Preek zondag 23 september 2018


met hun oren horen ze zwaar en hun ogen houden ze dicht,-

 

In Openbaring 2 en 3 schrijft Johannes vanaf Patmos zeven brieven aan zeven vergaderingen in Asia. Vanaf Patmos was dat niet zo’n grote afstand; vandaag de dag noemen we die streek West-Turkije.

 

We lezen die zeven brieven vandaag als zeven profetieën die een voorafschaduwing geven van zeven periodes in het christendom. Tijdperken tussen de tijd van de apostelen en de wederkomst van Christus die elk een episode van de christelijke kerk weergeven.

 

De eerste drie gemeenten, die van Efeze, Smyrnaen Pergamum, zien we als tijdperken van het christendom die in de geschiedenis van de kerk zijn afgesloten.

 

De laatste vier bekijken we als bewegingen en kerken in het christendom die nog steeds bestaan.

Thiatira, gezien als de Rooms-Katholieke kerk, wordt geprezen om je liefde en geloof en dienstbetoon, en je volharding, maar krijgt ook een zware berisping te horen: ik heb tegen je, dat je die vrouw Izebel haar gang laat gaan, die van zichzelf zegt dat ze een profetes is, en zij onderricht en misleidt mijn dienaars om hoererij te bedrijven

 

Daarna volgt Sardes, de periode van het protestantisme. Ook hier berisping: ik ken je werken, dat je de naam hebt dat je leeft, maar je bent dood; zowel als lof: maar je hebt in Sardes enkele namen die hun gewaden niet bezoedeld hebben;

 

Dan volgt Filadelfia(filia = liefde; adelphos = broeders). Binnen het protestantisme ontstond een beweging die het Woord weer onverkort centraal zette en tevens afzag van een aparte “kaste” (priesters, dominees) tussen God enerzijds en de gewone kerkgangers anderzijds.

 

En ten slotte volgt Laodicea(laos = volk; dico = oordeel, vonnis). Deze periode in het christendom wordt gezien als een doorgeschoten vervolg op Filadelfia. Het verwijt is dat ze dat zelf niet in de gaten hebben: ik zal je uit mijn mond spugen, omdat je zegt: ‘ik ben rijk en heb me rijk gemaakt en heb niets nodig’, en je weet niet dat je ellendig en deerniswekkend, arm en blind en naakt bent;

Laodicea wordt gekenschetst als een democratisch georganiseerde gemeente. Natuurlijk worden er christelijke termen gebruikt en Bijbelse woorden geciteerd. Maar de uitleg en het gewicht dat we eraan geven bepalen we zelf. Het geloof zit ‘m vooral in het verstand, en nauwelijks nog in het hart. Uitdrukkingen als “maar dat moet toch kunnen” of “je moet wel met je tijd meegaan” gaan het winnen van “Maar gij geheel anders” of “er staat geschreven.” En zo heb je niet in de gaten dat je Filadelfia hebt verlaten voor Laodicea!

Het advies aan Laodicea is dan ook heel helder: ik raad je aan van mij te kopen:

  • goud dat in het vuur gelouterd is, om rijk te worden,
  • en witte gewaden om je mee te kleden, opdat zo de schande van je naaktheid niet aan de dag komt,
  • en ogenzalf om je ogen te zalven, opdat je ziet;

Kopen staat er. Je moet het je verwerven. Het gaat je wat kosten. Moeite gaat ermee gepaard.

Maar dan is de belofte aan degenen die niet met de tijdgeest meegaan onthutsend en ontroerend mooi: indien iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik bij hem binnenkomen en ik zal met hem maaltijd houden en hij met mij; Eten met God! (Jesaja 25: 6; 9). Je haalt de Heilige Geest, die buiten stond, weer binnen!

 

In onze kringen laten we ons er makkelijk van overtuigen “dat wij Filadelfia zijn.” De omschrijving van die gemeente door Johannes – zonder enige negatieve opmerking (net als bij Smyrna trouwens) streelt ons wel. We hebben het Woord bewaard. Tegenstanders moeten dat erkennen en ik zal maken dat zij zullen komen en zich zullen neerwerpen voor je voeten en erkennen dat ík je heb liefgekregen; en vervolgens krijgen we ook nog te lezen ik zal je ook bewaren in het uur van de beproeving dat gaat komen over heel de bewoonde (wereld), om de bewoners van de aarde op de proef te stellen; ik kom spoedig; houd vast wat je hebt, opdat niemand je kroon wegneemt;

 

Dan zitten wij – Filadelfianen – dus wel goed. Maar kan ik dat wel van en over mezelf, over onszelf, vaststellen?  Wij mensen zijn nogal tamelijk creatief in het naar onszelf toe rekenen, in het onszelf op een voetstuk zetten, in het onszelf positief positioneren t.o.v. de rest van de christenheid. Leiden we misschien onszelf om de tuin?  Scheppen we wellicht onze eigen illusie? Worden we het slachtoffer van ons eigen gelijk? Een eigen gelijk dat we vervolgens anderen proberen op te dringen? Hebben we wel in de gaten dat het verschil tussen Filadelfia en Laodicea miniem is? Dat je zo maar over de grens gaat en het niet in de gaten hebt?

 

Wat kenmerkt een werkelijk Filadelfiaanse gemeente? Wanneer houden we onszelf niét voor de gek?

