Preek zondag 20 januari 2019


Door goede machten wonderbaar geborgen

wachten wij rustig, wat ons lot ook zij.

Testimonium. Een levensverhaal, ons verteld op deze zondag in 2019.

 

 

Hoe een mensenleven lopen kan. Ik werd geboren in de provincie Groningen, in een Nederlands Gereformeerd milieu. Mijn vrouw stamt uit Engeland. Haar ouders waren Anglicanen.

 

Beide families besloten te emigreren naar Canada. En daar ontmoetten mijnvrouw en ik elkaar.

 

Ik werd grootgebracht met de visie dat ik een oerechte zondaar was. Dat ik van geen kanten ook maar deugde. Ik voelde het vuur van de hel al branden aan m’n tenen. Hard werken was een bijna heilige norm. Dan zou de beloning – verdiende welvaart – vanzelf volgen. Die droom volgde je na.

 

Toen ooit – in Canada al – de dominee een geweldige donderpreek hield waar elkeen zo ongeveer tot op z’n enkels werd afgebrand, hoorde ik naar buiten lopend en zwaar onder de indruk nog van het gehoorde, twee boeren tegen mekaar praten over de varkensprijs die gestegen was. Het wilde er bij mij niet in dat je na zo een preek op dit soort zaken gefocust kon zijn.

 

Wat is mij nou bijgebleven uit de Bijbel? Nou. Mijn grootvader las na elke maaltijd een heel hoofdstuk voor. Ook uit de psalmen. En als dat zo uitkwam moesten wij psalm 119 uitzitten. Toen ik als klein jongetje ooit gevraagd werd te lezen koos ik toch maar voor psalm 117.

 

Ook herinner ik me nog dat ik als klein ventje met een vriendje uit dezelfde kerk bij een riviertje stond. Het vriendje zei ‘wat zou jij doen als God nu vroeg ‘spring erin.’’ We waren er beiden van overtuigd dat we dat dan zouden doen.

 

Iets later mocht een ander vriendje met Kerst iets voorlezen uit de Bijbel. Hij las Jesaja 9: 5 (Want een kind is ons geboren, een zoon aan ons gegeven) voor. Ik was diep onder de indruk van zijn Bijbelkennis. Dat hij zomaar zo’n stukje wist te vinden in het Oude Testament!  

 

Als ik van mezelf toen een kenschets zou moeten geven: ik was een Godvrezend en tegelijk heel angstig jongetje. Ik wist heel goed wie Jezus was en wat Hij gedaan had. Maar daaraan ontleende ik weinig troost of zekerheid. Eerder angst en vertwijfeling.

 

Ik had in die tijd een melktransportbedrijf en daarnaast kippen. Ik was vast van plan om mijn leven te beteren. Dat ik tekortkwam was mij uit de donderpreken wel duidelijk. Dus nam ik me vast voor om mijn gedrag te veranderen. Dan zouden voor mij vast ook wel de vruchten gaan gelden van  wat Jezus gedaan had. Dan ging ik Jezus wel verdienen. Laat ik nog vermelden dat ik me geweldig kon ergeren aan een klant die altijd – en dan echt altijd – te laat was met zijn melk. Zodat ik dus ook altijd moest wachten en mijn rit langer duurde dan nodig was.

 

Mijn zwager kreeg in die tijd een ernstig ongeluk. Maar, zei hij, wees maar niet bang voor mij. Als ik mocht komen te sterven ga ik naar de hemel.

 

Dat was voor mij compleet onbegrijpelijk. Hoe kan iemand dat nou zeggen? Dat weet toch geen mens zeker?

 

Er waren – ook in Canada – heel wat kerken. De kerk die ik bezocht hield zichzelf eigenlijk wel voor de beste en meest christelijke van alle kerken (en doen niet alle groepen en kerken dat wel een beetje?). Stomverbaasd was ik dan ook toen er in de krant een uitnodiging verscheen voor een evangelisatie-samenkomst op dinsdagavond, met ene Richard Haverkamp. Dat leek me niks. Ik zat immers al bij de beste kerk? En de dominee had er op zondag niks over gezegd.

 

Toen belde een vriend: ga je dinsdagavond mee? Ik zei nog ‘het is dinsdag, en godsdienst is iets voor de zondag’, maar toch ging ik.

