Preek zondag 15 juli 2018


Wordt barmhartig

 

Er zijn van die passages in de bijbel die we graag lezen. Omdat ze ons geweldig aanspreken. Een hart onder de riem steken. Blij maken. Troosten. En soms blijkt dan dat – als we die geliefde passage on z’n verband lezen – dat de betekenis in dat verband anders kleurt of zelfs omkeert! Zo een tekst lezen we in psalm 125. Wie daar stopt met lezen na vers 2 zou kunnen denken dat hij een vroom lied leest voor de individuele gelovige. Wie de volgende verzen ook leest krijgt een heel andere indruk:

1Die toevlucht zoeken bij de Ene zijn als de berg Sion: hij wankelt niet, voor eeuwig heeft hij een zetel! 2Jeruzalem: bergen rondom haar, en zo de Ene rondom zijn gemeente, van nu af en tot in eeuwigheid. 3Nee, niet zal rusten de staf van de boosheid op het lotsdeel der rechtvaardigen, opdat de rechtvaardigen niet uitslaan naar valsheid hun handen.4Doe goed, Ene, aan de goeden, wie met heel hun hart oprecht zijn! 5En die afwijken, hun kronkelpaden na, die mag de Ene laten gaan, die bedrijvers van het onheil! – vrede over Israël!

 

We lezen ook Jesaja 2: 2; 6 – 18, Openbaring 18: 20 – 24. En Lukas 6: 27 – 36.

 

De aarde is bezet gebied. Psalm 125 zou best eens geschreven kunnen zijn in een tijd dat een vijand het land overheerste. En dat Israël dreigde de gebruiken van de vijand tot de zijne te maken. Zoals Jesaja 2 beschrijft. En waar de verzen drie t/m vijf van psalm 125 een vlammend protest tegen aantekenen. Openbaring 18 (en Jesaja 2: 10) reppen ervan dat de Dag van de Heer komt, waarin God zelf orde op zaken stelt. Maar in de tussentijd, tijdens de bezetting, wat doen we dan?

 

De aarde is bezet gebied, ook nu. Maar ook is de aarde – niet de hemel! – ons beloofd als erfdeel: Zalig zijn de zachtmoedigen want zij zullen de hemel beërven, denken wij, maar dat staat er niet! Er staat: want zij zullen de aarde beërven, de aarde is het erfdeel van de rechtvaardige

 

Maar nu is het bezet gebied, daar is de vijand van God gekomen, en heel de schepping is in de handen van de vijand gevallen en daar zingt deze psalm over. Hier wordt ons een lied aangeboden dat we moeten zingen als er momenten zijn dat die bezetting van de vijand ons te zwaar wordt. In ons persoonlijk leven, en dat heeft alles te maken met ziekte en aanvechtingen, depressies, maar ook in de samenleving! Het heeft alles te maken met de soms heel beklemmende aandrang van de machten van de boze dat zelfs de rechtvaardigen hun handen uitstrekken naar onrecht.

Zo vlucht de mens weg in wegen van onrecht. In iedere oorlog krijgen ook de allerheiligsten vuile handen, ze gaan meedoen met geweld of ze gaan meedoen met sluwheid, of ze vluchten weg in lafheid, in de houding van Kaïn. Ben ik mijn broeder’s hoeder? De psalm zegt: Eigenlijk wil je het niet, je wilt vrede, verzoening, liefde, nabijheid, maar de situatie is zo erg dat je wel gedwongen wordt tot ontrouw, tot loslaten, tot je afkeren, of geweld gebruiken. Heel vaak smeden we compromissen met de duivel. In die nood is psalm 125 geboren.

 

Psalm 125 is een bemoedigend lied voor mensen die overweldigd worden door de bezettende macht, rechtvaardige gelovigen die met heel hun hart het goede willen, maar de overmacht van de vijand is gewoon te groot, de cultuur is zo normloos en zo wetteloos dat wij mee gaan doen, op financieel gebied worden wij ineens calculerende burgers, op moreel gebied zwakken ook wij de Bijbelse regels af: seks alleen binnen het huwelijk, dat kun je toch vandaag niet maken…

Zo laten wij ons inpalmen door de bezettende macht, in de politiek smeden wij compromis-wetten, dat is vandaag helemaal ingeburgerd als een soort christelijk realisme. Maar waar is dan het vlammend protest tegen de voorrang van economie boven ethiek? Tegen misdaad en verslaving? Tegen bederf van de schepping? Tegen de dood van ongeborenen?

 

We lazen ook Lukas 6. De Grondwet van Gods Koninkrijk. Regels die Gods kinderen – wij volgen toch een verworpen Koning, in afwachting van Zijn terugkomst? – zouden moeten kenmerken in hun dagelijks gedrag. Wie herkent zichzelf niet in het beeld wat kijk je naar de flinter in het oog van je broeder,- maar de balk in het eigen oog merk je niet op?

 

Psalm 125 is een soort protestsong. De psalm roept ons op ons niet te laten verleiden tot handelen uit onmacht. En roept vervolgens op tot vertrouwen op God. Als je geen uitweg ziet. Als je je verleid voelt tot actie in paniek, in ongeloof of in apathie. Dan kun je niks anders doen dan God aanroepen.

 

En dan – eerst dan – is Hij als een berg om zijn gemeente heen, om jou heen.

 

zoals uw Vader barmhartig is!