Preek zondag 23 januari 2011


 

Dank brengend aan de Vader die u bekwaam heeft gemaakt …

 

 

Gods liefde is eindeloos. Aan het avondmaal – ingesteld als herdenkingsdienst – gaat het daarom. We denken aan de geboorte, waar Christus zijn lichaam kreeg, en het is kerst. We denken aan dat lichaam dat werd verbroken, en we zijn op Golgotha. We denken aan Christus’ aanwezigheid en het is Pasen. We realiseren ons dat de heilige geest ons leidt en steunt, en het is Pinksteren.

Het is heerlijk om zo elke week feest te vieren.

 

Toch heeft Gods liefde ook wel iets abstracts. Iets van “ grote afstand.” Je kunt het soms niet zo makkelijk vastpakken. Die liefde is dan wel heel erg waar, maar tegelijk ook zo weinig tastbaar.

 

Hoe helpt het dan misschien om een concreet voorbeeld uit de bijbel te nemen en te overdenken. De geschiedenis van Abraham en Izaäk is bekend. Izaäk was het enige kind van Abraham en Sarah. Toen God aan Abraham en Sarah de geboorte van Izaäk aankondigde, lachte Sarah daar heimelijk om. Ze was namelijk ver over de vruchtbare leeftijd, en de voorspelling leek dan ook onmogelijk. Toen het kind echter geboren was, sprak ze: lachen heeft God mij aangedaan!- ieder die het hoort zal om mij lachen!.

Jaren later stelde God Abraham op de proef. Hij droeg hem op zijn zoon aan Hem te offeren. Abraham gaf gevolg aan dit verzoek en nam Izaäk mee naar de berg Moria. Zonder tegenstand liet Izaäk zich door zijn vader vastbinden en als offer op het altaar leggen. Abraham nam zijn mes en hief zijn hand op om zijn zoon te doden, maar op het laatste moment verijdelde een engel deze daad. In plaats van Izaäk, offerde Abraham een ram, dat verstrikt was geraakt in dichtbij gelegen struikgewas.

Jaren heeft Abraham op zijn zoon moeten wachten. Op het enige kind van hem en Sara. Beeld van de eniggeboren Zoon van God. Wat zal Abraham blij geweest zijn. War een unieke plaats zal Izaäk hebben ingenomen. En dan vraagt God – beter: draagt God Abraham op – neem toch je zoon, je enige, die je liefhebt, Isaak, en ga, jíj, naar het land van de Moria,- uitzichtsberg; doe hem daar opgaan als opgangsgave op een van de Bergen welke ik je zal zeggen! Het grijpt vooruit op God die zijn eigen zoon zal offeren als zoenoffer voor de wereld. Zijn enige zoon, die alles voor Hem betekent. En op de zoon die zijn vader volgt: zo gaan die twee eensgezind voort.

Als Jezus spreekt over de liefde tussen zichzelf en zijn vader, zegt hij (Joh. 17 : 23): opdat de wereld erkenne dat gij mij hebt uitgezonden en hen hebt liefgehad zoals gij mij hebt liefgehad. Tussen God en zijn zoon was een volmaakte band van liefde. En in die band van liefde zijn wij opgenomen. Met de liefde waarmee God van zijn zoon houdt, houdt hij ook van ons.

en ik heb hun uw naam bekend gemaakt en zal die bekend blijven maken, opdat de liefde

waarmee gij mij hebt liefgehad in hen mag wezen en ikzelf één met hen.

… om te delen in het erfgoed van de heiligen in het licht.