Preek zondag 8 april 2018


ge zult kracht opnemen van de heilige geestesadem die over u komt

 

In Lukas 24 lezen we in drie perikopen over de opstanding van de heer Jezus. Eerst over de vrouwen die met specerijen en mirre naar het graf gaan en daar van twee engelen de boodschap van de opstanding horen. Dan lezen we over de Emmaüsgangers. En tenslotte over de elf discipelen die bij elkaar zaten achter een afgesloten deur.

Steeds rapporteert Lukas drie dingen:

  • De initiële verwarring
  • De uitleg (van de engelen dan wel van de heer Jezus zelf)
  • De instructie om de opstanding verder wereldkundig te maken.

 

We lezen in Lukas 24: 36 – 49 over de verschijning aan de bij elkaar zittende discipelen.

 

De elf discipelen waren in grote verwarring bijeen. Ze konden de gebeurtenissen die hen gerapporteerd werden niet plaatsen en geloven. De mededelingen van de vrouwen deden ze af als kletspraat (Luk. 24: 11). Petrus ging wel het lege graf bezien, maar begreep niet wat dat beduidde. Ook de beide wandelaars naar Emmaüs geloofden niet wat de vrouwen hen vertelden (Luk. 24: 22).

 

En zo zaten de discipelen bij elkaar, ongetwijfeld heftig discussiërend over al de onbegrepen geruchten die hen bereikten. Achter een zorgvuldig gesloten deur, want ze vreesden voor hun leven en waren als de dood zo bang dat ze op de lijst met gezochte personen stonden.

En dan staat plotseling Jezus zelf in de kamer. Met de deur nog steeds stevig op slot. Ze schrikken zich wezenloos en denken een geest te zien. Maar Jezus kalmeert ze (: 39): ziet aan mijn handen en mijn voeten dat ík het zelf ben; betast me en ziet, omdat een geest geen vlees en beenderen heeft, en zoals ge aanschouwt heb ik die wel! Van blijdschap kunnen ze het nog niet geloven. Waarop Jezus iets te eten vraagt. Daarmee werd (en wordt) in het Midden-Oosten aangegeven dat je een relatie sterk op prijs stelt. Jezus maakt zowel duidelijk dat Hij geen geest is, alsook dat hij van hen houdt.

 

Jezus herinnert hen aan datgene wat Hij in de drie jaar dat ze samen optrokken aan hen had verteld en uitgelegd. En (:45): dán opent hij hun verstand om de Schriften te begrijpen.

 

En dan pas zien de discipelen dat alles van Gods plan al eeuwenlang tevoren was voorzegd in het Oude Testament. Dat er geen sprake was van een op het laatste moment bedacht ‘plan-B’. Maar dat er niets gebeurde wat God niet tevoren zo gewild had. Tot op dat moment verwachtten de discipelen een koning die rechtstreeks de macht zou grijpen en hen naar de hemel in zijn koninkrijk zou meevoeren. Dat ‘openen van het verstand’ hebben wij ook vandaag de dag nog nodig. Al onze Bijbelstudie is zinloos, als ons verstand niet geopend wordt door God.

 

En Jezus voegt daaraan toe (:47): en in zijn naam moet omkeer gepredikt worden tot vergeving van zonden, aan alle volkeren; beginnend bij Jeruzalem. De profetie van Jesaja 49: 6 ging in vervulling: gegeven heb ik je ook tot een licht voor de volkeren, dat mijn heil zal reiken tot de rand van de aarde!

 

De Heer koos zijn discipelen uit als boodschappers van het heil, en in het verlengde daarvan ook ons, vandaag de dag. Zij – en wij – moeten getuigenis afleggen over de kruisweg en het kruiswerk van Jezus.

 

En hoe zit dat dan met die discipelen die kort tevoren nog als wezels zo bang waren? Jezus belooft dat ze met kracht van omhoog worden bekleed! Zoals ook Paulus zegt aan de Thessalonicenzen (1 Thess.: 1: 5):dat onze verkondiging niet alleen in woord aan u geweest is, maar ook in kracht en in heilige Geest en in grote volheid. En dat geldt onverkort ook voor ons vandaag de dag.

 

EPreek zondag 8 april 2018lke keer als we het avondmaal eten, verkondigen wij openlijk de dood, de begrafenis en de opstanding van de Heer Jezus. Wij proclameren dan het offer voor de zonden van de wereld, eens voor altijd geschied.

 

en ge zult getuigen van mij in Jeruzalem en in heel Judea en Samaria, ja tot het uiteinde van het aardland!

(Hand. 1: 8)