Preek zondag 24 maart 209


U komt toe stilheid, een lofzang!, o God op Sion;
aan u worde betaald een gelofte.

 

Stilte is een schaars goed geworden. In onze hectische samenleving gaan mensen op zoek naar een plek of naar middelen om tot rust te komen. De nood aan stilte blijkt ook uit de talloze publicaties en initiatieven in dat verband. Er verschijnen boeken over stilte, er worden stilte-initiatieven genomen, stiltegebieden afgebakend, stiltedagen georganiseerd, stilteplekken ingericht, treinen kennen stiltecoupes. Maar wat is stilte eigenlijk? En wat vertelt de Bijbel ons over stilte?

 

Psalm 131 beschrijft een mens die in vrede is met zichzelf. Die heel is en niet gespleten. Een mens die zijn (v/m) eigen ego vriendelijk bedankt voor zijn raadgevingen en dat ego met regelmaat weer in de hoek zet, die zichzelf toestaat om verdriet te hebben over wat voorbij is gegaan maar zichzelf ook vergeeft wat niet goed ging. Iemand die accepteert dat je niet altijd gelijk hoeft te hebben en die zichzelf niet te serieus neemt, die zichzelf omarmt als hij behoefte heeft aan liefde in de wetenschap dat het niet altijd van buitenaf hoeft te komen en die eerlijk is in zijn bedoelingen. Iemand die vertrouwt dat hij datgene krijgt wat goed is.

…, bedaren liet ik, verstillen mijn ziel als een gespeend kind bij zijn moeder, als een gespeend kind rust mijn ziel bij mij.

Het ‘gespeende’ kind in de Psalm ligt of zit op de schoot van de moeder zonder nog onrustig haar borst te zoeken. In volkomen rust. Zal het op de juiste momenten te eten krijgen? Dat is geen vraag. Die vraag komt niet eens op. Er is alleen het kind en de moeder. Er is alleen dit moment, dat eeuwig is. En zo is het goed. In dit hier en nu is de begeerte voorbij. Dat is het beeld van de Psalm – de begeerte is tot rust gekomen, en daarmee is er een nieuwe verhouding tot de moeder. De verhouding van het je volkomen toevertrouwen. Van de ultieme rust van het zijn bij God zonder nog iets te begeren.

 

Dicht bij ‘jezelf’ blijven

Een belangrijke aanbeveling vandaag dag is nogal eens om dicht bij jezelf te blijven. Hebben wij mensen eigenlijk wel één (1) zelf? Paulus brengt me aan het twijfelen met Rom. 7: 15 Want wat ik uitwerk weet ik niet; want wat ik wil, dat verricht ik niet, maar wat ik haat, dat doe ik! De stilte in veel Bijbelteksten is vaak geen gemakkelijke, relaxte stilte, maar een stilte die bevochten wordt op de eigen onrust. Stil worden voor God betekent: je ergernis opgeven, je verdriet in zijn hand leggen, je verbittering doorbreken, je opstand beëindigen. Niet alleen maar tot jezelf – welk zelf dus? – inkeren en daar de stilte vinden, maar je weer omkeren naar God. Een dagelijkse bekering.

 

Dikke Ik

Op schilderijen van oude meesters zie je nogal eens de welgedane koopman, in vol ornaat geportretteerd, met zijn vrouw en kinderen. Dure kleren en veel juwelen. Hollands welvaren. Voorloper van de Dikke Ik. Van het moderne welvarende en weldoorvoede individu dat zich in zijn ongebreidelde consumptiedrang door niemand en niets wil laten hinderen, want anders ontbrandt zijn korte lontje.

 

Toegangscode van Psalm 131

Hoe kom ik tot die staat van rust, dat verstilde leven ‘aan de begeerte voorbij’? Dat leven voor God, zonder nog iets van Hem te willen of te moeten? Dat leven voor God, dat in zichzelf goed is omdat God God is? Dat leven waarin ik volkomen bij mijzelf ben omdat ik volkomen bij God ben? De toegangscode is vers 1:

HEER, niet hoogmoedig is mijn hart, niet hovaardig zijn mijn ogen, niet beweeg ik mij in dingen te groot, te wonderlijk voor mij.

Klassiek voor dat laatste inzicht zijn de woorden van Job (42: 3): Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. De wijze kent zijn plaats. Die neemt hij in, bij zijn kennen, kijken en kiezen, in zijn wijze van beoordelen en handelen. Zo schept hij orde in de veelheid, en rust in de diversiteit. Die hebben geen vat meer op hem. Maar hij wel op hen.

 

Het is goed ons de toegangscode in te prenten. Dat is de grond voor die nieuwe kijk op de dingen, waar Jezus over spreekt in de Bergrede. De grondwet van het Koninkrijk van de Hemel.

 

Voor U is stilte een lofzang

Psalm 65: 1