Preek zondag 8 juli 2018


laten wij onwrikbaar vasthouden aan het belijden van de hoop,

 

Met z’n drieën zijn ze erbij. De kernploeg uit Jezus’ twaalftal discipelen. Petrus voorop, samen met Jacobus en Johannes. Heel bewust neemt Jezus ze mee naar een hoge bergtop. Dat staat er nadrukkelijk bij: een hóge bergtop. Dat is dus niet zomaar een plek, maar een plek waar de hemel de aarde raakt. Heeft Jezus daar de Bergrede gehouden? Is het de berg waar Hij zich vaak terugtrok om alleen te zijn met zijn Vader en om te bidden? In elk geval is de berg een heilige berg (zie 2 Petrus 1:18). Een plek waar God zich indrukwekkend openbaart.

 

En ook nu vindt er een gebeuren plaats dat grote indruk maakt. Jezus verandert van gedaante (letterlijk staat er: hij ondergaat een ‘metamorfose’), zijn gezicht straalt als de zon, zijn kleren worden wit als het licht. Hier zien we de luister van Jezus, de glorie van Gods Zoon: zo stralend en schitterend is Christus. Hij is God! De Heer Jezus wordt verheerlijkt door God zelf. De hoogste mate van lof en eer komt onze Heer toe!

 

En dan zijn daar opeens Mozes en Elia. Ze staan daar namens heel het Oude Testament. Ze zijn de twee grootste profeten uit de tijd die voorafgaat aan de komst van Jezus op aarde. Je zou ook kunnen zeggen: Mozes vertegenwoordigt vooral de wet, en Elia de profeten. Het leven van beide Godsmannen eindigde niet op een gewone manier. Mozes is gestorven terwijl niemand erbij was en hij is door de HEER zelf begraven (Deuteronomium 34:5-6) en Elia is zelfs niet gestorven maar opgevaren naar de hemel in een wagen van vuur, met paarden van vuur ervoor (2 Koningen 2:11).

 

Deze beide mannen Gods hebben met hem samengesproken en…hem zijn uittocht aangezegd die hij weldra zou gaan volbrengen in Jeruzalem.

 

De drie discipelen maken het gesprek nauwelijks mee: ze liggen te slapen. Dat is te zien als een beeld van een oppervlakkig geestelijk leven. Weten wij wat werkelijk belangrijk is voor de Heer Jezus? Of ontgaat ons dat, en vullen we dat in met wat ons zelf wel goed uitkomt?

 

Als ze wakker worden realiseert Petrus zich dat ze wat gemist hebben. Petrus denkt dat hij de hemel moet helpen door tenten op te zetten voor Jezus en Mozes en Elia, en hij ziet niet in dat de hemel hier is om hem te helpen! Petrus denkt te aards. Hij stelt Mozes en Elia op n lijn met de Heer. Hij is na zes dagen (zie Matth. 16: 23) nog niet veel wijzer geworden: “je hebt niet Gods zaken in de zin, maar die van de mensen!” Doen wij dat beter?

 

Mozes en Elia brachten beide in hun leven een offer dat vooruitwees naar de Heer Jezus:

  • Mozes offerde het Paaslam, bij de verlossing uit de slavernij van Egypte
  • Elia offerde om het volk van de Baals-dienst terug te brengen tot de dienst aan God.

 

Het is wel opmerkelijk dat beide mannen herkenbaar zijn. Kennelijk blijft onze persoonlijke eigenheid bestaan in de heerlijkheid.

 

Dan verdwijnen Mozes en Elia in een wolk. Een wolk duidt in de Bijbel vaal op Gods aanwezigheid. Vanuit die wolk klinkt dan ook de stem van God, die zegt: deze is mijn zoon, de uitgelezene,- hoort naar hem! Voor God is er niemand belangrijker dan Zijn zoon. En naar Hem moeten we luisteren.

 

In zijn tweede brief (2 Petrus 1: 16 – 18) komt Petrus terug op de verheerlijking op de berg: Want niet door vernuftig verzonnen fabels te volgen hebben wij u de kracht en de komst van onze Heer, Jezus Christus, bekendgemaakt, maar doordat wij ooggetuigen van diens grootheid zijn geweest. Want hij heeft van God de Vader eer en heerlijkheid mogen aannemen, toen door de verheven heerlijkheid zo’n stemgeluid tot hem werd gericht: ‘mijn zoon, mijn geliefde is hij, in hem heb ik welbehagen gekregen’ (Jes. 42,1). En dit stemgeluid hebben wijzelf uit de hemel tot hem gericht horen worden toen wij met hem waren op de heilige berg.

 

In de verheerlijking op de berg horen en zien wij de glorie van God en van Christus. Wij ervaren zijn aanwezigheid (als onze ogen ook meedoen, en ons gevoel wordt aangeraakt) én horen zijn stem (als we luisteren met onze oren). Want het geloof is zowel uit het zien, het zien van de glorie van Jezus, als uit het horen, het horen van zijn stem.

 

want hij die de beloften verkondigde is geloofwaardig