Preek zondag 21 juli 2019


Die ’t Kruis niet en draagt
en is ’t Kruise nie’ weerd,

 

Een paar weken geleden vierden we Pinksteren. Twee opmerkelijke dingen gebeurden er op die dag. De eerste is dat alle gelovigen op die dag gedoopt werden – met de Heilige Geest –  tot lichaam van Christus. Het tweede is dat de gelovigen ogenblikkelijk door de Heilige Geest aan het werk gezet werden: ze vertelden over de grote daden van God in de eigen taal van alle bezoekers die op dat moment in Jeruzalem waren. En dat terwijl de sprekers die talen niet machtig waren. Verbluffend!

 

Dan neemt Petrus het woord en legt uit wat er aan de hand is. Nee, er is geen sprake van dronkenschap. Petrus houdt de luisteraars de geschiedenis van Israël voor. En eindigt met aan te tonen dat Jezus uit de dood is opgestaan zoals al eerder door de heilige geschriften was voorzegd. Drieduizend (!) mensen zijn ervan overtuigd dat Petrus hen de Waarheid voorhoudt; ze laten zich dopen. En hun bekering heeft meteen zichtbare gevolgen op vier terreinen (Hand 2: 42): Maar zij hebben 1) volhard bij het onderricht van de apostelen, 2) de gemeenschap, 3) de breking van het brood en 4) de gebeden. Het was ogenblikkelijk duidelijk wie er christen was. (En dat leidde tot vervolging, georganiseerd door de Joodse leiders.)

 

We kijken vandaag naar het eerstgenoemde kenmerk van de kersverse christenen: ze volhardden in het onderricht van de apostelen. Wat is dat, die leer van de apostelen?

 

Welnu, om te beginnen is dat natuurlijk wat Petrus in Handelingen 2 vertelt. De belofte van de komende Messias is vervuld in Jezus Christus. Hij is geboren uit een maagd, gestorven aan een kruis en opgestaan uit de dood. In Handelingen 2vertelt Petrus dat aan de Joden. In Handelingen 10: 39, 40 vertelt Petrus precies hetzelfde aan de Romein Cornelius. En in Handelingen 26: 33 legt Paulus exact dezelfde boodschap uit aan koning Agrippa! Steeds is de centrale boodschap: Jezus is gestorven aan het kruis en opgestaan uit de dood. Jezus is de beloofde Messias.

 

In Handelingen vertellen Petrus en Johannes de boodschap. Het hoogste Joodse gezag, het Sanhedrin, is daar woedend over. Petrus en Johannes worden gevangen gezet. Veel helpen doet dat niet: vijfduizend mensen (!!!) geloven hun boodschap. Een hoofdstuk later prediken alle apostelen deze boodschap en blijkt het gezag van het Sanhedrin zeer te tanen. Gamaliël houdt zijn mede Sanhedrin-leden voor dat ze maar beter kunnen afwachten wat er gebeurt. Want als God er achter zit kun je de boodschap niet bestrijden zegt hij. De apostelen zetten hun prediking met alle kracht voort (: 42): En alle dag hebben zij in het heiligdom en aan huis zonder ophouden onderricht en Jezus als de Gezalfde verkondigd!

 

Een flinke tijd later schrijft Paulus vanuit zijn Romeinse gevangenis een brief aan de christenen in Kolosse.   En de centrale boodschap, opgeschreven in juichende woorden, is dezelfde (Kol. 1: 15 – 20): Hij is het begin, als eerstgeborene uit de doden,…………………,vrede stichtend door zijn bloed aan het kruis,-

 

Cruciaal is ook wat Jezus zelf zegt tegen de Emmaüsgangers (Luk. 24: 26): moest de Gezalfde niet dat alles lijden, en (zó) binnengaan in zijn heerlijkheid? De boodschap van kruis en opstanding staat absoluut centraal. Het is het hart van het evangelie.

De christelijke gemeente in Berea vlooide in de Bijbel na of alles wat Paulus en Silas beweerden ook daadwerkelijk zo in de Bijbel stond (Hand. 17: 11).

 

Het onderricht van de apostelen is door de eeuwen heen blijvend verkondigd. Elke aanpassing ervan is ketterij, schrijft Paulus in de sterkst mogelijke bewoordingen aan de Galaten (1: 8): ook als wijzelf,- of een aankondig-engel uit de hemel, u iets zou verkondigen afwijkend van wat wij u hebben verkondigd, die zij vervloekt!

 

Letten ook wij erop dat de boodschap van 2000 jaar geleden onverkort Waarheid is? Strijden wij voor het geloof dat eenmaal is overgegeven aan de heiligen (Judas: 3)? Als wij afwijkingen bespeuren, corrigeren we die dan met alle liefde? Er is geen ander evangelie dan dat van een gekruisigde en opgestane Christus. Toen niet, nu niet en nooit niet! Laten we volharden bij het onderricht van de apostelen.

 

noch Christen en is
zijn naam!

Guido Gezelle, 18 mei 1859