Preek zondag 28 oktober 2018


VUUR
“God van Abraham, God van Isaak, God van Jacob, niet van filosofen en geleerden”

 

Er zijn plaatsen op de wereld waar je je huis bijna niet kunt verzekeren voor wederopbouw nadat het onbewoonbaar is geworden. “Tornado Alley” in de USA is bijvoorbeeld zo een plek. De kans op onherstelbare schade is er zo groot dat de verzekeraars een vrijwel onbetaalbare premie vragen.

 

In die gebieden is je toekomst wat je huis betreft dus volkomen onzeker. In het eerste hoofdstuk van zijn eerste brief aan Timotheüs schrijft Paulus over angst voor een onzekere toekomst. Paulus herinnert Timotheüs eraan dat hij in Efeze moest blijven (1 Tim. 1: 3) opdat jij aan sommigen zou kunnen afkondigen dat ze geen andere leer moeten brengen, Er waren namelijk mensen die de christelijke leer van redding op grond van genade alleen wilden vervangen door redding door het naleven van de (oudtestamentische) wet. Paulus verzet zich daar met hand en tand tegen. Want alles wat deze mensen beweren gaat in tegen (1 Tim. 1: 10b, 11) de gezonde leer die strookt met de verkondiging die mij is toevertrouwd: van de glorie van de gelukzalige God. Want dat het houden van die oudtestamentische wet onmogelijk was, was al eeuwenlang gebleken.

 

Desondanks waren er dus geestelijke leraars die het houden van de oudtestamentische wet als absolute voorwaarde voor de geestelijke behoudenis afkondigden. En daardoor ontstond er grote onzekerheid onder de gelovigen. De toekomst kreeg daardoor het karakter van iets wat onbereikbaar was, net zoals een huis in de Tornado Alley onverzekerbaar was. De voorwaarden en vereisten waren simpelweg niet op te brengen. We lezen 1 Timotheüs 1: 12 – 20.

 

Paulus wijst de boven geciteerde opvatting volkomen van de hand. En hij doet dat door zichzelf als voorbeeld te nemen.

 

Kijk, zegt Paulus, onze Heer heeft mij betrouwbaar geacht toen hij mij in zijn dienst stelde. Terwijl ik – Paulus – toch lasteraar en vervolger en geweldenaar was; en Paulus was daar ooit nog geweldig trots op ook en dacht oprecht dat hij een goed werk deed. Dat hij de oudtestamentische wet hield.

 

In de oude kerk heerste in de eerste eeuwen de strijd tussen Pelagius en Augustinus. De laatste leerde dat verlossing voluit genade is, en dat het gehoorzamen aan Gods opdracht juist een resultaat is van die genade, in plaats van andersom. Pelagius was van mening dat de mens een voluit vrije wil had. Het komt er dan ook op aan voor de mens om deugdzaam te leven: het goede zou uiteindelijk beloond worden en het kwade gestraft. Het pelagianisme werd in 431 als ketterij veroordeeld (Concilie van Efeze).

 

Paulus schrijft klip en klaar (: 15) Te vertrouwen is het woord en aller aanvaarding waardig, dat Christus Jezus tot de wereld is gekomen om zondaars te redden; van wie ik de eerste ben; Als ik, Paulus, met al mijn misdragingen gered kan worden door louter genade, dan geldt dat voor alle andere mensen op deze wereld ook, zegt hij. Want als de wet mij had moeten redden, dan was ik een absoluut hopeloos geval geweest.

 

En dat geldt door de eeuwen heen nog steeds. Jezus Christus toont zijn lankmoedigheid aan Paulus, tot een voorbeeld voor allen (:16) voor wie nog in hem gaan geloven, op weg naar eeuwig leven. Hoe gruwelijk hun zonde ook is: Gods genade is altijd groter. Want die is eindeloos.

 

Zijn wij daarvan wel voldoende (= absoluut!) overtuigd? En spreken we daarover wel? Weten we dat helder te verwoorden? En is ons dagelijks gedrag daarmee in overeenstemming?

 

De grootsheid van de genade overweldigt Paulus (: 17) Aan de Koning der eeuwen, de onvergankelijke onzichtbare enige God, zij eer en glorie tot in de eeuwen der eeuwen. Amen. Een lofprijzing.

 

Timotheüs krijgt opgedragen de boodschap van genade onverkort te blijven verkondigen. In onze wereld – die bol staat van tolerantie en begrip voor de ander – kan dat wel eens als een dissonant overkomen. En al helemaal als er mensen direct op hun foute opvattingen worden aangesproken in scherpe bewoordingen (: 20). Maar de boodschap van Gods genade is het waard om te geloven, om ervoor te stáán. Al klinkt het als een dissonant soms.

 

“Zekerheid, zekerheid, besef, vreugde, vrede.”

Blaise Pascal, Mémorial, 23 november 1654