Preek zondag 30 januari 2011


 

 

 

Noblesse Oblige

 

 

 

Als David zondigt door een volkstelling te willen – zie 1 Kronieken 21 – grijpt God in. David krijgt de keus uit drie straffen. En wat kiest hij, juist ook in deze negatieve situatie? Hij kiest ervoor om te vallen in de hand van de Ene,

want zegt David zijn ontfermingen zijn vele. David vertrouwt zich toe aan God. In vers 18 krijgt david opdracht om een altaar voor de Ene te laten verrijzen op de dorsvloer van Ornan de Jeboesiet. Als David dat doet en offers brengt, houdt de straf op. Het laat ons denken aan het offer van Gods zoon. Die door zijn dood ons de weg naar het leven opende.

Wat zegt ons dat? 2 Korintiërs 5 geeft ons wezenlijke lessen als he gaat om ons antwoord op Gods liefde voor ons. Vers 11: Nu wij weten wat ontzag voor de Heer is trachten wij mensen te overtuigen Doen we dat werkelijk? Snappen we wat Paulus zegt in vers 14: Want de liefde van Christus drijft ons. Lijken we op de Samaritaanse vrouw die alles vergat behalve Jezus? Jezus, die door Galilea trok om het evangelie te prediken. Waar anderen een omweg verkozen deed Jezus juist het tegenovergestelde. Uit mededogen. De liefde dreef hem.

Zet de liefde voor Christus ook ons in gang? Snappen wij wat vers 15 wil zeggen en hij is voor allen gestorven opdat de levenden niet meer voor zichzelf zullen leven maar voor hem die voor hen gestorven is en opgewekt.

Een christen leeft niet langer voor zichzelf, als het goed is. Is ons leven echt anders geworden? Paulus is een voorbeeld van zo een 180-graden ommekeer. Hij zette heel zijn leven in voor God. Was alleen nog gericht op de dienst aan Christus. En dat zou ook ons kenmerk behoren te zijn. Kijk, schrijft Paulus in vers 17: Want al wie één met Christus is, is een nieuwe schepping; al het oude is voorbijgegaan, zie het is nieuw geworden!

God verzoende de wereld in Christus met zichzelf. Waarna hij óns gegeven heeft

de dienst der verzoening, God roept luid tot een dove wereld. Tenminste dat wil hij. En dat wil hij doen door ons. Het woord van de verzoening is aan ons toevertrouwd. Aan feilbare en zwakke mensen. Want we zijn Zijn gezanten. Alle mensen op aarde moeten God kennen en aannemen. Moeten de keuze voor of tegen God voorgelegd krijgen. En de uitvoering van die taak is aan ons toevertrouwd. Alle mensen moeten ervan worden overtuigd dat ze God werkelijk nodig hebben. Dat de redding die God bidet van levensbelang is.

God woont te midden van zijn gemeente, de kerk. En die kerk is geroepen om God te vertonen. Om zijn word te spreken. Omwille van Christus zijn wij gezanten, zodat God door óns oproept; wij smeken omwille van Christus: laat u met God verzoenen!

 

Adeldom Verplicht