Preek zondag 6 oktober 2019


En hieraan onderkennen we dat we hem kennen:
als we zijn geboden houden.

 

Gehoorzaamheid is in de Bijbel het centrale woord bij opvoeden. “Gij kinderen zijt uw ouders gehoorzaam.” (Ef. 6:1, Kol. 3:20) Niet alleen in de Bijbel. In de jaren 60 kozen de ouders gehoorzaamheid als belangrijkste opvoedingsdoel. Gehoorzaamheid aan ouderen en gehoorzaamheid met het oog op je positie in de maatschappij. Na de jaren 60 is gehoorzaamheid verdrongen door het begrip authenticiteit. Het kind moet tot zijn recht komen en zich kunnen ontplooien. In onze tijd lijkt het belangrijkste opvoedingsdoel te zijn: vrijheid. Vrijheid om zelf te kiezen en te handelen. De brede weg naar menselijk geluk. Gedogen, in plaats van gehoorzaamheid.

 

In deze tijd wordt er in gemeenten veel wordt gesproken over discipelschap, geloofsgroei en de gaven van de Heilige Geest. Dat is een goede zaak, want dit zijn onderwerpen die er in het geloof echt toe doen. Tegelijkertijd is duidelijk dat wij christenen in toenemende mate mondig en assertief zijn geworden. Dit dringt ook het christendom binnen. We willen graag eigen plannen gerealiseerd zien worden. Daardoor komt de gehoorzaamheid aan God makkelijk onder druk. Het lijkt er meer en meer op dat we in het westerse christendom te maken hebben met een selectieve vorm van gehoorzaamheid. Ja, we brengen een aantal zaken onder de gehoorzaamheid van God. Maar niet alles.

Misschien is een van de belangrijkste oorzaken wel dat we geseculariseerd over gehoorzamen zijn gaan denken. De wereld denkt in termen van macht. (Zie Marcus 10:42) Dan is gehoorzamen je onderwerpen aan regels, aan een systeem. In de Bijbel is gehoorzamen positief. Niet gekoppeld aan een systeem, aan een set regels, maar aan een relatie. “Ik ben de Heere uw God, Die u uit het diensthuis uitgeleid heb.” Tekenend is dat de Heere Jezus de hele wet van “Gij zult niet” samenvat met “Gij zult liefhebben.” Gehoorzaamheid is liefde in optima forma. En hieraan onderkennen wij dat wij Hem kennen: als we zijn geboden houden. (1 Joh. 2:3)

 

Dietrich Bonhoeffer dacht diepgaand na over “gehoorzaamheid” gekoppeld aan “De navolging van Christus.” Zijn gehoorzaamheid aan Christus kostte hem op 9 april 1945 het leven. Vier citaten van hem:

 

Wat gehoorzaamheid is, leer je alleen door gehoorzaam te zijn, niet door vragen te blijven stellen. Pas in de gehoorzaamheid leer je de waarheid kennen. De stem van Jezus leert je niets anders dan eenvoudig te gehoorzamen.

 

Gezegend zijn zij die door echte genade in de wereld kunnen leven zonder daarin op te gaan. Als zij, in de navolging van Jezus Christus, het hemelse vaderland zo zeker verwachten, zijn ze werkelijk vrij om in deze wereld als balling te leven. Gezegend zijn zij voor wie navolging van Jezus Christus niets anders inhoudt dan leven uit de genade en voor wie de genade niets anders betekent dan navolging. Wie op deze manier christen is geworden, heeft ervaren dat het woord van genade zich over hem heeft ontfermd.

 

Er is geen andere weg tot geloof dan gehoorzaamheid aan de roep van Jezus.

Gehoorzaamheid handelt zonder te vragen, vrijheid vraagt naar de betekenis.

 

In Romeinen 6: 17 – 18 noemt Paulus de woorden “van harte”: Maar God zij dank: gij waart dienstknechten van de zonde maar zijt van harte gehoorzaam geworden aan het voorbeeld van onderricht waaraan ge u hebt overgegeven; vrijgemaakt van de zonde zijt ge dienstbaar geworden aan de gerechtigheid.

 

En in gehoorzaamheid zit vreugde opgesloten, zegt Johannes (Joh. 15: 9 – 17). Joh. 15: 11, 12: Dit alles heb ik tot u uitgesproken opdat mijn vreugde in u zal zijn en uw vreugde haar volheid bereikt. Dit is mijn gebod: dat ge elkaar liefhebt zoals ik ú heb liefgehad.

 

Wie zegt: ik kén hem en zijn geboden niet houdt,
is een leugenaar en in hem woont de waarheid niet;

1 Joh. 2: 3, 4.