Preek zondag 15 september 2019


‘Als je overal een graantje meepikt……

Het brood van het leven: Johannes 6: 22 – 39. Jezus heeft 5000 mensen te eten gegeven van vijf broden en twee visjes die hij kreeg van een jongen. De eters willen der dag erop Jezus weer ontmoeten, maar vinden hem nergens. Ze vertrekken dan naar zijn woonplaats Kafarnaüm, en daar blijkt hij – merkwaardigerwijs, want vanaf de plek waar ze eerder gegeten hadden kon je er alleen per boot komen en Jezus zat niet in de boot waarmee zijn leerlingen  naar Kafarnaüm voeren – te zijn. Verbaasd vragen ze “hoe komt u hier?”

 

Jezus doet wat hij wel meer doet: hij gaat niet op de vraag in. Maar legt de vragenstellers uit dat hij wel begrijpt waarom ze hem achterna lopen. Ze willen wel meer eten van hem krijgen. Ze willen wel dat Hij elke dag 5 broden en 2 vissen verdeelt en hen zo genoeg te eten geeft. Het gaat jullie niet werkelijk om mij, zegt Jezus, maar om het eten. Ik doe veel wonderen om te laten zien wie ik ben. Maar daar kijken jullie niet echt naar. Die merken jullie niet echt op.

 

Jezus houdt hen voor dat het dagelijks voedsel niks te maken heeft met het eeuwige leven dat hij – Gods eigen Zoon – aanbiedt. Het gaat niet om het dagelijks voedsel dat uiteindelijk bederft, maar om voedsel dat eeuwig en onbederfelijk is. En ook nog gratis: (Jes. 55: 1): O al wie dorst lijdt,- gaat tot het water en gij die geen geld hebt: gaat, koopt koren en eet!- gaat, koopt koren niet voor geld, en wijn en melk voor geen prijs!

En God heeft openlijk laten horen dat Jezus zijn Zoon is (Matth. 3: 17; Lukas 3:22).

Landen doet de boodschap niet echt (Joh, 6: 28): Dan zeggen ze tot hem: wat moeten we doen om werkzaam te zijn in de werken van God? Als iets gratis is hoef je niks te doen. Accepteren, je hand uitsteken en het aannemen is het enige. Wie denkt het eeuwige leven te kunnen verkrijgen door iets te doen zit er volmaakt naast. Het eeuwige leven met God is voor elk mens beschikbaar. Maar geen enkel mens kan het (op eigen kracht of inspanning) verdienen. Als God iets aanbiedt is de enige keus die tussen aannemen of weigeren.

 

Dat legt Jezus dan ook uit (:29):dit is het werk van God: dat ge vertrouwt op hem die hij heeft uitgezonden! Je moet mij geloven op mijn woord, zegt Jezus. Er is geen andere manier.

 

Maar dat gaat er niet zo makkelijk in. De mensen zeggen u?- welk teken doet u dan en kunnen we zien om te vertrouwen op u?– Hoe weten we jat jij ons niks op de mouw speldt? En ze laten horen dat ze hun bijbel kennen (Ps. 78: 4): onze vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn gelijk geschreven is: ‘brood uit de hemel gaf hij hun te eten.’ Doet u eens iets wat daarop lijkt. Overtref Mozes, als u ons wil overtuigen! Dat was nog eens een profeet.

 

En Jezus… gaat ook daar niet op in. Hij zegt in v.32: ‘Weten jullie, Mozes gaf dat voedsel niet, Mozes deed helemaal niks.’ Wie dan wel? God natuurlijk. Maar let goed op hoe Jezus dat zegt: ‘Mijn Vader GEEFT u het ware brood uit de hemel’. Jezus spreekt niet over de tijd van Mozes, want dan zou hij ‘gaf’ gezegd hebben. Hij heeft het over het heden. Jezus spreekt hier over het ware brood, in v.33 noemt Hij dat ‘het brood Gods dat uit de hemel nederdaalt en dat leven geeft’. Het manna in de woestijn hield de mensen tijdelijk in leven, want uiteindelijk stierven ze toch allemaal. Maar… God gaf in Jezus’ tijd brood uit de hemel dat leven geeft – met leven bedoelt Jezus eeuwig leven.

 

Dat vinden de omstanders goed klinken. Daar tekenen ze op in: heer, geef ons altijd dat brood! Ze begrijpen Jezus niet en geloven hem niet. Maar Jezus boodschap is duidelijk. Hij alleen, niets en niemand anders, is het brood van het leven. Hij is degene die de echte honger die wij mensen hebben, kan stillen – voor altijd. Hij is degene die ons eeuwig leven geeft. En het enige wat we kunnen – en moeten! – doen is geloven. Wat wij elke dag van ons leven moeten doen, is ons blijven vullen met dat brood, met Jezus, met zijn woord!

 

Dan nog dit: wij gelovigen denken nog wel eens dat wij Christus moeten vasthouden. Ontroerend is dan vers 39: dit is de wil van wie mij heeft gestuurd met al wat hij mij heeft gegeven: dat ik daarvan niets verloren laat gaan.

 

Niet wij houden hem vast, hij houdt óns vast. Eeuwig.

 

 

…..laat je het brood van het leven liggen…’

Visje

Palestrina – Motet “Ego sum panis vivus” (Ik ben het brood van het leven): https://youtu.be/2nx_oFD_3WY