Preek zondag 1 juli 2018


Laat die gezindheid in u zijn

 

Er zijn van die Bijbelteksten die je stijl achterover laten slaan. Teksten die in hun grootsheid onbevattelijk zijn. Of een diepte in zich herbergen die onpeilbaar is. Teksten die zich aan analyse door het menselijk bevattingsvermogen onttrekken. Zo een tekst is Hebreeën 2: 9:

 

maar wij richten onze blik op Jezus

die maar weinig bij engelen is achtergesteld,

maar dóór de dood die hij

te lijden kreeg héén

-opdat hij voor állen de dood zou proeven-

met heerlijkheid en eer gekroond is.

 

Wat moeten we begrijpen van de tussenzin -opdat hij voor állen de dood zou proeven-? Misschien kan hier alleen de bijbel zichzelf uitleggen. En wel in psalm 40. David schreef die psalm als een musiceerstuk, opgedragen aan de koorleider. De eerst vier verzen zijn een inleiding. En in vers vijf en  volgende klinkt de lofzang zelf.

 

Natuurlijk is hier David aan het woord. Maar in deze teksten – waar gehoorzaamheid een kernbegrip is –  ontdekken we beslist ook de gevoelens van de Heer Jezus, als het gaat om het uitvoeren van het Goddelijk reddingsplan dat van vóór de tijden al vaststond. Psalm 40 beschrijft de godverlatenheid van de Heer Jezus. Vers 7 meldt …maar u groef gangen naar mijn oren. Dat beeld doet sterk danken aan de slaaf in Ex. 21: 5, 6 die van zijn vrijheidsrecht geen gebruik maakt, maar volkomen vrijwillig zijn baas voor altijd blijft dienen (zie ook Deut. 15: 16, 17):

maar als hij zegt, echt zegt, de dienaar:

ik houd van mijn heer,

mijn vrouw en mijn zonen-en-dochters:

ik wil niet vrij wegtrekken!-       

dan laat zijn heer hem nadertreden tot God

en laat hij hem nadertreden tot de deur

of tot de deurpost;

vastpinnen zal zijn heer zijn oor met een pin

en dienen zal hij hem voor eeuwig;

 

God beleefde geen vreugde aan ‘offerdier’ en ‘broodgift’, aan ‘opgangsgave’ en ‘ontzondiging’. Die offers konden de zonde niet wegnemen. In psalm 40 gaat het over het begrijpen van Gods wil. Daarbij zijn de oren ‘doorboord’ of ‘uitgegraven’. Er was Iemand nodig die zonder zonde was, maar die wel een sterfelijk lichaam had. En op heel de aarde was zo een Persoon niet te vinden.

 

Daarom moest Iemand uit de hemel komen en een sterfelijk lichaam gaan bewonen, zonder zonde. Jezus bood Zichzelf aan als offer, om zo de zonde van de schepping weg te doen. Hij moest voor állen de dood proeven. Laten de woorden en beelden van psalm 40 in ons hart gegrift staan!

 

En zo Iemand volgen heeft consequenties. Filippenzen 2 roept ons op tot eensgezindheid en ootmoed. Nadat de Heer Jezus de zonde heeft gedragen heeft God hem verhoogd en hem genadig de naam verleend die is boven alle naam.

 

En wij – gelovigen – krijgen de opdracht om alles (!) te doen zonder morren en tegenspreken……  opdat ge onberispelijk en onbesmet wordt, onbevlekte kinderen van God te midden van een ontaard en verkeerd geslacht, onder wie gij straalt als lichtsterren in de wereld.

 

Christenen vechten niet tegen elkaar, dat is beslist een antichristelijke houding. En we moeten beslist uitkijken dat we niet in de fout gaan: we kunnen geen hoge standaard prediken, als onze levensprakrijk daar niet bij aansluit. We zullen onszelf moeten beoordelen, en ook elkaar moeten aanspreken op mogelijk onchristelijk gedrag.

 

die ook in Christus Jezus was,-