Preek zondag 2 december 2018


Ik vraag mijn leven en het leven van mijn volk, (Ester)

 

Ester: korte samenvatting vooraf

Koning Ahasveros is gehuwd met Vasthi, en deze weigert tijdens een feest aan de verzamelde gasten haar schoonheid te tonen, waarop zij door de koning verstoten wordt. Hadassa wordt uit een groot aantal kandidates door de koning gekozen als zijn nieuwe vrouw. Zij krijgt de Perzische naam Esther.

Mordechai, de neef en voogd van Ester, werkt in de poort van de koning en ontdekt daar dat twee hovelingen een aanslag tegen de koning beramen. Hij meldt dat en de samenzweerders worden ter dood gebracht.

Ahasveros benoemt de Amalekiet Haman tot grootvizier. De verwaande Haman eist dat iedereen voor hem buigt en maakt zich kwaad omdat de Joodse Mordechai dat niet doet. Hij laat een wet uitvaardigen waarin staat dat het hele Joodse volk uitgeroeid moet worden, en wel op een door het lot bepaalde datum. Haman weet echter niet dat Ester ook tot dit volk behoort.

Op aandringen van Mordechai probeert Ester in te grijpen. Ze neemt het risico dat ze ter dood veroordeeld wordt omdat ze ongevraagd bij de koning komt. Ze nodigt de koning en Haman uit voor de maaltijd. Tijdens de maaltijd vraagt de koning wat Esters wens is, maar Ester beantwoordt die vraag niet direct. In plaats daarvan vraagt ze de koning en Haman de volgende dag weer bij haar te komen eten.

Haman is de verdere dag in een vrolijke stemming. Hij heeft een belangrijke functie en hij is zelfs twee keer door de koningin te eten gevraagd! Hij blijft zich echter ergeren aan de Jood Mordechai, die niet voor hem wil buigen. Hoewel hij al geregeld heeft dat het hele Joodse volk wordt uitgeroeid, besluit hij, op aandringen van zijn vrouw, een paal gereed te maken om Mordechai aan op te hangen. Hij zal de koning de volgende ochtend vragen om het vonnis te bekrachtigen.

Die nacht kan de koning niet slapen en hij laat zich de kronieken voorlezen. Zo wordt hij eraan herinnerd hoe Mordechai enige tijd geleden een aanslag had verijdeld, en dat hij daarvoor nooit beloond is. De koning vindt dat dit verzuim moet worden goedgemaakt. ’s Morgens komt Haman bij de koning, want hij wil deze de goedkeuring vragen voor het doodvonnis van Mordechai, maar voordat Haman aan het woord komt spreekt de koning zelf tot hem. Die zegt namelijk dat hij iemand wil huldigen en vraagt Haman hoe hij dat zou kunnen doen. Haman denkt dat het eerbetoon hem ten deel zal vallen en zegt wat hij het liefste wil: een eretocht door de stad. Daarop geeft de koning hem opdracht een eretocht aan Mordechai te geven. Het is niet duidelijk of Haman weet waarvoor Mordechai gehuldigd wordt, maar het spreekt vanzelf dat Haman zijn plannen nu voor zich houdt.

De maaltijd: een paar parallellen met het Nieuwe Testament

Die avond dineren de koning en Haman opnieuw bij Ester. De spanning is te snijden.

Dan vraagt de koning: ‘Wat is uw vraag, koningin Esther? Het zal u gegeven worden.’ En wat is je verzoek? Het zal ingewilligd worden, al kost het mij de helft van mijn koninkrijk.’ Ester antwoordt heel precies op die vraag: ‘Als ik genade gevonden heb in uw ogen en als het de koning goeddunkt, laat mij dan op mijn vraag 1) mijn leven gegeven worden en 2) het leven van mijn volk, op mijn verzoek’, zo klinkt het. Want wij zijn verkocht om verdelgd, vermoord en uitgeroeid te worden.’

Onwillekeurig denken we dan aan die andere maaltijd, waar Jezus zegt: Vader,- wat gij mij hebt gegeven, daarvan is het mijn wil dat waar ík ben ook zíj wezen mogen die gij mij hebt gegeven, mét mij,

 

De koning laat Haman ophangen aan de paal die hij voor Mordechai had bedoeld. En het over de Joden uitgevaardigde vonnis wordt niet voltrokken. Zoals wij door geloof veilig zijn in Christus.

 

De Joden stellen – tot op vandaag – het Poerimfeest in:

  1. Dat begint met vasten (zoals Esther en de Joden deden voordat Esther naar de koning ging).
  2. Het boek Esther wordt voorgelezen. Zelf lezen telt niet. Je moet het horen voorlezen!
  3. En één van de verplichtingen van het Poerimfeest is om een feestmaal te consumeren!

Een feestmaal consumeren. Dat doen wij christenen ook. Want ook Christus, ons Paaslam, is geslacht. Laten wij daarom feestvieren.Een maaltijd waarbij we gedenken dat Jezus zich op leven en dood voor ons heeft ingezet. Want wij begrijpen toch dat het God om ons en ons leven begonnen is en dat Hijzelf het kwaad van ons heeft weggedaan? En dus consumeren wij Gods maaltijd. Wij zijn hier niet alleen om Gods woorden te horen. Wij zijn er vooral om zijn daden van bevrijding en vergeving te ontvangen, te gedenken, te eren. Te consumeren. Tot zijn gedachtenis.

 

het is mijn wil dat waar ík ben

ook zíj wezen mogen die gij mij hebt gegeven, (Jezus)