 

Haverkamp hield geen donderpreek. Hij vroeg simpelweg of we Jezus echt hadden leren kennen. Niet of we met ons verstand wisten wie hij was. Maar of we hem met ons hart kenden.

 

Haverkamp organiseerde rond Pasen in de USA iets als passiespelen. Groots opgezet. We werden daarvoor uitgenodigd en gingen. Na een lange en vermoeiende reis wist ik niet wakker te blijven bij de voorstelling, ondanks de elleboogprikken die mijn vrouw uitdeelde.

 

Maar toen kwam Haverkamp zelf naar voren. En vertelde in een paar woorden het evangelie. Dat Jezus met Pasen plaatsvervangend leed. Stierf. Begraven werd. En na drie dagen weer opstond.

 

Bij mij viel toen het kwartje. Ter plaatse kreeg ik de zekerheid waar mijn zwager eerder van getuigde. Dat de hemel voor mij open was. Dat mijn toekomst zeker was.

 

Ook mijn vrouw werd tijdens diezelfde passiespelen christen.Op weg naar huis raakten we er niet over uitgepraat. Met als gevolg dat we compleet niet meer opletten of we wel echt naar Canada terugreden. We verdwaalden minstens honderd kilometer!

 

Ik was christen. Dat betekent dat er wel wat verandert bij je. Natuurlijk was ik ook nog gewoon melktransporteur. En moest ik ook weer gewoon aan het werk. Er moest wel melk gereden worden.

 

Ik realiseerde me dat ik wel wat vriendelijker mocht wezen voor de man die altijd te laat was met z’n melk. Ik sprak ooit met een man over christen zijn, en die man zei me ‘dat is mijn buurman ook. Maar hij zorgt zo slecht voor zijn koeien dat ze bij mij op het land het graan komen opeten.’ Er deugt iets niet, als mensen zo over christenen spreken.

 

In die tijd reed ik een aantal keren met mijn grote tankwagen met melk naar Toronto. Langs de weg stond een bord met de tekst uit Markus 8 (: 36): want wat baat het een mens om de hele wereld te winnen en beschadigd te worden aan zijn ziel?

 

Toen besefte ik: ik ben bezig heel de wereld te winnen. Ik ben bezig de droom die mijn vader voor mij had waar te maken. Hard werken, geld verdienen en binnenlopen. Het bord langs de weg naar Toronto liet mij de waarheid in en van mijn bestaan zien.  

 

Toen kwam Nicky Cruz – een voormalige bendeleider die prediker werd – in de buurt met zijn outreach. In het verlengde daarvan begon ik met een soort van koffiehuis-evangelisatie. (Jonge) mensen in hun eigen omgeving bereiken en bij Christus brengen.

 

Richard Haverkamp was intussen als evangelist werkzaam in België. Hij stuurde een berichtje met als boodschap ‘kom over en help ons!’ Toen ik dat bericht las verzette zich alles in mij daartegen. Ik runde een melktransportbedrijf en een boerderij. Daar was heel wat in geïnvesteerd. Wat moest daar dan mee?

 

Twee weken later had ik alles verkocht. En kort daarna woonden we in Berchem, bij Antwerpen. Ik zat in een bidstond waar de broeders baden om tien christelijke gemeenten in tien jaar. Compleet onmogelijk meende ik. Het werden er twaalf….

 

Dán opent hij hun verstand om de Schriften te begrijpen (Lukas 24: 45). Ook in België wonen heel wat asielzoekers. Eén van hen werd christen. Bij zijn vlucht raakte hij gescheiden van zijn (mohammedaanse) vrouw en twee kinderen. Die, toen ze hoorden dat hij christen was geworden, niks meer van hem wilden en willen weten. Hoe verdrietig dat ook is voor hem, hij vindt troost in de christelijke familie van Jezus, de christelijke gemeente, waar hij zich helemaal thuis voelt en zich geborgen weet. Bij al zijn verdriet troost hem dat eindeloos.

 

Het is nodig, zoals bij de Emmaüsgangers, dat ook onze ogen geopend worden zodat we werkelijk weten en zien waar het op aan komt. Het loopt God nooit uit de hand.

 

God is met ons in de avond en de morgen,
en elke nieuwe dag is Hij nabij.

Von guten Mächten wunderbar geborgen; Dietrich Bonhoeffer, 19 december 1944