Preek zondag 22 september 2019


 

 

als ge Mozes zoudt geloven zoudt ge mij geloven, 

 

Wat is het onderwerp van het Oude Testament?” De vervangende docent viel meteen met de deur in huis. Verschillende opvattingen deden opgeld. “De Psalmen,” die nemen inderdaad een flink deel van het OT in. “De Profetieën” met hun wel heel specifieke plek bij een veelheid aan schrijvers. “De Schepping,” meent nog weer een ander.

 

Het antwoord dat de docent geeft is van een verbluffende simpelheid. Het Oude Testament heeft het in alle standen en varianten over Jezus. Hij is hét onderwerp van het Oude Testament. Vele passages werpen hun schaduw vooruit naar Hem. We bekijken er een aantal.

 

Gen. 1: 3: Dan zegt God: geschiede er licht!- en er geschiedt licht. De schepping komt tot stand op Gods spreken, op Gods Woord. En daarmee wordt vooruitgeblikt naar Joh. 1: Bij begin (Gen. 1,1) is er het spreken geweest; het spreken is God nabij geweest, ja God is het spreken geweest; het is geweest bij begin, God nabij (Spr. 8,22 vv); alle dingen zijn daardoor geworden en buiten dat om is niet één ding geworden dat geworden is. Genesis 1 verwijst duidelijk naar de Heer Jezus.

 

Gen. 3: 14, 15: Dan zegt de Ene, God, tot de slang: omdat je dat gedaan hebt, vervloekt jij, anders dan alle gedierte en alle wildleven van het veld zul je op je buik voortgaan en stof zul je eten, al de dagen van je leven!- en vijandschap zal ik zetten tussen jou en de vrouw, tussen jouw zaad en haar nazaat; hij zal jou voor het hoofd stoten, jíj zult hem bijten in de hiel.

Vijandschap zal er zijn tussen de (afstammeling) van de vrouw (en dat is Christus) en de (nazaat) van de slang (en dat is de satan). Voorzegt wordt dat de kop van de satan zal worden vermorzeld: de satan wordt gegooid in de poel van vuur (Op. 20: 10) en tevens dat de hiel van Jezus zal worden verbrijzeld. En dat is op het kruis ook daadwerkelijk gebeurd.

 

Gen. 22: 1 – 6: Een onthutsende geschiedenis. Abraham wordt door God op de proef gesteld: hij krijgt de opdracht zijn Zoon Isaak te offeren. Als ze een eind onderweg zijn zegt Isaak (: 7, 8) hier is het vuur en de stukken hout, maar wáár is het lám voor een opgangsgave? Dan zegt Abraham: God ziet het voor zich, het lam voor een opgang, mijn zoon!- zo gaan die twee eensgezind voort.

God zorgt zelf voor een brandoffer, zegt Abraham. En dat is precies wat er gebeurde op het kruis. In drie uren van duisternis.

 

Hebr. 10: 5 – 7: Daarom zegt hij, komende in de wereld: ‘offerdier en offerande hebt gij niet gewild, maar mij hebt gij een lichaam bereid; in brandoffers en zondoffers hebt gij geen behagen gehad, toen zei ik: zie, ik kom, aan het hoofd van een boek staat over mij geschreven, God, dat ik uw wil zal doen’ (Ps. 40,7-9).

 

Hebr. 10: 4: want het is onmogelijk dat het bloed van stieren en bokken zonden wegneemt.

 

Offers, het Oude Testamant staat er mudvol mee, konden de zonde niet wegnemen. Al die offers verwijzen naar de Heer Jezus. Hij kon zeggen (Psalm 40: 8): ‘zie, ik ben gekomen; in de rol, het boek, staat over mij geschreven.’

 

want híj heeft over mij geschreven;

Joh. 5: 47