Preek zondag 3 maart 2019


tot in ouderdom ben ik dezelfde, tot in grijsheid zal ik u torsen,-

 

Kan dat? Dat een depressie je zo maar overvalt? Dat een mens zich wel eens onzeker of depri voelt is niet zo ongewoon. Dips horen bij het leven. Maar het is zeker niet de bedoeling dat een mens zich constant ongelukkig voelt. Het is niet de bedoeling dat je je weken of maanden voortdurend somber of verdrietig voelt. Of dat er juist niks is wat je boeit en je helemaal niks voelt.

 

En stel nou dat zoiets je als christen overkomt. Waar is God dan? God, waar je voorheen zo blij van werd. God, wiens steun je ondervond. God, die je toen dichtbij voelde en wist.

 

De zanger Brian Doerksen schreef er een lied over met als titel: Will You Love Me In the Winter.[1]Hij herinnert zich in dat lied de lente nog wel. Maar naast de herinnering is er niks meer. Er is niks meer over om (aan God?) te geven. Het enige dat er bij hem nog overblijft is de benauwende vraag: “Zult u nog van me houden in de winter?”

 

Doerksen schreef zijn lied op een geestelijk hoogtepunt in zijn leven. Als een soort theoretisch gedachten-experiment. Later zou hij zeggen dat – in de achteruitkijkspiegel –  de grote depressie die hem daarna overviel al te ontwaren was. In zijn lied beschreef hij een werkelijkheid die hem vervolgens inhaalde.

 

Het christelijk leven lijkt soms wel op de bekende economische cyclus. Soms is er hoogconjunctuur. En dan komt er plots een depressie om de hoek kijken. Het mensenleven kent ook zo zijn ups en downs. En het is stellig zo dat God die ups en downs toelaat of soms zelfs op je pad brengt. Zijn doel is dan geen ander dan het sterker maken van je geloofsleven.

 

Brian Doerksen baseert zijn lied op twee specifieke Bijbelteksten. De eerst lezen we in psalm 1: 3: De man die zich aan Gods geboden houdt gaat het onverkort goed: Wezen zal hij als een boom geplant aan beken water, die zijn vrucht geeft op zijn tijd en zijn blad valt niet af: al wat hij doet zal hem gelukken. Als een eeuwigdurende lente. Het kan niet stuk.

 

Maar dan blijkt er een wintertijd aan te breken. Weg zorgeloosheid. Weg goed gevoel. Spanning in je leven, in alle – ook geestelijk – opzicht. Zong je voorheen bijna gedachteloos de meest optimistische en vrolijke liederen, nu is er eerder stilte. (Psalm 65: 1: U komt toe stilheid, een lofzang!) Je zoeken richt zich op het (her)vinden van vertrouwen, vertrouwen op God. Want houvast is onontbeerlijk. Wat nooit helpt is ontkenning of verzet.

 

David, groot koning en groot poëet, kende in zijn leven ook de “wintertijd.” In psalm 13 gaat het daarover. God houdt zich voor hem verborgen. David is moederziel alleen. Hij voelt de dood naderen. Maar in vers 6 breekt de zomer in enen door: Maar ik, ik weet mij in uw vriendschap zeker, mijn hart zal juichen om uw redding!- ik zal zingen voor de Ene, omdat hij mij zo weldeed!

 

Vertrouwen is – juist in de “winter” – het sleutelwoord. Zoals Asaf het zegt (psalm 73: 26: Bezwijkt ook mijn vlees en mijn hart: de rots van mijn hart en mijn deel is God voor eeuwig. Boosheid en verdriet mogen er zijn. Ellende en tegenslag zijn ook het deel van gelovige christen. Maar God is er, en is er altijd bij. Ook als we dat niet bespeuren. Hij houdt onverkort van ons. Wij zijn geliefd. Ook als we in de diepte zitten en zelf niet meer kunnen en willen geloven dat we geliefd zijn.

 

God is ons deel, voor eeuwig. Zijn liefde is werkelijk onbegrensd. En Gods liefde is vooral niet afhankelijk van onze (weder)liefde voor Hem. Want Love is not love that alters, when it alteration finds[2]. (Shakespeare, sonnet 116). De liefde vergaat nimmermeer (1 Kor. 13: 8).

 

zoals ik gedaan heb zo zal ik u dragen, ik zal u torsen en uitredden!

Jesaja 46: 4

[1]Brian Doerksen,  album “Level Ground”, 2010  https://youtu.be/ItbjYaPjOq0

[2]Liefde laat haar lot niet aan lotswisseling verbinden”