Preek zondag 6 mei 2018


Zie, zegent de Ene, al gij dienaars van de Ene;

 

“Zegen” is een kernwoord uit de bijbel. In Genesis 12 zegent God Abraham, met de woorden door jou zullen gezegend zijn alle families op de grond! Abraham ontving persoonlijk de zegen, maar ook allen die uit hem werden geboren. Die zegen ging over op Jezus Messias, die in Lukas 24 zijn discipelen zegent en zo bereikt Gods zegen alle geslachten op de – verdorven! – aarde.

 

Psalm 134 is een wisselzang.  Het is de laatste van vijftien bedevaartspsalmen (“zang van de opgangen”). De pelgrims zijn een week in Jeruzalem geweest en gaan weer naar huis. In de verzen 1 en 2 zingen de pelgrims de priesters en levieten – ambtsdragers in de tempel – toe. En in vers 3 reageren de priesters en levieten:

1Zie, zegent de Ene, al gij dienaars van de Ene; die staat in het huis van de Ene, gedurende de nachten!

2Heft naar het heilige uw handen en zegent de Ene!

3Jou zegene de Ene vanuit Sion, de Maker van hemel en aarde!

In heel wat vertalingen wordt in de beide eerst verzen het woord ‘looft’ gebruikt in plaats van zegent. In het oorspronkelijk staat er steeds hetzelfde woord ‘baruch’, dat zegenen betekent. In onze traditie vinden wij dat wat vreemd of ongemakkelijk. Wij denken: God is hoog en verheven, hoort Hij dat wel? De bijbel lijkt hier te zeggen: als mensen, zijn volk, zijn dienaren, Hem zegenen, dan doet dan Hem goed. Want God is ook een persoon, God is Iemand met een hart. En God zegenen is eigenlijk: Zijn hart verwarmen.

Christenen bidden “Here zegen deze spijzen.” Zij denken aan en zijn blij met de gave die ze krijgen.

Joden zeggen “Gezegend bent U, Here onze God, die brood uit de aarde laat voorkomen.” Zij prijzen de Gever.

 

Zegenen is het kernwoorduit deze psalm. Het is een vorm van ‘terug naar de basis.’ Wij kunnen geweldig opgaan in huisbezoeken, vergaderingen, collecteren, activiteiten opzetten, gaven in de gemeente stimuleren, zieken bezoeken, actuele thema’s op de agenda zetten: allemaal taken en opdrachten die we hebben, zaken die onze aandacht vragen en problemen die om oplossing vragen.Dat is natuurlijk allemaal prima, maar psalm 134 houdt ons even vast en zegt: weet wel, de kern van de zaak is dat niet.

God prijzen is de basis en gaat vóór alle drukte. Als de discipelen in Mattheus 14 ploeteren aan boord van hun bootje, is Jezus op de berg en praat met zijn Vader. Als wij in Gethsemane of slapen of vluchten, spreekt Jezus met zijn Vader over zijn leven en dood. En daar komt het op aan: de dienaar van het nieuwe verbond is er Een die eerst de Vader zegent, en dan van daaruit zegen geeft aan het volk. De opdracht die deze psalm ons meegeeft is: zegent de Heer ook in de nacht. En daarom kijken wij naar de Heer Jezus, die in de nacht ons droeg en zo een zegen werd, die in de nacht de Vader vasthield en Hem zegende en zo tot een kracht kon worden voor heel de wereld.

 

Het woord nacht intrigeertin deze psalm. Uitleggers weten mat dat woord niet goed raad.  De ene zegt: blijkbaar zongen ze deze psalm toen ze ’s avonds aankwamen, of ’s avonds weggingen van de tempel. Een ander zegt: sommige grote feesten begonnen en eindigden met een nachtdienst. Klinkt niet zo gek.

In deze psalm zie je de grote ambtsdrager Jezus, die juist in de nachten worstelde met zijn Vader en zo tot een zegen werd voor het volk. Het woord nacht wordt dan toch wel bijzonder, het wordt een toespitsing en een toetssteen. Of we echt God zegenen komt toch vooral uit in de nachten. Waar niemand je ziet. Jezus zegt: “Het echte, het ware vind je in de binnenkamer, wanneer we daar bidden. En de Vader die in het verborgene ziet, die zal je vergelden.”

 

We zijn geroepen om elkaar aan te moedigen om de Heer te zegenen, ook als niemand je ziet. Het is zó heilzaam om dat te horen, omdat we zo vaak vastdraaien in ons eigen kleine kringetje van zorgen en problemen, van teleurstelling en frustratie, van ergernis en verongelijktheid, van ziekte en verdriet. Die vicieuze cirkel waar je niet op eigen kracht uitkomt.We zijn geroepen om elkaar mee te nemen naar Jezus, Gods zegenende Zoon. We zijn geroepen om te geloven vanuit het hart van onze ziel, dat waar is wat Hij zei toen Hij zegenend naar de hemel ging:

 

Mij is gegeven alle gezag in hemel en op aarde;

en zie, ík ben met u, al de dagen, tot aan de voleinding van de wereldtijd!

Jou zegene de Ene vanuit Sion

Psalm 134, Naardense vertaling