Preek zondag 26 augustus 2018


Gelovend ga ik, eigen zwakheid voelend

 

Het begrip zwakheid heeft vandaag de dag niet een erg positieve klank. Of de aanduiding nu lichamelijk of geestelijk wordt toegepast, bij zwakheid denk je vrijwel automatisch aan gebreken, aan krachteloosheid. Of ook wel aan laksheid en slapte.

Het is niet gemakkelijk om je eigen zwakheid en onvolmaaktheid te laten zien. Helemaal niet in een cultuur die inzet op sterk zijn, controle houden en je best doen.

 

Opmerkelijk is dan dat de bijbel het begrip zwakheid op sommige plaatsen een beetje anders gebruikt. Zwakheid lijkt dan wel een randje van positivisme te krijgen. Zwakheid hoort er in het christelijk geloof helemaal bij: de kerk zit helemaal niet vol met heiligen (we moeten die schijn niet ophouden) maar met mensen die een leven kennen vol van zwakheden, falen, twijfel, wonden en mislukking.

 

Om te beginnen 2 Kor. 12: 9a: En toen heeft hij tot mij gezegd: mijn genade is voor jou genoeg; want de kracht wordt in zwakheid volbracht!

Paulus vertelt dat hem een doorn in het vlees gegeven is, een engel van satan, om hem vuistslagen te geven opdat hij zich niet zal verheffen. Hij heeft God gesmeekt om bevrijding. We weten niet wat die doornwas. Hij moet het doen met Gods uitspraak: mijn genade is voor jou genoeg. Hier staan vier uitspraken over Gods kracht en onze zwakheid:

  • Kracht wordt zichtbaar in zwakheid.
  • Ik laat mij liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt
  • Omdat Christus mij kracht schenkt, schep ik vreugde in mijn zwakheid.
  • In mijn zwakheid ben ik sterk.

Bedenk wel: onze kwetsbaarheid ís niet onze kracht, maar in onze kwetsbaarheid kunnen we Góds kracht (Chrístus is Gods kracht, 1 Kor. 1:24) gaan ervaren. Velen hebben de weg naar diep en duurzaam discipelschap via zonde en zwakheid leren ontdekken. Waar je jezelf tegenkomt, kun je God ontmoeten.

 

Diezelfde Paulus schrijft in 2 Kor 4: 6: Want de God die gezegd heeft ‘uit het duister zal licht schijnen’, (Gen. 1,3) is het die heeft geschenen in onze harten,- tot verlichting met de kennis van Gods heerlijkheid in het aangezicht van Christus. 

Een prachtige boodschap. Het evangelie van de schitterende luister van Christus. Stralende heerlijkheid.

 

En dan begint her direct daaropvolgende vers met het woordje ‘maar!’ Alsof de voorgaande jubel-uitbarsting afgezwakt moet worden. 2 Kor 4: 7: Maar wij hebben deze schat in aardewerken vaten, zodat zal blijken dat die overgrote kracht uit God is en niet uit ons,-

 

God legt de schat van het evangelie in aarden vaten. Met dat aarden vat bedoelt Paulus zichzelf. Het is een beeld van Paulus en van iedereen die in de dienst van de Heer staat. Een dienaar van het evangelie is een vat. Een vat was in Paulus’ dagen tijd was niet bijzonder. Vaten zag je overal. Voor het opslaan van olie en wijn gebruiken ze vaten, aarden vaten of kruiken. Zo’n aarden kruik is niet alleen gewoon, het is ook kwetsbaar, broos. Als ‘ie omvalt, is ‘ie stuk. En dat geldt ook voor een dienaar van het evangelie. God legt de schat van het evangelie in aarden vaten, in zwakke, broze mensen. Er is een prachtig versje van Guido Gezelle, waarin hij zijn onwaardigheid, zijn zwakheid voor God voelt. En dan bidt hij:

Jesu, wijs en wondermachtig,

Weest mij, armen knecht, indachtig,

Leert mij spreken in uw naam;

Jesu, maakt, ofschoon onweerdig,
te uwen lof mijn tonge veerdig,
te uwer eer mijn lied bekwaam!

 

Een gemeente die ‘gemeenschap der heiligen’wil zijn moet eerst ‘kerk der kwetsbaren’leren worden. Dat is een veilige ruimte waarin we open zijn over onze onvolmaaktheid en onmacht, onze zonden en zwakheden, onze breuken en barsten, ons niet-kunnen en niet-weten. Onze zwakheden. We hebben de waarheid omtrent onszelf onder ogen te zien. Met nederigheid zullen we vrienden moeten worden met onze aardse onvolkomenheid. Want alleen dan kan God zijn kracht door ons laten schijnen.

 

en telkens meer moet ik uw kracht verstaan