Preek zondag 24 april 2011


 

en dat zoveel te meer….

 

De wereld is nogal tamelijk in rep en roer. Politiek, met al de onrust in heel het Midden-Oosten, in Ivoorkust en waar niet al. En de gruwelijke aardbeving in Japan, in Chili: de aardkorst is onrustiger dan ooit. De bijbel voorzegd dat ook, in Mattheüs 24:

ge gaat horen van oorlogen en geruchten van oorlogen: ziet toe dat ge u niet laat overschreeuwen;

want dit alles ‘móet geschieden’ maar het is de voleinding nog niet; want ‘ontwaken zal volk tegen volk en koninkrijk tegen koninkrijk’ en er zullen hongersnoden en bevingen zijn op allerlei plaatsen,

In vers 32 van datzelfde hoofdstuk schrijft Mattheüs Leert van de vijgenboom deze gelijkenis:

wanneer ten slotte haar takken week worden en de bladeren uitbotten herkent ge daaraan

dat de zomer nabij is;

De vijgenboom staat in de bijbel voor Israel; nu dat land weer in het centrum van de wereldgeschiedenis staat moet ons dat dus tot nadenken stemmen.  Gods toekomst komt dichtbij.

Het is mooi om dat te weten. Maar betekent het verder nog iets voor ons? In de verzen 36 – 39 van Mattheüs 24 gaat het ook over de toekomst, nu over de toekomst ten tijde van de zondvloed. Het dagelijks leven ging gewoon door (want zoals ze in die dagen vóór de zondvloed bleven kluiven en fuiven,) tot het water hen letterlijk verslond. En natuurlijk gaat ook ons dagelijks leven door. Maar ons perspectief is langer en reikt verder dan dat. Dus is de vraag: wat moeten we met de wetenschap van het naderende einde van de wereld?

Kolossenzen (hoofdstuk 1 : 3 – 14) geeft daarover een aansprekend beeld.

· Vers 4 heeft het over nu wij hebben gehoord van uw geloof in Christus Jezus en de liefde die ge hebt voor alle heiligen,
Dat moet ook ons inspireren. Ons geloof moet ongeveinsd zijn, en onze onderlinge verbondenheid boven alle twijfel verheven.

· Omdat we de Heer kennen en toebehoren, geldt (: 9)Daarom houden wij ook, vanaf de dag dat we ervan hoorden, niet op voor u te bidden en te vragen dat ge vervuld wordt van de kennis van zijn wil in alle wijsheid en geestelijk inzicht.
In het licht van de laatste dagen moeten we meer dan ooit zorgen dat we Gods plannen en bedoelingen kennen. Dat we de bijbel lezen. Dat we ons werkelijk eigen maken waarom het gaat.
Johannes maakt duidelijk dat alleen weten in je hoofd niet is wat telt. We moeten weten én doen. Ons christendom blijkt uit ons gedrag. En Lukas 12: 47 maakt ons onze verantwoordelijkheid wel heel indringend duidelijk: díe dienaar die de wil van zijn heer kent en niet voorbereidt of doet naar zijn wil, zal veel slaag krijgen;

· Kol. 1 : 10: opdat ge zult wandelen, waardig aan de Heer, en hem in alles behaagt,
Deze aansporing om ons op de Heer en op Hem alleen te richten komt veelvuldig in de bijbel voor.
Mattheüs 5: 16: zo moet uw lamp een licht zijn voor het aanschijn van de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw vader verheerlijken die in de hemelen is!
Efeze 5: 16 heeft het over de tijd uitkopen.

· En Kol. 1 : 13 zegt het heel duidelijk: Hij heeft ons ontrukt aan het gezag van de duisternis en overgebracht naar het koninkrijk van de zoon van zijn liefde,

 

Moeten wij iets met de gebeurtenissen om ons heen? Of kunnen we reageren met de houding van “dank voor de waarschuwing, ik zal zorgen dat ik een beetje uit de buurt ben.” Dat is niet wat God voor ogen staat met zijn waarschuwing dat het einde nadert. Openbaring 22 : 11b spoort ons aan om te blijven werken in en aan Gods koninkrijk, met de woorden …..en de rechtvaardige, laat hij nog meer rechtvaardigheid doen, en laat de heilige nog heiliger worden;

Laten we de tijd die ons nog rest goed gebruiken! De dag nadert!

……naarmate ge de Dag ziet naderen