zijn. Dat de volmaakte liefde de vrees uitdrijft.

 

Onze God is geen bedrieger. Hij doet wat Hij belooft. Laten we dus de moed nemen om als pelgrims (weer) op pad te gaan. Met Gods doel voor ogen. Wetend dat we niet voor onszelf bezig zijn. Maar voor God. Op weg naar het Vaderland. En laten we ons realiseren: onze jeugd heeft de toekomst!

Vrijheid zonder gehoorzaamheid is willekeur

Dietrich Bonhoeffer