Naar aanleiding van een verslag van onze stuurgroep “de tien” een tweetal vragen:

 

  • Hoe zit het met onze broeder-en-zusterliefde? Geven we daar een relationele invulling aan? Waarbij we dus haar of hem aardig vinden die ook ons aardig vindt? Want voor wat hoort wat? Of spiegelen we ons aan Gods liefde, die niet afhangt van wederliefde! Gods liefde is![1]
  • Spreken we elkaar aan op misverstanden, op zaken die verkeerd worden begrepen en zo nodig ook op misvattingen? Of zijn we bang voor de reactie van de ander?

 

We lazen een aantal Bijbelpassages die duiden wat de kenmerken van werkelijke ongeveinsde onderlinge liefde zijn. Die passages staan hieronder, met slechts weinig commentaar. Ze spreken wel voor zichzelf, met een enkele onderstreping, cursiveringof vette letters.

 

I Over de broeder-en-zusterliefde:

 

Fil. 2: 1 – 8: 1Als er dan in eenheid met Christus zomaar een oproep mogelijk is, of zomaar bemoediging uit liefde, of zomaar gemeenschap van geest, of zomaar bewogenheid, en erbarmen, 2vervult dan mijn vreugdedoordat ge op hetzelfde zint, dezelfde liefde vasthoudt, één van ziel op het ene zint,-3in niets twistzucht volgend of ijdele eer, maar in de nederigheid onder elkaar anderen beschouwend als uzelf overtreffend,4ieder van u niet de eigen belangen behartigend maar ieder van u ook die van anderen!5Laat die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was,6die bestaande in de gestalte van God het niet als geroofd goed heeft beschouwd gelijk te zijn aan God, 7maar zichzelf heeft ontledigd door de gestalte van een dienstknecht aan te nemen, gelijk geworden aan mensen en in houding een mens gebleken; 8hij heeft zichzelf vernederd, gehoorzaam geworden tot in de dood, de dood aan een kruis.

 

Efeze 5: 1, 2: Wordt dan, als kinderen van zijn liefde, na-doeners van God, 2en wandelt in liefde, zoals ook de Gezalfde u heeft liefgehad en zichzelf voor u heeft prijsgegeven als opgangsgave en offerande, voor God tot welriekende reuk.

Wandelen, zegt Paulus. Dat heeft iets van ontspannenheid, van ongedwongen en losjes. En het is helder: liefde richt zich altijd op de ander. Onderling liefde-betoon doet God buitengewoon goed!

 

II Over onderling gedrag:

 

Rom. 12: 1, 2: 1 1Ik roep u dan op, broeders-en-zusters, vanwege de barmhartigheden van God, om uw lichamen in te zetten als een levende, heilige, aan God welbehaaglijke offerande uw eredienst in de zin van het woord. 2Wordt niet gelijkvormig aan deze eeuw, maar wordt hervormd in vernieuwing van het denken, zodat gij kunt toetsen wat de wil van God is, het goede en welbehaaglijke en volmaakte.

Paulus roept op tot een aan God toegewijd leven. En dat heeft te maken met wat onze handen doen, waar onze voeten ons brengen, wat onze ogen zien, wat onze oren horen en wat onze mond zegt. En dat is geen opgelegde plicht, zegt Paulus. Het is uw eredienst in de zin van het woord! En verderop in dat hoofdstuk luidt het: 16Weest eensgezind jegens elkaar, niet zinnend op het te hoge maar u wijdend aan het nederige. Weest niet bezonnen in uw eigen ogen. 17Geeft aan niemand kwaad terug voor kwaad, hebt goede dingen voor jegens het aanschijn van alle mensen.

 

Efeze 4: 20, 26b, 27: 20Maar gíj hebt niet zó de Gezalfde leren kennen,…..26blaat de zon over uw toorn niet ondergaan, 27en geeft geen plek aan de uiteenwerper;

 

Hoe zit het met mijn ik-gerichtheid? Vandaag de dag misschien wel de best gecamoufleerde vorm van wereldgelijkvormigheid! Ben ik een twintig- dertig, vijftig- of zelfs zeventig jaar oude snotaap die driftbuien gebruikt om zijn eigen zin door te drijven? Mok ik en trek ik me terug uit relaties met als doel anderen te ‘straffen’? Of is geslepenheid, volharding en sluwheid beter in overeenstemming met mijn vergeldingsvoorkeuren, omdat ‘wraak het beste zoet kan worden opgediend!’ Het maakt niet uit in welk vat ik het giet, het is allemaal ik-gerichtheid!  We willen allemaal graag geloven dat we empathisch en medelevend zijn, en dat we net zo veel rekening houden met de gevoelens van anderen, dan met die van onszelf. Maar egocentrisme ligt op de loer. De gewoonte kan erin sluipen dat we ons meer richten op onszelf dan op anderen. Geven we anderen de schuld als er iets fout gaat? Of lukt het ons nog om ons in anderen te verplaatsen? En bieden we excuses aan als er iets fout gaat? Proberen we kritiek van de ander te begrijpen? Of is onze eerste reactie defensief en boos? 1Geeft aan niemand kwaad terug voor kwaad! Moeilijk en lastig? Absoluut. Maar: oefening baart kunst! Laten we niet blind zijn! Ogenzalf is nodig.

 

zodat ze nooit zien met de ogen, horen met de oren, verstaan met het hart en zich omkeren, en ik hen zou helen  

          (Jes. 6: 9, 10)

[1]“Liefde die verandert als zij verandering ontmoet, is geen liefde.” Shakespeare, sonnet 116.