Preek zondag 18 augustus 2019

 

De waarheid is ’t zij jong of oud,
ondelfbaar en ondelgbaar goud.

 

Hoe herken je christenen? Vandaag de dag schetsen de media christenen al gauw als mensen die bang zijn voor ‘iets  of ‘iemand.’ Of als mensen die hun best doen om iets te verbieden wat jij leuk vindt.  Of als mensen die op een eiland leven en iedereen de goede kant op proberen te duwen. Christenen worden gezien als mensen die bij een andere tijd horen. Teruggetrokken individuen die niet bezig zijn in het ‘hier-en-nu’, maar vooral met ‘later.’

 

Hoe kijkt de bijbel eigenlijk naar christenen? Hoe schrijft Handelingen over de eerste christenen en welke kenmerken hebben ze? Op 21 juli besteedden we aandacht aan het eerste kenmerk uit Hand. 2: christenen zijn trouw aan het onderricht van de apostelen (Hand 2: 42).

 

Vandaag kijken we naar het tweede kenmerk: volharden in de gemeenschap. Wat wordt daar mee bedoeld?

‘Gemeenschap’ is niet het gezellig koffiedrinken met elkaar bij een plezierig babbeltje. Ook wordt niet bedoeld wat lezen we in Galaten 6: 2: Verdraagt elkaars lastigheden; zó zult ge Christus’ wet vervullen. Dat is zonder twijfel een belangrijke zaak voor christenen, maar het is niet wat Handelingen 2: 42 wil zeggen. Daar gaat het om de unieke gerichtheid op en toewijding aan de eerste gemeente in Jeruzalem. Je verklaart openlijk dat je bij de christelijke gemeente hoort. Bij Jezus Christus zelf dus. En daarmee behoor je niet langer tot het Jodendom.

 

Staan wij bekend als regelmatige bezoekers van de christelijke gemeente in Alkmaar? Ervaart met dat onze loyaliteit daar ligt? Dat onze prioriteiten daardoor bepaald worden? Hebreeën 10: 24 en 25 omschrijft dat mooi: en laten wij elkaar gadeslaan om te prikkelen tot liefde en goede werken, en ons eigen samenkomen niet nalaten, zoals voor sommigen gewoonte is, maar ertoe aanmoedigen, en dat zoveel te meer naarmate ge de Dag ziet naderen.

 

Behoren tot een gemeenschap houdt in dat we elkaar aanmoedigen. De brief aan de Hebreeën is geschreven in een tijd dat de eerste gelovigen, die de apostelen nog gekend hadden, langzamerhand wegvielen en de tweede generatie aantrad. Er braken vervolgingen uit. Joden zowel als de wereldlijke overheid gedroegen zich vijandig jegens de christenen. En de vraag was: waar is God? Ziet hij onze moeilijke toestand wel?

 

Ook vandaag de dag kennen we zulke omstandigheden. Er vallen heel wat zekerheden weg. Is de overheid nog wel te vertrouwen? Bij toenemende ouderdom laat de gezondheid te wensen over. En der economische omstandigheden brengen ook twijfel met zich mee. Waar is God?  Dan is het goed dat de een de ander bemoedigt. Dat we elkaar vertellen dat God ons niet is vergeten of in de steek laat.

 

In vers 24 wordt een nog iets sterker woord gebruikt: prikkelen. Een woord, een activiteit die een iets minder vriendelijke ondertoon heeft. Iets van een por met de elleboog, om elkaar alert en wakker te houden.

Johannes Chrysostomus schreef daarover (Spreuken 27: 17): IJzer scherpt men met ijzer,- een man scherpt het aanschijn van zijn metgezel. En als twee stenen die je tegen elkaar slaat een groot vuur kunnen maken, hoeveel te meer dat als twee zielen elkaar aanscherpen?

Er zijn dus drie zaken die de gemeenschap van christenen karakteriseren: 1) identificatie, 2) deelname en 3) enthousiasme.

De broederkring kent een unieke structuur met een actieve deelname aan de dienst. Bereiden we ons daarop actief voor? Of w nou hardop dan wel zwijgend deelnemen aan de dienst, de actieve voorbereiding is cruciaal. Dat geldt voor zowel de aanbiddingsdienst als voor de preek. De persoon die daar actief optreedt is op dat moment Gods boodschapper. Een doordachte en samenhangende preek vereist een serieuze voorbereiding.

 

Laten we ons spiegelen aan de eerste gemeente. Met de sterke onderlinge band, gericht op Christus. En met een enthousiaste en goed voorbereide deelname aan de diensten.

 

Ondelfbaar niet? Ondelgbaar toch,
en, al verdelgd, ondelgbaar nog!

Guido Gezelle, 1897 (?)