Preek zondag 31 maart 2019


weest dus niet bezorgd

 

We lazen over Sjadrach, Mesjach en Aveed Nego in de vurige oven van Nevoechadnetsar. De drie mannen weerstonden de opdracht van de koning en de druk die de vorst vervolgens op hen uitoefende zonder ook maar een blijk van twijfel. Als ze gedrieën in de over worden gesmeten ziet   Nevoechadnetsar vier personen in die oven lopen “en er is niets dat hen schaadt,- en de aanblik van de vierde is een godenzoon gelijk!” Als God zelf naast je plaatsneemt redt Hij je zelfs in het vuur. Of zoals psalm 23: 4 het zegt: Ook als ik moet gaan door een dal vol schaduw van dood,- kwaad zal ik niet vrezen, want gij zijt bij mij;

In de beschrijving van het brandoffer (Lev. 1) lezen we hoe de priester het offerdier geheel in rook opgaan op het altaar: als ‘opgang’, vuuroffer, reuk die-tot-rust-brengt voor de Ene!

Die gebeurtenis – dat offer – wijst vooruit naar het ware paasoffer – Jezus. De Heiland ging zijn weg geheel alleen, en in duisternis. In die duisternis ging het oordeel van Gods vuur over hem heen. Ons tot eeuwig heil. God onthield de genade aan Zijn Zoon, opdat wij genade zouden ontvangen.

 

Moeten wij christenen ons dan nog zorgen maken? Als God zo vóór ons is, wat kan ons dan nog gebeuren? We lezen in de bijbel een aantal passages waar het over zorgen gaat. Eigenlijk over de zorgen die we ons niet moeten maken.

 

Filippenzen 4: 6, 7: Weest over niets bezorgd,- nee, laten in alles, in aanbidding en smeking met dankzegging, uw vragen bekend worden bij God. En de vrede van God, die alle denken te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.

Mattheus 6: 25 – 34 ….: weest niet bezorgd voor uw ziel …. en niet voor uw lichaam ….; ….- kijkt naar de vogels van de hemel, omdat zij niet zaaien en niet maaien en niet verzamelen in schuren, en uw hemelse Vader hen voedt: verschilt gíj niet heel wat van hen?- wie is met bezorgd zijn bij machte één el aan zijn lengte toe te voegen?- maar zoekt eerst het koninkrijk en zijn gerechtigheid, en dat alles zal u worden toegevoegd; weest dus niet bezorgd voor (de dag van) morgen, want die van morgen zal bezorgd zijn over zichzelf; genoeg is voor de dag haar eigen kwaad!

 

God doet meer dan wij kunnen bidden of bedenken (Ef. 3: 20). Hij zegent ons met alle zegen van de Geest (Ef. 1: 3). God schenkt ons de gave der gerechtigheid (Rom. 5: 17). En dat betekent dat wij in Gods koninkrijk zijn: het koninkrijk van God is ….gerechtigheid en vrede en vreugde, in de heilige Geest (Rom. 14: 17). God maakte zijn Zoon tot zonde, opdat wij zouden worden Gods gerechtigheid,-

in eenheid met hem (2 Cor. 5: 21). En als wij ons vertrouwen gelovig stellen op Hem die de goddeloze rechtvaardigt, wordt ons geloof gerekend tot gerechtigheid (Rom. 4: 5).

 

Psalm 5: 13: Ja Ene, een rechtvaardige geniet uw zegen, hem omkranst ge met welbehagen als een lijfschild!

Psalm 55: 23 Werp je zorg op de Ene en hij zal je onderhouden; hij zal voor eeuwig niet geven dat de rechtvaardige wankelt.

Jesaja 54: 14: in gerechtigheid word je gefundeerd; houd je verre van verdrukking, want je hoeft niet te vrezen, en van ruïnering, want die nadert jou niet; 

Jacobus 5: 16b:met kracht begiftigd vermag een smeking van een rechtvaardige veel;       

 

God zorgt voor ons. Met 1 Petrus 5: 7 (en bovengenoemd psalm 55: 23): ‘werpt al uw zorg op hem, want hij bekommert zich om u’.

Een ding hebben wij maar nodig/leer ons, Heer, dat in te zien./Veel daarnaast is overbodig/is een juk, te zwaar misschien/waaronder een mens/ maar moet ploegen en zwoegen/om dan nog te missen/het ware genoegen./Verkrijg ik dit ene dat alles vervangt,/dan vind ik geluk waar mijn hart naar verlangt.[1]

 

voor (de dag van) morgen,

Matth. 6: 34a

[1]Joh. Schröder (1697), Eins ist noth, ach Herr, dies Eine, vertaling Ria Borkent. J.S. Bach, BWV 304.