Preek zondag 7 oktober 2018


In vrede leg ik mij neer en meteen slaap ik in,

 

Altijd slapen als een roos, wie wil dat nu niet? Maar dan is de vraag natuurlijk: wie is er wel eens zo bezorgd dat zij/hij de slaap niet kan vatten? Wie ligt er wel eens vertwijfeld te woelen in bed? Wie ziet de last van de komende dag wel eens als een vooruitgeworpen schaduw op zich af komen? Eerlijk is eerlijk: wie niet?

 

In de bijbel – Daniel 6 – zien we een fraai voorbeeld van iemand die daar geen last van had. Daniel dient onder koning Darius als rijksbestuurder. Samen met twee anderen geeft hij leiding aan weer 120 satrapen (stadhouders). Daniel is buitengewoon begaafd en betrouwbaar en de koning wil hem promotie laten maken. De overige 122 bestuurders willen daar niet aan en zoeken iets waarmee ze Daniel in een kwaad daglicht kunnen stellen. Als ze niks weten te vinden verzinnen ze een politieke list: ze laten koning Darius op slinkse wijze een wet uitvaardigen waaraan Daniel zich niet zal willen houden. Hij mag niet meer bidden tot zijn God, en dat deed hij als vaste gewoonte al tientallen jaren. Drie keer per dag. Met open raam. Iedereen wist en zag dat. Darius doorziet het politieke spelletje niet en tekent de wet.

 

Daniel wordt ‘betrapt’ en komt vanwege zijn wetsovertreding in de leeuwenkuil. Koning Darius staat machteloos. Hij heeft een slapeloze nacht (hij wel!), terwijl er bij Daniel geen enkele onrust is. Darius erkent daarna volmondig (: 27): de God van Daniël, – …. is de God die leeft en standhoudt in eeuwigheden, en zijn koningschap, dat is niet te schaden, en zijn heerschappij is tot het einde;

 

In het Nieuwe Testament lezen we de aansporing (Fil. 4: 6, 7): Weest over niets bezorgd, – nee, laten in alles, in aanbidding en smeking met dankzegging, uw vragen bekend worden bij God. En de vrede van God, die alle denken te boven gaat, zal uw harten en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.

Woorden die voor zichzelf spreken. Gods vrede zal ons bewaken en beschermen. Gods vrede is onze persoonlijke wachter en beschermer. Zoals een herder zijn kudde beschermt. Want door bezorgd te zijn kunnen we niks veranderen. Geen el aan onze levensduur toevoegen. Maak je geen zorgen voor de dag van morgen, zegt Jezus in de Bergrede. Die dag zorgt wel voor zichzelf.

 

Een vrouw is altijd bang dat er ingebroken zal worden. Na tien jaar van nervositeit gebeurt dat ook. Haar man loopt naar beneden en zegt tegen de boef “ga eens even mee naar boven. Mijn vrouw wacht al tien jaar op je.

 

Soms echter blijft het niet bij het zorgen maken op zich. Er zijn passages in de bijbel waarin we lezen hoe iemand die in de zorgen zit compleet en actief de verkeerde weg inslaat. Dat iemand hulp en raad zoekt bij afgoden of andere kwakzalvers.

 

Zo een passage lezen we in 2 Koningen 1. Koning Achazja valt door het traliewerk van zijn bovenzaal en raakt zwaargewond. Hij wil weten of hij zal genezen van zijn kwatsuren, en stuurt gezanten naar Baal Zeboeb, de god van Ekron om die te vragen of hij de verwonding zal overleven! De God van Israël – De ENE – wordt vierkant gepasseerd. Maar De ENE heeft al actie ondernomen. Elia, de profeet, gaat de gezanten tegemoet en zegt is er soms geen God in Israël dat ge heengaat om een vraag te stellen bij Baäl Zeboeb,- de god van Ekron?- daarom, zó heeft gezegd De ENE: het bed waar je opgeklommen bent, daarvan zul je niet afdalen, want sterven, ja sterven zul je!

 

Achazja is zo koppig als een ezel; hij wil Elia laten arresteren. Een cohort van vijftig soldaten zoekt Elia op en wil hem gevangennemen. De ENE grijpt in en verteert de soldaten met vuur. Achazja ziet in het geheel niet in dat hij terug moet keren naar De ENE, de God van Israël. En stuurt een tweede cohort soldaten met hetzelfde resultaat.

 

Onze God is altijd bereikbaar. Altijd bereid om ons aan te horen. Altijd bereid om onze lasten mee te helpen dragen. Wordt nooit moe om naar ons te luisteren.

Maar dan moeten we hem wel raadplegen. Hem zogezegd de kans geven om ons te helpen. En onze hulp niet elders zoeken. Want dat loopt verkeerd af.

 

want u, Heer, laat mij wonen in een vertrouwd en veilig huis.  

                                                                                                                                                                                                           Psalm 4: 9